OCR:ed block content:
Thomsen's Havenbedrijf, gevestigd te Rotterdam. Op ge-
richt 18 Dec. 1911. Do el: De uitoefening van het stuwadoors- en veem-
bedrijf in den ruimsten zin des woords. Deelneming in andere vennoot-
schappen is geoorloofd. De mpij., welke een voortzetting is van de zaken
der reeds in 1871 te Rotterdam gevestigde firma P. Thomsen & Co. en van
de N.V. „Neutraal", waarvan genoemde firma de directie uitmaakte, bezit
drijvende stoomkranen voor het overladen van ertsen, alsmede electrische
los- en laadbruggen, sleepbooten, lichters enz. In 1921 verkreeg de venn.
alle aandeelen van het ,,Maasveem". Ook is het sleepersbedrijf
N.V. Maatschappij van Algemeen Vervoer v.h. H. W. König & Co. in haar
bezit. In 1929 kreeg de Maatschappij voor } belang bij de Thom-
son's Antwerp Stevedoring Cy. te Antwerpen. Kapitaal f 3.000.000.
waarvan geplaatst en volgestort f 2.500.000. Voorts zijn er 400 winst be w.
uitgegeven. Het kapitaal was aanv. f 1.500.000 waarvan geplaatst f 1.125.000;
op 2 Juni 1913 was o.a. bij de Rotterdamsche Bankvereen. de inschrijving
opengesteld op f 125.000 aandeelen, elk groot f 1000, tot den koers
van 113 pct., terwijl in 1919 f 750.000 en in 1921 f 500.000 aandeelen onders-
hands à pari werden geplaatst. De houders van 140 in 1919 uitgegeven
winstbewijzen hebben ten behoeve van de aandeelen 1-1250 tot een over-
eengekomen maximum van f 125.000 afstand gedaan van hun recht op uit-
keering gedurende de eerste 10 jaren. Dientengevolge waren de uitgekeer-
de dividenden op deze aandeelen over de jaren 1919-1925 hooger dan op-
de overige stukken. Daar het overeengekomen bedrag bovengenoemd.
na de uitkeering in 1926 (over 1925) bereikt was en de dividenden op alle
aandeelen derhalve in het vervolg gelijk zullen zijn werd ook voor de aand.
nos. 1251-2500 off. not. aangevraagd en 1 Juni 1926 verkregen Winst-
verdeeling: na vaststelling der tantièmes voor het personeel komt
5 pct. aan aandeelhouders en wordt het restant als volgt verdeeld: 15 pct.
aan de directie, 15 pct. aan commissarissen, 25 pct. aan houders van winst-
bewijzen en 45 pct. aan aandeelhouders, welke laatste 45 pct. echter geheel
of gedeeltelijk voor bedrijfsdoeleinden kunnen worden gereserveerd. D'ivi-
dend (t/m. 1925 op de aandeelen nos. 1-1250 en daarna op alle uit-
staande aandeelen): 1912-1930: 73, 73, 64, 0, 0, 0, 0, 7}, 14}, 8, 8, 7, 12, 12},
15, 15, 15, 15 en 10 pct. 1931 en 1932: 6 en 3 pct. (no. 17, 28 April 1933 bij de
R. B. V.). Aandeelen boven no. 1250: alléén in 1919-1925: 7, 12, 7, 7, 63, 10
en 10 pct. Dividend winstbewijzen: 1926-1931: f 340.55, f 354.85, f 363.64,
f 358.45, f 174.61 en 35.24 (no. 16); 1932: nihil. Omtrent een in 1928 afgelost