|
12292 |
734 MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN (Nederland en Koloniën). |
|
12293 |
rapport van den heer Pinckvos, besloot de op 2 Juli 1907 te Batavia gehou- |
|
12294 |
den buitengewone vergadering van aandeelhouders de exploitatie aan te |
|
12295 |
vangen. In verband hiermede werd besloten (in afwijking met de bepaling |
|
12296 |
dat zulks zou geschieden zoodra het eerste dividend zou worden verklaard) |
|
12297 |
de sedert 1 Mei 1901 geblokkeerde 1000 aandeelen ad f 80 aan de rechtheb- |
|
12298 |
bende, de Mijnbouw Mpij. Lebong Goud-Syndicaat, uit te reiken, zoodat |
|
12299 |
het geplaatste kapitaal steeg tot f 500.000. (Daar de coupures der aandeelen |
|
12300 |
tegelijkertijd van f 80 op f 100 werden gebracht, konden van 5 Dec. 1907 af |
|
12301 |
ten kantore der mpij. te Batavia 5 oude aandeelen ad f 80 tegen 4 nieuwe ad |
|
12302 |
f 100 worden verwisseld*). Vervolgens werd overgegaan tot vergrooting van dit |
|
12303 |
kapitaal met f 1.000.000 tot f 1.500.000, in aandeelen van f 100, en daar be- |
|
12304 |
sloten werd hiervan voorloopig f 250.000 in portefeuille te houden, werd van |
|
12305 |
2 Juli tot en met 17 Juli 1907 de inschrijving op de resteerende f 750.000 |
|
12306 |
aandeelen ad f 100 elk opengesteld in Indië en in Londen en Amsterdam |
|
12307 |
(Labouchere Oyens & Co.'s Bank). De koers van inschrijving bedroeg |
|
12308 |
250 pct., met voorkeursrecht voor aandeelhouders. Omtrent de uitoefening |
|
12309 |
van dit voorkeursrecht, de storting-data, enz., zie men het prospectus dat |
|
12310 |
volledig aan het einde van dezen jaargang is afgedrukt. |
|
12311 |
*) Bij Labouchere Oyens & Co.'s bank kon van 13-31 Januari 1908 afstempeling |
|
12312 |
der aandeelen ad f 80 .- geschieden, ter inwisseling tegen nieuwe aandeelen ad |
|
12313 |
f 100 .-. De op 31 Januari 1908 aangevraagde nieuwe stukken zouden dan tele- |
|
12314 |
grafisch worden aangevraagd, en van 10 tot 31 Maart 1908 verkrijgbaar zijn. |
|
12315 |
Exploratie en exploitatie. Met het voorloopig onderzoek der terreinen werd |
|
12316 |
in Juli/Augustus 1903 begonnen, en werd daarna einde 1903 met de mijnbouwkun- |
|
12317 |
dige exploratie een aanvang gemaakt. Aanvankelijk waren de uitkomsten der ex- |
|
12318 |
ploratiewerkzaamheden eerder teleurstellend. Eerst waren die resultaten te Le- |
|
12319 |
bong Tandai zeer bemoedigend, doch bij de voortgezette werkzaamheden werd niet |
|
12320 |
het afdoend bewijs geleverd voor de aanwezigheid van een ertslichaam, geschikt |
|
12321 |
voor exploitatie op groote schaal. Te Simau en Gloemboek Zuid waren de onder- |
|
12322 |
zoekingen op teleurstellingen uitgeloopen en zag men zich zelfs genoopt met het |
|
12323 |
oog op den stand der geldmiddelen de werkzaamheden in te krimpen. Kort vóór |
|
12324 |
de voorgenomen staking der exploratiewerkzaamheden te Lebong Tandai ontdekte |
|
12325 |
de hoofdadministrateur, de heer E. Pinckvos, ongeveer 1} K.M. oostelijk daarvan |
|
12326 |
een nieuw rif, door hem als ,,Juist-op-tijd-rif" (thans genaamd ,,Lebong Baroe") |
|
12327 |
gedoopt. In het verslag over 1904 schatte de heer Pinckvos de ertsmassa reeds op |
|
12328 |
20.000 ton met een gemiddeld gehalte van 24 dwt. Volgens het verslag over 1905 bedroeg |
|
12329 |
de opengelegde ertsmassa totaal 53.000 ton met circa 35.000 oz. fijn goud of ruim |
|
12330 |
13 dwt. per ton. (Zie omtrent het oordeel van den heer Truscott en den heer |
|
12331 |
Kriekhaus over de mijn den jaargang 1907 blz. 723). De kosten voor den aanleg der |
|
12332 |
installatiën, gebouwen, woningen, telefer, 40 stamps batterij, krachtstation, water- |
|
12333 |
leiding, aanwerving koelies enz. werden op f 1.295.000 geraamd zoodat een bedrijfs- |
|
12334 |
kapitaal van f 1.500.000 noodig zou zijn. Ook volgens den heer Truscott konden met |
|
12335 |
40 stampers 60.000 ton erts per jaar worden verwerkt met een extractie van f 25 en |
|
12336 |
onkosten van f 17.50 per ton. Blijkens het verslag over 1906 der mpij. kon in dat jaar |
|
12337 |
op de terreinen niet bijzonder veel verricht worden, daar de heer Pinckvos den heer |
|
12338 |
Kriekhaus op Ketahoen verving tijdens diens verlof. Later zijn de ontginnings- |
|
12339 |
werkzaamheden met kracht voortgezet, en de heer Pinckvos zeide dan ook in zijn |
|
12340 |
per 12 Maart 1907 gedateerd rapport dat hij hoopte binnenkort „met een essaykaart |
|
12341 |
te kunnen aantoonen, dat wij alsdan voor circa f 5.000.000 aan gouderts, voor af- |
|
12342 |
bouw gereed, blootgelegd zullen hebben." D.d. 22 Mei 1907 deed de heer Pinckvos |
|
12343 |
zijn generaal rapport aan de directie toekomen. Hij zegt daarin o.a .: In 1905 wa- |
|
12344 |
ren reeds 1093 M. en in Mei 1907 1699 M. aan galerijen, dwars-slagen en schachten |
|
12345 |
aangelegd. Er zal van de terreinen der mpij. een trambaan worden aangelegd, die |
|
12346 |
loopende over een reeds grootendeels daarvoor in gereedheid gebrachten weg van |
|
12347 |
pl.m. 15 K.M. lengte, aansluiting krijgt aan de Soelit-tram bij 14.8 K.M. Het rap- |
|
12348 |
port gaat vervolgens na de resultaten met dwarsslagen op afstanden van 10 M. bij |
|
12349 |
verschillende breedten verkregen. Er werden ongeveer 1200 proeven genomen. De |
|
12350 |
totale ertsvoorraad wordt geraamd op 6000 tons van 60 dwt., 110.000 van 15, 37000 |
|
12351 |
van 14, 16000 van 13, 8000 van 12 en 3000 van 8 dwt., totaal 180.000 tons met een gehal- |
|
12352 |
te, na aftrek van 30 pct. reserve op de laboratorium essays, van 15.8 dwt .; waar- |
|
12353 |
van 120.000 ton in dagbouw (ontginningskosten f 2 .- per ton) en 60.000 ton in tun- |
|
12354 |
nelbouw (ontginningskosten f 6 per ton). „Deze ertsvoorraad zal, tot op het tijd- |