|
11476 |
MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN (Nederland en Koloniën). 731 |
|
11477 |
schrijving op deze aandeelen, waarvan de plaatsing door een garantie-syndi- |
|
11478 |
caat à 105 pct. was verzekerd, was alleen te Batavia van 7-20 Augustus 1906 |
|
11479 |
opengesteld, tot den koers van 120 pct. Recht van voorkeur hadden aan- |
|
11480 |
deelhouders op één aandeel tegen inlevering van 14 dividendbewijzen no. 5, |
|
11481 |
en obligatiehouders op de niet door aandeelhouders genomen stukken door |
|
11482 |
inlevering van één winstbewijs no. 3. Vrije inschrijving was daarna nog |
|
11483 |
opengesteld. Er werd in 1901 besloten tot het aangaan van een 7} p cts. |
|
11484 |
hypothecaire obligatieleening groot f 500.000 (met aandeel in |
|
11485 |
de winst en voorkeursrecht bij uitgifte van aandeelen) waarvan aanvankelijk |
|
11486 |
ongeveer f 300.000 uitgegeven, de resteerende f 200.000 werden voorloopig |
|
11487 |
als onderpand voor opgenomen gelden bij bankiers gedeponeerd. In 1905 |
|
11488 |
werden wegens hare verhoogde marktwaarde deze f 200.000 obligatiën à 150 |
|
11489 |
pct. gerealiseerd (zie verder hieronder). Nadat in Juli 1901 bij de uitgifte |
|
11490 |
besloten was, dat het bestuur der maatschappij het recht had de betaling |
|
11491 |
der rente verschuldigd tot en met 31 December 1903 niet eerder te doen |
|
11492 |
plaats vinden dan op 31 December 1903 (van welke bevoegdheid gebruik |
|
11493 |
werd gemaakt), namen obligatiehouders op 11 November 1903 het besluit |
|
11494 |
de maatschappij uitstel „der verschenen en nog te verschijnen rente t m. |
|
11495 |
1 Januari 1905 te verleenen. Dit uitstel zal geacht worden stilzwijgend van |
|
11496 |
jaar tot jaar te zijn verlengd en alsmede gelden voor (eventueel) inmiddels |
|
11497 |
verder verschijnende rente". Dientengevolge was op 30 Juni 1906 aan inte- |
|
11498 |
rest f 78.750 achterstallig. Zooals hierboven medegedeeld, werd ingevolge |
|
11499 |
besluit der vergadering van aandeelhouders van 15 Mei 1905 overgegaan tot |
|
11500 |
de uitgifte der toen nog in portefeuille verblijvende f 200.000 obligatiën, met |
|
11501 |
rente-coupons van no. 1 af, fot den koers van 150 pct. Uit de opbrengst dezer |
|
11502 |
leening werden de volgende schulden betaald: |
|
11503 |
Schuld aan de bankinstellingen f 100.000 |
|
11504 |
7} pct. rente op f 300.000 en op f 200.000 obligatiën van 1 Jan. |
|
11505 |
1902-30 Juni 1905 ,, 131.250 |
|
11506 |
Diverse Crediteuren ,, 25.000 |
|
11507 |
f 256.250 |
|
11508 |
De maatschappij hield derhalve nog circa f 40.000 in kas. De obligatiën |
|
11509 |
genieten 30 pct. der zuivere winst. Aflosbaar na 1909, ter keuze van' |
|
11510 |
den houder à pari in contanten, of tegen afgifte à pari van een aandeel |
|
11511 |
in de maatschappij. De rentebetaling op deze obligatiën vindt thans gere- |
|
11512 |
geld plaats. Dividend werd nog niet uitgekeerd. Bewijs no. 6 |
|
11513 |
behoort bij het aandeel. Winstverdeeling: Van de netto-winst |
|
11514 |
komt 73 pct. aan den directeur, 7} pct. aan de commissarissen te zamen, |
|
11515 |
30 pct. aan obligatiën, met dien verstande evenwel dat, naar gelang van de |
|
11516 |
aflossing van obligatiën die 30 pct. naar evenredigheid verminderd worden; |
|
11517 |
en de resteerende 55 pct. of zooveel meer als voor obligatiën minder benoo- |
|
11518 |
digd is aan aandeelhouders. Koersbeweging te Batavia 1904: Aandeelen : |
|
11519 |
H.K. 50, L.K. 17. Obligatiën: H.K. 75, L.K. 42}. 1905: Aandeelen: H.K. |
|
11520 |
132] L.K. 47}. Obligatiën : H.K. 165, L.K. 80. |
|
11521 |
Uit Verslag 1905. Door den heer G. A. Wright werd nadat hij aanvankelijk |
|
11522 |
een uitgebreid rapport over den stand der mpij. had uitgebracht, den dienst op |
|
11523 |
8 Juli 1905 bij het mijnbeheer onzer mpij. aanvaard. In September 1905 deed de |
|
11524 |
heer Wright het bestuur een tweede rapport toekomen bevattende een nieuw plan |
|
11525 |
voor een algeheele verandering in de wijze van exploiteeren der Totok mijnen en |
|
11526 |
waarbij het noodig zou worden een groote goed geregelde molen- en cyanide-instal- |
|
11527 |
latie gelijktijdig met de noodige werken voor waterkracht zoo spoedig mogelijk in |
|
11528 |
werking te brengen. Men zou dan in staat zijn ertsen van zeer laag gehalte met |