OCR:ed block content:
Cultuur Maatschappij „Sedep" te Amsterdam. Opgericht
December 1901. Duur: tot in 1970. Doel: de exploitatie van
gronden in Nederl. Oost-Indië, met uitzondering van de residentiën Djok-
jakarta en Soerakarta, hoofdzakelijk door het telen van thee en kinabast,
zoomede het opkoopen, voor de markt bereiden, verwerken en verkoopen
dier producten. De maatschappij bezit de erfpachtsperceelen Sedep I/IV
en Toetoep, Toetoep Noord en Toetoep West, ter gezamenlijke grootte van
1920 bouws, gelegen op de hoogvlakte van Pengalengan, Preanger Regent-
schappen. Einde 1932 bestond de aanplant uit 1362 bouws theetuinen waar-
van ca. 22 bw. nog niet in productie, 308} bws. kinatuinen, 14 bws. ge-
mengde thee- en kinatuinen, 5 bws. plantklaar voor thee en 31 bws. kweeke-
rijen. De mpij. is aangesloten bij de Vereen. van Kinabastproducenten.
Kapitaal geautoriseerd f 1.500.000, waarvan geplaatst f 1.440.000, n.l.
f 300.000 bij de oprichting, f 100.000 in 1908/10 en f 1.040.000 in 1920, als
volgt: f 240.000 aandeelen werden uitgegeven tegen intrekking van 120
(alle) winstaandeelen, terwijl 15 Sept. 1920 bij de N. I. E. M., de inschrij-
ving openstond op f 800.000 aandeelen groot f 1000 à 100 pct., incl.
div. 1920. (Voorkeur 1 : 2, no. 18 en 19). Prospectus in deel I 1921. Officieele
noteering 18 Dec. 1920. Door de Centrale Trust Cie. worden sedert 26 Octo-
ber 1923 uitgegeven: Certificaten van aandeelen groot
f 100. Kosten van aanmaak f 2.50 per certificaat plus zegel, royement en
teruggaaf der aandeelen } pct. plus eventueele kosten; uitbetalingen na
aftrek van 1 pct. Het maximum der reserve (f 500.000) bereikt zijnde, is
de winstverdeeling: na afschrijvingen en speciale reserveering
eerst 6 pct. aan aandeelhouders. Van het overblijvende 5 pct. aan den
directeur, 5 pct. aan commissarissen en 90 pct. aan aandeelhouders. Divi-
denden verjaren na 5 jaar. Dividend 1907-1920: 6, 7, 10, 15, 20,
20, 15}, 28, 42, 45, 10, 46, 68 en 25 pct .; 1921-1932: 184, 30, 40, 50, 50, 55, 45,
40, 38, 20, 5 en 4 pct. (no. 43, 30 Juni 1933, ten kantore der mpij.).
Directie: D. M. & C. Watering. Commissarissen: R. Boele
en P. J. Ph. Dietz, te Den Haag, Prof. Mr. Ph. Kleintjes te Amsterdam
en R. H. Reeling Brouwer te Hilversum.