|
16174 |
PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN (Nederland en Koloniën). 851 |
|
16175 |
bladzijde 822) afrekent, terwijl voor ruwe olie, welke minder dan |
|
16176 |
48 pct. kerosine bevat, de verkoopprijs 5 cts. per ton voor ieder } pct. kero- |
|
16177 |
sine beneden 48 pct. verminderd wordt. De sub c vermelde koopprijs van |
|
16178 |
f 2.50 voor de productie boven 200.000 ton wordt verhoogd met f 0.40 per |
|
16179 |
ton voor iedere gulden welke de „Asiatic" in hetzelfde kalenderjaar boven |
|
16180 |
f 30 .- per ton kerosine aan de „Koninklijke" (Bataafsche) afrekent. Alles |
|
16181 |
met dien verstande, dat de koopprijs nimmer minder zal bedragen dan f 2.50 |
|
16182 |
per ton ruwe olie. Winstverdeeling: Eerst 6 pct. op de preferente aan- |
|
16183 |
deelen, daarna 6 pct. op de gewone aandeelen en van hetgeen dan overblijft |
|
16184 |
5 pct. aan den directeur, 20 pct. aan de commissarissen en 75 pct. aan aan- |
|
16185 |
deelhouders, waarvan 35 pct. aan de preferente aandeelen en 40 pct. aan de |
|
16186 |
gewone aandeelen. Bedrijfskapitaal: Daar uit de f 500.000 in |
|
16187 |
contanten, welke aan de Petroleum-Maatschappij Holland-Perlak werden |
|
16188 |
verstrekt (zie hierboven) alle onkosten, verbonden aan oprichting, emissie, |
|
16189 |
syndicaat enz. betaald zouden worden, bleef er een werkkapitaal van |
|
16190 |
f 1.000.000 over, dat volgens het, bij de uitgifte der gewone aandeelen ge- |
|
16191 |
publiceerd prospectus, „ruim voldoende (is) voor verdere exploratie en |
|
16192 |
exploitatie der terreinen." |
|
16193 |
1906 1907 1908 |
|
16194 |
Laagste koers 78 65 81 |
|
16195 |
Hoogste koers 136 133 144 |
|
16196 |
Bedrijf. De exploitatie-overeenkomst tusschen de Petroleum Mpij. Zuid Perlak |
|
16197 |
en de „Koninklijke“ (in welker plaats zich sedert 1907 de Bataafsche Petroleum Mpij. |
|
16198 |
heeft gesteld, Red.) werd op 12 Januari 1906 aangegaan. De vergunningen 225 a/k. |
|
16199 |
en 225 b/k. werden van de Holland-Perlak op de Zuid-Perlak overgedragen. Verschei- |
|
16200 |
nene nieuwe vergunningen zijn aangevraagd. Allereerst werd dat gedeelte van de |
|
16201 |
vergunning 225 a/k. onderzocht waar, blijkens de vroeger ingestelde onderzoekingen |
|
16202 |
de anticlinale, welke in het terrein der Perlak Petroleum maatschappij wordt aan- |
|
16203 |
getroffen doorloopt. Er werd een eenvoudig doch doelmatig etablissement gebouwd |
|
16204 |
Op 23 Juli 1906 werd met de boringen 1 en 2 aangevangen. Bij put 1 werd op 17 Oc- |
|
16205 |
tober 1906 de olielaag bereikt. Onmiddellijk werden maatregelen genomen om een pijp- |
|
16206 |
lijnverbinding met het pompstation der „Koninklijke" te Rantau-Pandjang te ver- |
|
16207 |
krijgen. Van 22 October 1906 af kon dan ook de put in exploitatie genomen worden |
|
16208 |
en dateeren van dien dag af de geregelde olieafleveringen aan de „Koninklijke' |
|
16209 |
Productie 1907 per kwartaal resp. 1577.77, 3231.37, 3323.76 en 5206.76, totaal 13339.66 |
|
16210 |
Engelsche tons en 1908 resp. 6209.33, 7836.87, 14171.87 en 14877.84, totaal 43095.91 En- |
|
16211 |
gelsche tons. |
|
16212 |
Uit Verslag 1907. Er vonden in het afgeloopen jaar tal van boringen plaats. |
|
16213 |
Bij boring 5 werd een vierde oliehorizont aangetroffen, welke een vrij constant |
|
16214 |
productievermogen schijnt te bezitten. Beëindigd werden 4 stoomboringen (3, 4, 5 |
|
16215 |
en 6), welke alle succes opleverden. Op het eind van het verslagjaar was in he- |
|
16216 |
werking stoomboring no. 7, terwijl de putten 1 en 6 werden verdiept, en zal naar |
|
16217 |
gelang de wenschelijkheid daartoe aanleiding geeft, ook daar ter plaatse de 4e laag |
|
16218 |
ontbloot worden. Aan de „Koninklijke" werden in de vier kwartalen van 1907 |
|
16219 |
resp. 2.064.836, 4.250.235, 4.356.340 en 6.852.157, totaal 17.523.568 liter ruwe olie afgeleverd, |
|
16220 |
vormende 13.33966 ton à 1016 K.G. (Productie 20 Oct .- 31 Dec. 1906: 1.47156 ton). Door |
|
16221 |
overstroomingen werd schade geleden. Mede door pijpbreuk moesten dan ook de |
|
16222 |
werkzaamheden van 23-29 December worden gestaakt. Het dagelijksche rendement |
|
16223 |
der putten was, evenals dit op alle olievelden het geval is, aan fluctuaties onderhe- |
|
16224 |
vig. Financiën. Behalve de reeds over 1906 afgerekende f 9.50 per ton olie van |
|
16225 |
1016 K.G. werd over bedoeld jaar nog een toeslag van f 2.40 per ton door de „,Ko- |
|
16226 |
ninklijke" betaald, (waardoor de definitieve afrekeningsprijs derhalve tot f 11.90 |
|
16227 |
steeg, Red.), makende deze toeslag over de geheele productie van 1906 f 3.531.74, |
|
16228 |
welk bedrag ten bate der olierekening 1907 is geboekt. Voor de gedurende het jaar |
|
16229 |
1907 van ons ontvangen olie werd voorloopig door de ,,Koninklijke" afgerekend |
|
16230 |
f 13.10 per ton van 1016 K.G., makende over de van ons ontvangen 13.339.66 tons een |
|
16231 |
bedrag van f 174.749.55 benevens de bovengenoemde f 3.531.74, totaal f 178.281.20. Daar |
|
16232 |
de exploitatie, na afschrijving van f 38.733.82 (f 23.102.31) een winstsaldo laat van |
|
16233 |
f 55.418.86 kan het verliessaldo van het vorig jaar tot f 38.733.82 worden teruggebracht. |
|
16234 |
54* |