OCR:ed block content:
Overzeesch-Hardhout Import Maatschappij (O. H. I. M.)
te Rotterdam, met kantoren te Amsterdam, Breda, Gro-
mingen en Antwerpen. Opgericht: 7 April 1919 tot over-
neming van de firma's Van Schaik en Lalk. Duur: tot 31 December
1969. Doel: de handel in hout, het exploiteeren van een zagerij en
al hetgeen hiermede in den ruimsten zin in verband staat. Zij legt
zich hoofdzakelijk toe op den invoer van hard en fijn hout ten
behoeve van scheeps- en waggonbouw, alsmede voor de meubel-
industrie. De firma H. en P. van Schaik dateert reeds
van 1850 en heeft steeds behoord tot de grootste op haar gebied hier te
lande en tot de meest bekende in het buitenland. Zij bezat eigen terreinen
te Rotterdam en Hillegersberg. terwijl tevens door haar een stoomhout-
zagerij werd gedreven. De firma T. Lalk werd in 1900 te
Amsterdam op zeer bescheiden schaal begonnen, doch kon zich in de
achttien jaren van haar bestaan in aanzienlijke mate uitbreiden. De vier
panden, waarin deze firma gevestigd was, waren haar eigendom. Tusschen
beide firma's bestond reeds geruimen tijd een belangengemeenschap. welke
ten slotte tot een fusie leidde. Het filiaal Amsterdam werd op 1 Jan. 1925
weder aan den heer T. Lalk overgedaan. De O. H. I. M. vestigde echter
een kantoor aan de Heerengracht 134. De mpij. verkocht in 1924 de in
1920 door haar opgerichte Deutsche O. H. I. M. voor f 45.000. (Oorspron-
kelijk belang f 100.000). Kapitaal aanvankelijk geaut. f 3.050.000, in
Dec. 1920 verhoogd tot f 10.050.000, in Nov. 1922 verlaagd tot f 6.934.000
en in Nov. 1924 weder verlaagd tot f 1.038.000, verdeeld in 38 prefe-
rente aandeelen groot f 1000, alle geplaatst en 2000 gewone
aandeelen groot f 500, waarvan geplaatst 1000 stuks of f 500.000.
Het geplaatste kapitaal bestond aan het einde van het eerste boekjaar
uit f 600.000 gewone aandeelen à f 1000, f 600.000 7 pct. cum. pref. winst-
deelende aandeelen à f 1000 en f 50.000 5 pct. pref. aandeelen à f 1000,
deze bedragen werden in 1920 gebracht op resp. f 1.150.000, f 1.150.000 en
f 50.000. Op 21 Nov. 1922 werd op de gewone aandeelen 75 pct. afgeschre-
ven en f 21.000 gewone- en f 100.000 7 pct. cum. pref. winstd. aandeelen
teruggenomen, zoodat daarna uitstonden f 266.500 gewone aandeelen,
(1066 stuks à f 250, verdeeld in 5330 onderaandeelen à f 50 .- ),
f 1.050.000 7 pct. cum. pref. winstd. aandeelen en f 50.000 preferente aan-
deelen. In 1923 vervielen 66 gewone en 50 7 pct. cum. pref. aandeelen door
terugneming van de oorspronkelijke eigenaars, zulks in verband met liqui-
datie van Duitsche belangen. Op 1 Nov. 1923 werd besloten nog 24.9 pct. op
de gewone aandeelen af te schrijven, zoodat deze aand, oorspr. groot f 1000,
f 1 .-- groot werden, en dus uitstonden 1000 gewone aandeelen à f 1 .- ,
1000 7 pct. cum. pref. winstd. aandeelen à f 1000 en 50 5 oct. pref. aand.