|
25693 |
1090 SPOORWEGFONDSEN. |
|
25694 |
f 1.000.000 plaats vond in October 1887 ter conversie der 5 pct. leening van |
|
25695 |
1873, en de tweede uitgifte van 12 seriën, elk à f 1.000.000 en eene serie à |
|
25696 |
f 239.000 in Januari 1888 geschiedde ter conversie van alle toenmaals be- |
|
25697 |
staande 4 pcts. leeningen. Koers van uitgifte telkens 97 pct. Houders van |
|
25698 |
aflosbaar gestelde obligatiën hadden bij de inschrijving den voorrang, daarna |
|
25699 |
de houders van aandeelen en van bewijzen van oprichtersrechten. Obli- |
|
25700 |
gatiën groot f 1000; coupons 1 Mei en 1 November. Aflos- |
|
25701 |
sing, aangevangen in 1888 bij jaarlijksche uitloting in October van 0.7 pct. |
|
25702 |
van het bedrag der leening, vermeerderend met de vrijgevallen rente, be- |
|
25703 |
taalbaar à pari November d.a.v. Vervroegde aflossing voorbehouden. Uit- |
|
25704 |
staand bedrag 1 Januari 1910 f 13.348.000. |
|
25705 |
Voor koersen van vóór 1909 zie blz. 1085, voor koersen 1909 zie index. |
|
25706 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leeningen |
|
25707 |
van 1890, 1891, 1892 en 1898. Leening van 1890, |
|
25708 |
f 6.000.000, in 6 Seriën van f 1.000.000; uitgifte bij prospectus dd. 13 Sept. |
|
25709 |
1890. Bedrag op 1 Jan. 1910 f 5.195.000. Leening van 1891. Bedrag en seriën |
|
25710 |
als voren; uitgifte op 12 September 1891. Bedrag 1 Januari 1910 f 5.252.000. |
|
25711 |
Leening van 1892, groot f 15.000.000, waarvan uitgegeven f 4.000.000, |
|
25712 |
in 4 seriën van f 1.000.000; uitgifte op 1 Februari 1893. Bedrag op 1 Januari |
|
25713 |
1910 f 3.537.000. De overige seriën dezer leening bestaan uit 3 pcts. obli- |
|
25714 |
gatiën. Leening van 1896, groot f 5.000.000, in 5 Seriën elk groot |
|
25715 |
f 1.000.000, waarvan uitgegeven 2 Seriën d.d. 1 Juli 1898 à 100} |
|
25716 |
pct. op 11 Juli 1898, en 3 Serieën à 963 pct. op |
|
25717 |
18 April 1900. Zie hieronder. Van de eerste 2 Serien wa- |
|
25718 |
ren uitstaande op 1 Januari 1910 f 1.853.000. Dooreen leverbaar zijn de |
|
25719 |
obligatiën der leening van 1890, die van 1891, serie 1, 2, 3 en 4 van de lee- |
|
25720 |
ning 1892 en serie 1 en 2 van de leening 1898, terwijl de seriën 3, 4 en 5 |
|
25721 |
van de leening 1896 eene afzonderlijke noteering hebben (zie deze). Bij |
|
25722 |
vorenstaande emissiën hadden de houders van aandeelen en oprichters- |
|
25723 |
aandeelen den voorrang. De drie eerstvermelde leeningen werden alle à |
|
25724 |
99 pct. geëmitteerd. Obligatiën groot f 1.000; coupons 1 |
|
25725 |
Januari en 1 Juli. De aflossing geschiedt binnen 60 jaren, bij uit- |
|
25726 |
loting in October van } pct. van de bedragen der leeningen per jaar, ver- |
|
25727 |
meerderend met de door de aflossing vrijvallende rentebedragen, ter uitbe- |
|
25728 |
taling à pari op 2 Januari d.a.v. Alles behoudens vervroegde aflossing, |
|
25729 |
waartoe de Maatschappij ten allen tijde gerechtigd is. |
|
25730 |
Voor koersen tot en met 1908 zie blz. 1085, voor koersen 1909 zie index. |
|
25731 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leening |
|
25732 |
van 1898 (1900). Deze obligatiën vormen de 3 hiervoren ver- |
|
25733 |
melde serieën, (3, 4 en 5), uitgegeven op 18 April 1900, met voorrecht van in- |
|
25734 |
schrijving voor aandeelhouders en oprichters. Obligatien groot |
|
25735 |
f 1000 met coupons 1 April en 1 October; eveneens aflosbaar in 60 |
|
25736 |
jaar door jaarlijksche amortisatie van } pct., telkens vermeerderend met |
|
25737 |
de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. De uitlotingen |
|
25738 |
hebben plaats in October (de eerste in 1900) ter betaling à pari 1 April |
|
25739 |
d.a.v. Van het oorspronkelijk bedrag was op 1 Januari 1910 nog uitstaan- |
|
25740 |
de f 2.829.000. |
|
25741 |
1900 1901 1902 1903 1904 1905 1906 6 1907 1908 |
|
25742 |
Laagste koers 94% 95 98 97 98} 97₴ 978 92} 923 |
|
25743 |
Hoogste koers 99 99₫ 99 99₺ 100g 100 98₴ 97} 988 |
|
25744 |
Voor Hoogsten en Laagsten Koers 1909, zie index. |