Page 606 in yearbook 1907

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1907 vanoss_1907 606 508 content 1928 × 2492 1907/5720

Blocks on this page 1

Main
2351
3 lines

Page content 59

The raw OCR output of this page, line by line.
1831 508 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN (Binnenland).
1832 rekening zijn er het gevolg van. Op den duur zal de oppervlakte onzer toch al
1833 kleine fabrieksterreinen nog meer worden verminderd, door aanleg van straten enz.
1834 Uit hoofde hiervan is het niet aan te bevelen nog groote bedragen in de thans be-
1835 staande fabriek te steken. Wat echter daardoor wel noodzakelijk wordt, is de bouw
1836 in afzienbaren tijd van een nieuwe centrale fabriek. Wij stellen u voor de netto-
1837 winst van 1905 in de zaak te laten om zoodoende de financieele positie sterker te
1838 maken, terwijl dan tevens het nog resteerend verliessaldo belangrijk wordt geredu-
1839 ceerd. (Aan deze opmerkingen, ontleend aan het Duitsche verslag der „Vereinigte
1840 Margarine- und Butterfabrieken, waarbij de Nederlandsche Mpij. als commanditaire
1841 is betrokken, voegt de Raad van Beheer dezer laatste nog toe dat hij het met „de Weener
1842 heeren eens (is), dat de bouw van een modern ingerichte centraalfabriek ons groote
1843 voordeelen kan bieden. Op de bereiking van dit doel blijven wij ons oog gevestigd
1844 houden." Ten slotte ontleenen wij nog aan de mededeelingen van den Raad van
1845 Beheer het volgende: „Het netto-winstcijfer der Nederlandsche vennootschap be-
1846 draagt f 116.479.96, tegen / 21.836.48} in 1903 en f 94.828.50 in 1904. Door de in vroeger
1847 jaren geleden verliezen is ons bedrijfskapitaal nog steeds onvoldoende te noemen.
1848 Zoolang wij er niet in geslaagd zijn, dit op de eene of andere wijze blijvend te
1849 versterken, achten wij het lichtzinnig tot dividenduitkeering te adviseeren, zoodat
1850 wij ook weder dit jaar moeten voorstellen het geheele winstsaldo voor afschrijving
1851 op gebouwen en machinerieën te bestemmen." Red.)
1852 Nederlandsche Voerage Maatschappij, gevestigd te
1853 Utrecht. Filialen te Ermelo, Harderwijk, Maartensdijk en Rhenen.
1854 Opgericht 7 October 1903. Du ur tot 6. October 1933. Doel: Het
1855 drijven van handel in hooi, stroo, haver, granen, meel, krachtvoeders, turf-
1856 strooisel en hulpmeststoffen, den handel in vee en het onderhouden van
1857 een veestapel, enz. Directeur: E. van Coevorden te Amersfoort.
1858 Commissarissen: Mr. A. C. Crena de Jongh, D. C. Hasselman,
1859 W. C. Momma, G. Voorhoeve, Floris Vos en Mr. Dr. W. A. van Zijst. K a-
1860 pitaal: aanvankelijk f 200.000, in 1905 verhoogd tot f 500.000, verdeeld
1861 in 500 aandeelen aanvankelijk op naam, thans aan toonder, groot
1862 f 1000, waarvan in Februari 1905 geplaatst f 198.000. Ingevolge besluit van
1863 de aandeelhoudersvergadering van 27 Februari 1905 werd overgegaan tot de
1864 uitgifte der resteerende f 302.000 aandeelen, welke deelden in het halve
1865 dividend over 1904/5. Hierop was o.a. bij de Kasvereeniging te Amsterdam
1866 à 100 pct. op 20 Maart 1905 de inschrijving opengesteld. Het bij deze ge-
1867 legenheid uitgegeven prospectus is aan het einde van den vorigen jaar-
1868 gang afgedrukt. Bij toewijzing van iedere f 10.000 aandeelen zou één winst-
1869 bewijs worden uitgereikt. Dividend 1903/4 (9 maanden): 5 pct. en
1870 1904/5: 4 pct. (no. 2). De nieuwe aandeelen ontvingen dus over 1904/5 f 2.50
1871 uitgekeerd. Over 1905/6 werd geen dividend uitgekeerd. Winstver-
1872 deeling: Na aftrek van onkosten, afschrijvingen, etc., minstens
1873 10 pct. aan het reservefonds; daarna ontvangen aandeelhouders
1874 4} pct. De overwinst wordt verdeeld als volgt: 50 pct. aandeel-
1875 houders, 15 pct. commissarissen, 15 pct. directie, 10 pct. houders van
1876 winstbewijzen, 10 pct. personeel. Inbreng: In deze maatschappij, is
1877 door den heer Fioris Vos, zijn zaak zonder eenige betaling voor „goodwill",
1878 ingebracht. Volgens het prospectus, behielden de H.H. Floris Vos c.s. niet
1879 alleen de f 198.000 aandeelen, welke zij reeds bezaten, doch zouden zij bo-
1880 vendien voor circa f 50.000 in de nieuwe uitgifte ad f 302.000 deelnemen.
1881 Uit Verslag 1905/6. Het derde boekjaar werd met grooten ijver en nieuwen
1882 moed aangevangen. Met den bouw der silo- en maal-inrichtingen aan den Vaart-
1883 schen Rijn werd begonnen. De grootste teleurstelling in dit boekjaar was wel, dat
1884 deze inrichting niet op het in het bestek bepaalde tijdstip werd afgeleverd doch
1885 eerst in Maart 1906. De boete, daarvoor ontvangen, weegt bij lange na niet op,
1886 tegen de enorme schade, welke daardoor aan het bedrijf der mpij. werd toege-
1887 bracht. De contracten waren n.l. afgesloten op den basis der voordeelen onzer
1888 eigen inrichtingen, enz. Onze loonmolenaars wetende dat wij hunne aanstaande
1889 concurrente zouden worden, behandelden ons zeer ongeregeld en slecht, en lieten