|
14669 |
MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN. 681 |
|
14670 |
Belang. Directeur: J. H. T. Zimmermann. Commissaris- |
|
14671 |
sen: J. Dinger, J. H. Landberg en J. H. Schmiedell. Kapitaal |
|
14672 |
aanv. f 1.700.000, verdeeld in aandeelen groot f 100, welke te Am- |
|
14673 |
sterdam niet-officieel worden verhandeld. Er werden bij de oprich- |
|
14674 |
ting f 380.000 aandeelen à pari geplaatst, terwijl f 700.000 aandeelen |
|
14675 |
voor den inbreng van het concessieterrein werden uitgereikt. In 1899 |
|
14676 |
vond de inschrijving à pari plaats op f 120.000 aandeelen, er waren |
|
14677 |
dus op 31 December 1904 f 500.000 aandeelen in portefeuille, welke |
|
14678 |
bestemd zijn voor aflossing der obligatieleening van gelijk bedrag |
|
14679 |
(zie h.o.). In November 1905 werd besloten het maatschappelijk kapi- |
|
14680 |
taal met f 500.000 uit te breiden, en over te gaan tot de uitgifte van |
|
14681 |
f 200.000 aandeelen. Hierop was te Batavia en te Amsterdam tot 10 |
|
14682 |
Jan. 1906 de inschrijving met voorkeursrecht voor aandeel- en obliga- |
|
14683 |
tiehouders à 115 pct. opengesteld. Hier werden inschrijvingen door de |
|
14684 |
Ned. Ind. Escompto-Mpij. aangenomen. Zes dividendbewijzen no. 4 |
|
14685 |
gaven bestaande aandeelhouders recht van voorkeur op 1 nieuw aan- |
|
14686 |
deel. Het bij deze gelegenheid uitgegeven prospectus is volledig aan |
|
14687 |
het einde van dezen jaargang afgedrukt. Er werd in 1901 |
|
14688 |
besloten tot het aangaan van een 7} pets. hypothecaire |
|
14689 |
obligatieleening groot f 500.000, waarvan aanvankelijk on- |
|
14690 |
geveer f 300.000 uitgegeven, de resteerende f 200.000 werden voorloopig |
|
14691 |
als onderpand voor opgenomen gelden bij bankiers gedeponeerd. In |
|
14692 |
1905 werden wegens hare verhoogde marktwaarde deze f 200.000 obli- |
|
14693 |
gatiën à 150 pct. gerealiseerd, en werd met de opbrengst daarvan o.m. |
|
14694 |
het verleende voorschot ad f 100.000 afbetaald. Zij werden alle door aan- |
|
14695 |
deelhouders genomen. Op deze obligatiën werd tot dato nog geen |
|
14696 |
rente betaald. Immers nadat in Juli 1901 bij de uitgifte besloten was, |
|
14697 |
dat het bestuur der mpij. het recht had de betaling der rente ver- |
|
14698 |
schuldigd tot en met 31 Dec. 1903 niet eerder te doen plaats vinden |
|
14699 |
dan op 31 Dec. 1903 (van welke bevoegdheid gebruik werd gemaakt), |
|
14700 |
namen obligatiehouders op 11 November 1903 het besluit de mpij. |
|
14701 |
uitstel „der verschenen en nog te verschijnen rente t/m. 1 Januari |
|
14702 |
1905 te verleenen. Dit uitstel zal geacht worden stilzwijgend van jaar |
|
14703 |
tot jaar te zijn verlengd en alsmede gelden voor (eventueel) inmid- |
|
14704 |
dels verder verschijnende rente." Dientengevolge was op 1 Januari |
|
14705 |
1905 aan interest f 64.800 achterstallig. De obligatiën genieten 30 pct. |
|
14706 |
der zuivere winst. Aflosbaar na 1909, ter keuze van den houder |
|
14707 |
à pari in contanten, of tegen afgifte à pari van' een aandeel in de |
|
14708 |
mpij. Dividend werd nog niet uitgekeerd. Bewijs no. 4 behoort bij |
|
14709 |
het aandeel. Koersbeweging te Batavia 1904. Aandeelen: H.K. 50, |
|
14710 |
L.K. 17. Obligatiën: H.K. 75, L.K. 42}. Koersen der aandeelen te |
|
14711 |
Amsterdam 1905: 105} (27 April), 1 Mei, 1 Juni enz .: 120, 131, -, -, |
|
14712 |
130, 130, 134, -. |
|
14713 |
Exploitatie 1900-1904. In de jaren 1900-1904 werd totaal aan edel |
|
14714 |
metaal geproduceerd voor een waarde van f 676.624. Hiertegenover stond aan |
|
14715 |
exploitatiekosten noodzakelijke afschrijvingen enz. een bedrag van f 1.365.527, |
|
14716 |
zoodat het verlies uit de exploitatie op 31 December 1904 f 688.899 bedroeg. In |
|
14717 |
1904 bedroeg de goudopbrengst f 267.644 en vereischten de exploitatiekosten |
|
14718 |
f 278.405. |