|
2017 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN (Binnenland). 489 |
|
2018 |
Weenen niet te harer beschikking kunnen stellen. Daarom zag zij zich gedrongen |
|
2019 |
te verzoeken een vergadering van houders dier obligatiën te willen bijeenroepen, |
|
2020 |
ten einde over te gaan tot de benoeming van een beschermingscomité. In deze |
|
2021 |
vergadering werd een beschermingscomité benoemd. In dit college namen zitting |
|
2022 |
de H.H. H. Lamsvelt te Arnhem, en Mr. J. G. Schölvinck en W. C. de Vlaming te |
|
2023 |
Amsterdam. Voorts benoemde het bestuur der V. v. d. E. uit zijn midden tot leden |
|
2024 |
van dit comité de H.H. A. C. van Heemskerck Veeckens en J. H. Wijsman Hzn. |
|
2025 |
Het comité benoemde tot voorzitter den heer A. C. van Heemskerck Veeckens. Op |
|
2026 |
deze vergadering werd medegedeeld, dat mochten onderhandelingen tot verpachting |
|
2027 |
der onderneming (zie onder Bedrijf 1907) tot een goed resultaat leiden, |
|
2028 |
dan zal door de te ontvangen pachtsom in het vervolg de betaling van |
|
2029 |
de halve rente op de obligatiën verzekerd zijn, terwijl men de betaling |
|
2030 |
der andere helft hoopte te vinden uit 20 pct. der winst van het bedrijf, |
|
2031 |
welke de pachters zouden afstaan. Desgevraagd gaf Mr. Schölvinck op bovenge- |
|
2032 |
noemde vergadering van obligatiehouders, als zijn meening te kennen, dat het |
|
2033 |
belang van aandeelhouders en obligatiehouders medebracht op de aangeboden rege- |
|
2034 |
ling in te gaan. Geschiedde dit niet dan zou het bedrijf stop gezet en de fabrieken |
|
2035 |
te gelde gemaakt moeten worden. Het beschermingscomité zou het aanbod te be- |
|
2036 |
cordeelen hebben, en dit adviseerde dan ook bij circulaire dd. 10 Januari 1908 (zie |
|
2037 |
aanhangsel) den obligatiehouders, de overeenkomst goed te keuren. |
|
2038 |
Uit Verslag 1906. Het verkregen financieel resultaat is er inderdaad toe aan- |
|
2039 |
gedaan den moed, welke wij zoo langzamerhand voor onze zaak weer hadden ver- |
|
2040 |
kregen, te doen verdwijnen. Wij moesten ons gereed maken voor de veranderde |
|
2041 |
verhoudingen welke door het met 1 Maart 1906 van kracht geworden toltarief in het |
|
2042 |
leven werden geroepen. Het gevolg hiervan was dat wij groote sommen in marga- |
|
2043 |
rine en oliën moesten vastleggen, waarvan zoowel de interest, als de onkostenre- |
|
2044 |
kening (door opslag) nadeeligen invloed ondervonden. Zonder dit opslaan hadden |
|
2045 |
wij zoowel door afhankelijkheid van „Schmelzern" als anderzins, verliezen moeten |
|
2046 |
lijden. De groote aankoopen van materialen, hebben het ons echter mogelijk ge- |
|
2047 |
maakt ons voor maanden van de binnenlandsche markt ver te houden. Wij konden |
|
2048 |
daardoor leveringscontracten op langeren termijn afsluiten, welke ons niettegen- |
|
2049 |
staande de verhoogde douanetarieven, voor geruimen tijd den afzet van het grootste |
|
2050 |
deel van ons product en daarmede gepaard gaanden voortdurenden arbeid verze- |
|
2051 |
keren. De voordeelen van een en ander komen echter eerst in de toekomst aan het |
|
2052 |
licht. Met uitzondering van enkele oliën, waren de grondstoffen in 1906 duurder, |
|
2053 |
tengevolge waarvan de kostprijs der fabrikaten zich op hooger niveau stelde, waar- |
|
2054 |
mede een belangrijke afname der bruto-winst gepaard ging. Voor zoover dit mo- |
|
2055 |
gelijk was verhoogden wij de prijzen onzer producten. Mede door het ophouden van |
|
2056 |
export naar Zwitserland en Duitschland zijn de omzetten niet gestegen. Hoe ook |
|
2057 |
andere zaken onder deze toestanden, die een crisis in onze branche hebben veroor- |
|
2058 |
zaakt, gebukt gingen, blijkt o.a. hieruit dat niet minder dan 4 fabrieken haar be- |
|
2059 |
talingen moesten staken, waarbij ook wij met belangrijke sommen betrokken wer- |
|
2060 |
den. Ons bedrijf ondervond voorts storingen door werkstaking (wij moesten toe- |
|
2061 |
geven, en als gevolg daarvan stegen de loonen met Kr. 36.000), enz. Ons product |
|
2062 |
valt meer en meer in den smaak voornamelijk wat de betere kwaliteiten betreft, |
|
2063 |
waarvan wij voor 1907 groote hoeveelheden tegen bevredigende prijzen hebben ver- |
|
2064 |
kocht. Ons zou dan ook het in 1906 geleden verlies niet zoo verontrusten, ware het |
|
2065 |
niet dat bij het in verhouding klein bedrijfskapitaal iedere verzwakking door ons |
|
2066 |
zeer wordt gevoeld, temeer nog omdat aan dit kapitaal telken jare K. 100.000 voor |
|
2067 |
aflossing der obligatieleening wordt onttrokken. Wij verzoeken u dus naar mid- |
|
2068 |
delen om te zien welke tot vergrooting van financieele deelname in onze maat- |
|
2069 |
schappij zullen leiden. Aan deze opmerkingen, ontleend aan het Duitsche verslag |
|
2070 |
der „Vereinigte Margarine- und Butterfabriken", waarbij de Nederlandsche maat- |
|
2071 |
schappij als commanditaire is betrokken, voegde de Raad van Beheer dezer laatste |
|
2072 |
nog toe dat, waar men zich in de drie voorafgaande jaren in een geleidelijke ver- |
|
2073 |
betering der bedrijfsresultaten mocht verheugen, thans door een samenloop van |
|
2074 |
ongunstige omstandigheden een verliescijfer van niet minder dan f 113.195.44 viel te |
|
2075 |
constateeren. De netto winst over 1903-1905 beliep: f 21.835.482, f 94.828.50 en f 116.479.96. |
|
2076 |
Bedrijf 1907. Bij circulaire dd. 14 November 1907 deelde de Raad van Beheer |
|
2077 |
mede dat in het tijdvak 1 Januari-31 Aug. 1907 een verlies van Kr. 302.000 was gele- |
|
2078 |
den, welk verlies sedert nog was toegenomen. (Zie omtrent de oorzaken van een en |
|
2079 |
ander de aan het einde van dezen jaargang afgedrukte circulaire). Door het geleden |
|
2080 |
verlies „is de voortzetting van het bedrijf in den tegenwoordigen vorm niet moge- |
|
2081 |
lijk". (De coupon der obligatiën per 1 December 1907 werd niet voldaan, zie boven). |
|
2082 |
Teneinde te ontkomen aan gedwongen stilzetting van het bedrijf was getracht een |
|
2083 |
combinatie te vinden voor de overneming van de zaak. Bij deze onderhandelingen |
|
2084 |
was den Raad van Beheer gebleken, dat geen hooger bod was te verkrijgen, dan |
|
2085 |
een pachtsom voor de fabrieken, ten bedrage van de helft der rente op de obligatie- |