|
16079 |
710 DIVERSEN BINNENLAND. |
|
16080 |
ficieel genoteerd. Winstverdeeling: Eerst 5 pct. aan houders |
|
16081 |
der aandeelen A, daarna 5 pct. over aandeelen B. Van het dan |
|
16082 |
resteerende komt: 10 pct. aan commissarissen, 10 pct. aan directie, |
|
16083 |
50 pct. aan aandeelhouders, 123 pct. aan het reservefonds, 10 pct. |
|
16084 |
aan de oprichtersbewijzen, (welke na overlijden der H.H. Brummer |
|
16085 |
ten bate der vennootschap vervallen) en 71/2 pct. aan het personeel. |
|
16086 |
De preferentie der aandeelen A boven de aandeelen B hield sedert |
|
16087 |
31 December 1902 op. De aandeelen (die thans waardeloos |
|
16088 |
zijn) werden op 13 Maart 1905 uit de officieele noteering gelicht. |
|
16089 |
5 pct. Obligatiën, groot f 1000, met coupons per |
|
16090 |
1 Februari en 1 Augustus, aflossing door uitloting à 103 pct., |
|
16091 |
te beginnen in 1904 en eindigende in 1929. Na 1906 mag de aflossing |
|
16092 |
worden versterkt. Trekkingen te houden in Mei, betaalbaar 1 Augus- |
|
16093 |
tus d.a.v. Gewaarborgd door eerste hypothecair verband op |
|
16094 |
de onroerende bezittingen der vennootschap. Op deze leening, |
|
16095 |
f 750.000 groot (per resto f 661.000) was den 15 Juli 1901 de inschrijving |
|
16096 |
opengesteld o.a. bij de Wed. Gerbert Rebel te Amsterdam, à 98 pct. |
|
16097 |
De Algemeene Trust-Maatschappij te Amsterdam treedt als Trustee |
|
16098 |
dezer leening op. Er is een beschermingscomité gevormd bestaan- |
|
16099 |
de uit de H.H .: Mr. A. F. van Hall, voorzitter, S. P. van Eeghen, |
|
16100 |
vice-voorzitter, Mr. J. B. Roelvink, W. Rebel, Mr. C. E. A. Baron |
|
16101 |
van Till en Mr. M. van Regteren Altena, terwijl daaraan nog als se- |
|
16102 |
cretaris toegevoegd is de heer Mr. C. Frikkers. De Mij. is in staat |
|
16103 |
van faillissement verklaard. Op de obligatiën vond in 1905 een |
|
16104 |
eerste uitkeering plaats (zie hieronder). Sedert 10 April 1905 zijn |
|
16105 |
dientengevolge alleen de voor de eerste uitkeering afgestempelde obli- |
|
16106 |
gatiën leverbaar. |
|
16107 |
Blijkens mededeeling was de stand van zaken in Oct. 1904 als volgt: |
|
16108 |
Actief: roerende goederen te Amsterdam en fabriek te Bussum |
|
16109 |
f 850.000 (deze hebben bij veiling slechts f 60.700 opgebracht, Red.); |
|
16110 |
idem buiten Nederland f 100.000; onroerende goederen te Amsterdam, |
|
16111 |
Bussum en Rotterdam komen op de balans voor met f 288.000, debiteu- |
|
16112 |
ren (waaronder veel dubieuse) f 100.000; contanten f 2000, totaal |
|
16113 |
f 1.340.000. |
|
16114 |
Daartegenover stond een passief van: obligatieleening f 661.000, |
|
16115 |
voor geen vijfde deel gedekt door hypotheek op de gebouwen te Am- |
|
16116 |
sterdam en te Bussum en door de opbrengst van drie levensverzeke |
|
16117 |
ringpolissen; verschuldigde interest op bovenstaande obligatieleening |
|
16118 |
f 16.525; voorschotten van de banken f 772.000; crediteuren f 100.000, |
|
16119 |
totaal f 1.549.525. |
|
16120 |
De gebouwen der N. V. Koelit werden in Februari 1905 in veiling |
|
16121 |
gebracht, en vonden koopers tot een prijs van f 60.700. Op 1 April |
|
16122 |
d.a.v. berichtte de Algemeene Trust Mpij. dat uit de opbrengst der |
|
16123 |
voor de obligatieleening verbonden goederen een (eerste) uitbetaling |
|
16124 |
zou geschieden op de 661 uitgegeven obligatiën. Totaal was beschik- |
|
16125 |
baar een bedrag van f 65.505.10, hetgeen een uitkeering van f 99.10 per |
|
16126 |
obligatie mogelijk maakte. Deze uitbetaling werd op de obligatiën |
|
16127 |
afgestempeld (zie boven). |