|
11211 |
. |
|
11212 |
616 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. |
|
11213 |
maatschappij het recht de aflossing te versterken, mits zij hiervan 3 |
|
11214 |
maanden te voren aankondiging doet. Coupons verjaren na 5, uitge- |
|
11215 |
lote obligatiën na 30 jaren. Op 31 Dec. 1905 was van deze leening per |
|
11216 |
resto nog uitstaande omstreeks f 956.000. Divid. 1897-1904: 0, 0, 0, 9, |
|
11217 |
0, 4, 6 en 10 pct. (no. 5). Bewijs no. 1 werd als claim gebruikt. Op de |
|
11218 |
oprichtersbewijzen werd over 1900 f 30 en over 1904 f 45 uitgekeerd. |
|
11219 |
Winstverdeeling: Eerst 7 pct. aan aandeelhouders ; van het dan |
|
11220 |
resteerende komt 5 pct. aan het reservefonds, 15 pct. aan directie en |
|
11221 |
commissarissen, 30 pct. aan houders van oprichtersbewijzen, en 50 |
|
11222 |
pct. aan aandeelhouders. Zoodra en zoolang het reservefonds 25 pct. |
|
11223 |
van het gestorte maatschappelijk kapitaal bedraagt, wordt daarvoor |
|
11224 |
niet meer afgezonderd, en komen de daarvoor bestemde 5 pct. ten |
|
11225 |
bate der aandeelhouders. Bij eventueele uitgifte van nieuwe aan- |
|
11226 |
deelen hebben houders van oprichtersaandeelen recht van voorkeur |
|
11227 |
tot inschrijving op 30 pct. van dat bedrag, houders van aandeelen |
|
11228 |
op de resteerende 70 pct. In Dec. 1904 werd aan de aandeelhouders |
|
11229 |
eene Exploitatie-overeenkomst met de „Koninklijke" |
|
11230 |
voorgesteld, waarvan de hoofdbepalingen als volgt luiden : |
|
11231 |
De Koninklijke neemt van 1 Januari 1904 af. van de Enim over |
|
11232 |
alle hare concessiën, vergunningen, terreinen, inrichtingen en goe- |
|
11233 |
deren, rechten en verplichtingen, voortvloeiende uit door haar aan- |
|
11234 |
gegane contracten. |
|
11235 |
Als prijs voor deze overdracht wordt door de Koninklijke aan de |
|
11236 |
Enim betaald : |
|
11237 |
1. 2000 Preferente aandeelen Koninklijke van de tweede serie à |
|
11238 |
1000 gulden, rentende 4 pct. |
|
11239 |
2. 600*) Gewone aandeelen Koninklijke à 1000 gulden; |
|
11240 |
3. Een som in contanten ter overname van de op 1 Januari 1904 |
|
11241 |
aanwezige producten; |
|
11242 |
4. Eene royalty over de ruwe olie gewonnen uit de terreinen door |
|
11243 |
de Koninklijke van de Moeara Enim overgenomen, berekend |
|
11244 |
als volgt : |
|
11245 |
2.50 gulden per ton bij een productie tot en met 50.000 ton |
|
11246 |
per jaar; voor elke 1000 ton per jaar meer wordt de royalty |
|
11247 |
verhoogd met anderhalve cent tot een maximum royalty van |
|
11248 |
4 gulden bij een productie van 150.000 ton per jaar. |
|
11249 |
De Enim zal de helft betalen van de aan het Gouvernement ver- |
|
11250 |
schuldigde cyns, met dien verstande, dat als de netto-opbrengst |
|
11251 |
der uit een ton ruwe olie verkregen producten minder bedraagt dan |
|
11252 |
f 15 de geheele cyns door Moeara Enim, doch als die obprengst |
|
11253 |
meer dan f 35 bedraagt de geheele cyns door de Koninklijke betaald |
|
11254 |
wordt. |
|
11255 |
De Koninklijke verbindt zich bij de bewerking van de terreinen, |
|
11256 |
overgenomen van de Enim, geen rekening te houden met den prijs |
|
11257 |
van de uit die terreinen te winnen olie in verband met wellicht . |
|
11258 |
*) Daar de Mpij. gebruik maakte van haar voorkeursrecht bij de uitgifte in |
|
11259 |
1905 van f 3.300.000 „Koninklijke“-aandeelen, vermeerderde haar bezit van deze |
|
11260 |
aandeelen met f 300.000 tot f 900.000. Red. |