OCR:ed block content:
Belgisch-Nederlandsche Cultuur Maatschappij, te Am-
sterdam. Opgericht 26 November 1904. Du ur: 26 Nov. 1954. Do el:
de ontginning en cultuur van gronden, gelegen op Java (met uitzondering
van de residentiën Djokjakarta en Soerakarta), het beplanten dier gronden
ter verkrijging van koffie, thee, caoutchouc en andere producten, de berei-
ding enz. en de verkoop van deze producten, het verkrijgen van bovenge-
noemde gronden in erfpacht, opstal, huur enz., het weder verkoopen, ver-
vreemden of aan anderen in exploitatie of genot afstaan van die gronden.
Ondernemingen: Tjimatis 645 bws. en Tjirandji 610 bws. op Java,
residentie Preanger en Alicia 939 bws. op Sumatra, residentie Palembang.
Ulto 1931 bestond de totale aanplant uit 1641 bouws van 8000 M2. met totaal
138.826 hevea's waarvan 8742 geplant in 1905 t/m. 1921, 72} bws. in 1924, 40 bws.
in 1925, 1034 bws. in 1926, 1264 bws. in 1927, 375 bws. in 1928 en 482 bws. in
1929. De jonge onderneming Alicia (met aanplanten van 1927-1929) werd
1 Nov. 1931 afgesloten, om middelen te sparen voor onderhoud der oudere
plantages. De mpij. bezit f 455.000 van de f 910.000 aand. Rubber Cultuur
Mpij. „Tjoeroeg“ (zie deze). Kapitaal geautoriseerd f 2.000.000, verdeeld
in 20.000 aandeelen à f 100, waarvan f 1.350.000 geplaatst. O prich-
tersbewijzen: 3500 stuks. Bij de oprichting bedroeg het kapitaal
f 350.000, het werd in 1905 verhoogd tot f 700.000, in 1909 tot f 900.000 en.
in April 1928 tot f 1.350.000. Op de laatste uitgifte van f 450.000 stond van
23-27 April 1928 de inschrijving open bij T. & Co. à 125 pct. (voor-
keur 2 : 1, no. 13). Op 22 Januari 1929 werden door de firma Bon
& Fritz te Amsterdam ter beurze van Amsterdam geintroduceerd de
aandeelen van f 100 (1e koers 111 pct.) Officiële noteering 15 Mei
1930. Prospectus in deel II 1929. Winstverdeeling: Na afschrij-
vingen eerst 5 pct. cumulatief dividen'd op de aandeelen, daarna 5 pct.
aan de reserve, van het overblijvende 5 pct. aan het gedelegeerd lid op
Java en 10 pct. aan de leden van den raad van beheer, 2 pct.
ten behoeve van geëmployeerden in Europa en van het saldo 50 pct. aan
aandeelhouders, 50 pct. aan oprichtersbewijzen. De dotatie aan de reserve