|
46958 |
1336 SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN. |
|
46959 |
Dit rapport werd in de vergadering van 9 Mei 1921 uitgebracht. Het was |
|
46960 |
zeer uitgebreid en zorgvuldig opgesteld. O.a. bleek: dat de directeur A. Jordens |
|
46961 |
Jr. op zeer ongewone wijze met schepen had gesjacherd en dat hij zich belang- |
|
46962 |
rijke persoonlijke voordeelen bij den inbreng van schepen had bedongen; dat op |
|
46963 |
bijna alle schepen werd verloren; dat in het prospectus van 28 Jan. 1918 meerdere |
|
46964 |
onwaarheden met betrekking tot het al of niet in de vaart zijn-, of opgeleverd |
|
46965 |
zijn, van schepen waren opgenomen; dat enkele schriftelijke gegevens die er zijn |
|
46966 |
moesten, niet aanwezig waren; dat de boekhouding zeer slecht gevoerd was en dat |
|
46967 |
commissarissen in hun taak ten zeerste waren tekort geschoten. Na langdurige dis- |
|
46968 |
cussie, behandeling van een persoonlijke quaestie van een der commissarissen en |
|
46969 |
nadat was medegedeeld dat de heer Jordens in staat van beschuldiging zou worden |
|
46970 |
gesteld werd zonder stemming bes'oten faillissement aan te vra- |
|
46971 |
gen. Daarna werd eveneens zonder stemming aangenomen een voorstel |
|
46972 |
om commissarissen alsnog gelegenheid te geven in een aandeelhouders- |
|
46973 |
vergadering schriftelijk antwoord op het rapport in te dienen. Een |
|
46974 |
voorstel om vertrouwen uit te spreken in het rapport, werd |
|
46975 |
na eenige discussie aangenomen met 71 stemmen voor, 64 tegen en 7 blanco. |
|
46976 |
Het faillissement werd 25 Mei 1921 uitgesproken met benoeming van |
|
46977 |
Mr. J. S. Hoek en J. Schoemakers tot curatoren doch nadat een procedure tegen |
|
46978 |
een lid van het destijds gevormde garantiesyndicaat verloren was, op 22 Sept. 1926 |
|
46979 |
opgeheven wegens gebrek aan actief. |
|
46980 |
N.B. De heer Jordens en de „Asam" waren reeds failliet vóór bovengenoemde |
|
46981 |
vergadering werd gehouden. |