|
48290 |
DIVERSE CULTUURONDERNEMINGEN 1253 |
|
48291 |
1921 een vordering van Rbl. 2.549.261,77 op de Russisch-Hollandsche Bank, |
|
48292 |
met f 2.420.833,28 op de balans gebracht en van Rbl. 628.321 op de Nederland- |
|
48293 |
sche Bank voor Russischen Handel, met f 576.955,32 op de balans opgenomen, |
|
48294 |
w.t.o. echter een Roebelreserve van f 2.224.217.31} aanwezig was. Daar dit roe- |
|
48295 |
belbezit als waardeloos viel te beschouwen is het ult. 1922 tot op f 2 afgeschreven, |
|
48296 |
latende, na aftrek der roebelreserve, een verlies van f 770.218,03}. Omtrent boven- |
|
48297 |
vermelde bedrijsfusie en verkoop der Russische belangen vindt men meerdere |
|
48298 |
bijzonderheden in de kleine letter op pag. 1436 van deel I, 1925. Aangaande de |
|
48299 |
verschillende verwervingen sedert de oprichting zie men deel I, jrg. 1917/18. |
|
48300 |
Kapitaal geautoriseerd f 4.800.000, waarvan f 3.479.400 geplaatst en volgestort. |
|
48301 |
Het bedroeg aanvankelijk f 1.000.000 nominaal, geheel geplaatst doch het vermin- |
|
48302 |
derde in 1898 door reductie van den inbreng tot f 800.000, terwijl in 1907 40 pct. |
|
48303 |
werd afgeschreven, zoodat het nominaal kapitaal op f 600.000 werd teruggebracht. |
|
48304 |
Tegelijkertijd werden f 600.000 nieuwe aandeelen gecreëerd, welke in 1909 met |
|
48305 |
de andere in portefeuille zijnde aandeelen (f 120.000) dienden als betaling van 500 |
|
48306 |
aandeelen à Rbl. 1000 in de Rybinsker Holz-Industrie, waarna f 1.200.000 uitstond. |
|
48307 |
In 1911 werd het kapitaal verdubbeld door afgifte van f 1.200.000 aandeelen à |
|
48308 |
140 pct. in ruil voor alle (Rb1. 1.000.000) aandeelen Wologda Holz-Industrie Ges. |
|
48309 |
Op de helft dier f 1.200.000 nieuwe aandeelen stond voor rekening der houders |
|
48310 |
op 4 Maart 1912 ten kantore der Heeren Gebr. Boissevain en Dunlop & Co. de |
|
48311 |
inschrijving open à 170 pct , incl. div. 1911. In October 1912 werd voor f 251.000 |
|
48312 |
aandeelen deelgenomen in de toen opgerichte Houtaankap Mpij. „Noord-Si-Maloer“, |
|
48313 |
waarvan de directie aan de Nederlandsch-Indische Houtaankap Mpij. werd opge- |
|
48314 |
dragen. In Nov. 1915 werden f 600.000 aandeelen ondershands geplaatst, waarna |
|
48315 |
derhalve f 3.000.000 uitstaande was. In 1916 werden de concessies der Seliman |
|
48316 |
Land-, Hout- en Bosch Exploit. Mpij. verkregen grootendeels voor nominaal |
|
48317 |
f 348.000 aandeelen. Uit hoofde van een transactie met de Houtaankap Maatschap- |
|
48318 |
pij „Noord-Si-Maloer“ (zie jaargang 1920, deel I) werden f 186.600 aandeelen af- |
|
48319 |
gegeven, terwijl in den loop van 1917 een verder bedrag van f 65.400 ondershands |
|
48320 |
werd geplaatst, waardoor het uitstaande kapitaal op f 3.600.000 werd gebracht. |
|
48321 |
De Houtaankap Maatschappij Noord-Si-Maloer" werd geliquideerd en uit deze li- |
|
48322 |
quidatie kreeg de Nederl. Ind. Houtaankap Mpij. 201 harer eigen aandeelen terug. |
|
48323 |
Van de 6000 op boven aangegeven wijze geplaatste aandeelen groot f 600 |
|
48324 |
vervielen de terugontvangen 201 stuks nos. 5700-5789 en 5890-6000 28 Oct. |
|
48325 |
1922 uit de noteering. |
|
48326 |
6 pct. 5-jarige obligatieleening 1917 == , groot f 1.200.000 in |
|
48327 |
obligatiën groot f 1000, met coupons per 1 Mei en 1 Nov. De leening moest op |
|
48328 |
1 Nov. 1922 in haar geheel à pari worden afgelost. Na goedkeuring van een voor- |
|
48329 |
loopig uitstel van aflossing en verdere rentebetaling op 19 Aug. 1922 werd 21 Jan. |
|
48330 |
1927 genoegen genomen met regeling der vordering wegens hoofdsom en achter- |
|
48331 |
stallige rente volgens het liquidatiereglement opgenomen op pag. 26 der prospec- |
|
48332 |
tussen in deel II 1927. Een resumé van het reglement vindt men in de kleine letter. |
|
48333 |
Zie aldaar tevens mededeeling omtrent de inkoopen volgens art. 8 van genoemd |
|
48334 |
reglement. De verhandeling der obligatiën geschiedde |
|
48335 |
incl. coupon no. 7 van 1 November 1931 e. v., incl. speci- |
|
48336 |
ale coupon voor 5} jaar achterstallige rente tot 1 Mei |
|
48337 |
1928 groot f 330,- en zonder bijberekening van rente. |
|
48338 |
Trustee: Centrale Trust Cie. Op 5 Nov. 1917 stond bij Gebr. Boissevain en Dunlop |
|
48339 |
& Co. de inschrijving op deze leening à pari open. Uit de opbrengst der 6 pct. |
|
48340 |
leening werd maximum f 500.000 aangewend voor aflossing van 4 pct. obligatiën |
|
48341 |
1911, een tweede f 500.000 diende als storting op een gelijk bedrag aandeelen der |