OCR:ed block content:
West-Borneo Cultuur-Maatschappij, te 's Gravenhage. O p-
gericht: 23 Augustus 1910. Duur: tot 28 Maart 1983. Doel: de
exploitatie der van den heer Th. A. de Neve overgenomen concessie Nanga
Djetah, groot 3000 H.A., gelegen in de Residentie Sintang, Westerafdeeling
van Borneo en de cultuur van rubber en andere gewassen. De concessie
loopt tot 1983. Een in 1924 voorgenomen verkoop der onderneming voor
f 520.000 ging niet door. De inbreng geschiedde voor f 850.000, ge-
deeltelijk in geld, gedeeltelijk in aandeelen betaald. In 1915 werd de werk-
zaamheid uitgebreid tot het koopen, exploiteeren enz. van vergunningen en
het verkoopen van de voortgebrachte producten. In 1916 werden ca. 3800
H.A. delfstoffen terreinen verkregen, voorzoover na te gaan voor nom.
f 600.000 gewone aandeelen. In 1920 werden tegen uitreiking van f 110.000
preferente aandeelen op Java twee concessies verkregen voor de winning
van magneetijzer-zand. Deze concessies werden in 1931 aan het Gouver-
nement teruggegeven. De aanplant bedroeg ulto 1933: 601 H.A. met
152.458 hevea's; de oude aanplant van 173} H.A. is van 1907-1920; de
jonge aanplant is van 1927-1930. Ulto 1933 waren 66.586 boomen tapbaar,
waarvan er 43.332 in periodieken tap waren. Kapitaal geautoriseerd
f 1.856.000, verdeeld in f 1.500.000 gew. aandeelen, groot f 150,
waarvan geplaatst f 575.100 en f 356.000 pref. aandeelen, groot
f 100, nos. 1-2360 en 4601-5800, alle geplaatst. Reorganisatie.
Op 24 November 1926, toen f 2.500.000 gewone aandeelen in stukken
van f 1000 en f 890.000 pref. aandeelen in stukken van f 250 uitstonden,
werd besloten 85 pct. op de gewone en 40 pct. op de preferente aandeelen
af te schrijven. Dit verklaart tevens de huidige nominale waarde der aan-
deelen. Kort na de reorganisatie werden f 200.100 nieuwe aandeelen van
f 150 à pari geplaatst. De gelden dienden voor uitbreiding van aanplant
en aflossing rest obligatieleening. De oude gewone aandeelen zijn sedert
20 Sept. 1927 slechts leverbaar indien afgestempeld van f 1000 op f 150.
Omtrent de besprekingen die aan het besluit tot afschrijving voorafgingen,
het bod dat toen op de onderneming gedaan werd en mede-
deelingen uit het accountantsrapport Van Overeem enz.
zie men de kleine letter op pag. 1228 en 1229 van deel I 1927. Omtrent de
plaatsing van aandeelen vóór de reorganisatie
het volgende: Hoe de pref. aand. geplaatst werden is niet gepubliceerd ;
alleen werd ons bekend, dat in 1920 nom. f 110.000 werd uitgegeven tegen
twee mijnconcessies. In 1921-1926 werden f 450.000 dezer aandeelen ge-
plaatst. Nadat f 850.000 gewone aandeelen reeds waren geplaatst (zie in-
breng), stond 16 Maart 1911, bij de H.H. Gebr. Schouten te Amsterdam, op
f 650.000 gewone aandeelen, groot f 1000, de inschrijving open tot
den koers van 100 pct. In 1914 en 1915 werden twee maal f 100.000 en een-
maal een onbekend bedrag gewone aand. aangeboden door het Fin. Nieuws-
en Uitlotingsblad, resp. à 22}, 25 en 27 pct. In 1916 werden nog f 650.000
gewone aandeelen vermoedelijk tegen inbreng van mijnconcessies afgegeven.
Op 19 October 1925 gaf de directie per advertentie kennis van de on-
derhandsche plaatsing van 400 nieuwe gew. aand. Er zijn 20 oprichters
a and. en 1500 winstbew. uitgegeven. Winstverdeeling: eerst
73 pct. aan pref. aand .; van het overblijvende 10 pct. aan het reservefonds
(max. 50 pct. van het geplaatst kapitaal), van het restant 85 pct. aan ge-
wone en pref. aandeelhouders samen met dien verstande dat daaruit in
de eerste plaats tot 6 pct. op de gewone aand. wordt uitgekeerd, worden-
de het eventueel overschot tusschen houders van gewone en preferente