|
27591 |
SPOORWEGFONDSEN. 1115 |
|
27592 |
f 1.000.000 plaats vond in October 1887 ter conversie der 5 pct. leening van |
|
27593 |
1873, en de tweede uitgifte van 12 seriën, elk à f 1.000.000 en eene serie à |
|
27594 |
f 239.000 in Januari 1888 geschiedde ter conversie van alle toenmaals be- |
|
27595 |
staande 4 pcts. leeningen. Koers van uitgifte telkens 97 pct. Houders van |
|
27596 |
aflosbaar gestelde obligatiën hadden bij de inschrijving den voorrang, daarna |
|
27597 |
de houders van aandeelen en van bewijzen van oprichtersrechten. Obli- |
|
27598 |
gatiën groot f 1000; coupons 1 Mei en 1 November. Aflos- |
|
27599 |
sing, aangevangen in 1888 bij jaarlijksche uitloting in October van 0.7 pct. |
|
27600 |
van het bedrag der leening, vermeerderend met de vrijgevallen rente, be- |
|
27601 |
taalbaar à pari November d.a.v. Vervroegde aflossing voorbehouden. Uit- |
|
27602 |
staand bedrag 1 Januari 1911 f 13.291.000. |
|
27603 |
Voor koersen zie men de betreffende tabel. |
|
27604 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leeningen |
|
27605 |
van 1890, 1891, 1892 en 1898. Leening van 1890, |
|
27606 |
f 6.000.000, in 6 Seriën van f 1.000.000; uitgifte bij prospectus dd. 13 Sept. |
|
27607 |
1890. Bedrag op 1 Jan. 1911 f 5.136.000. Leening van 1891. Bedrag en seriën |
|
27608 |
als voren; uitgifte op 12 September 1891. Bedrag 1 Januari 1911 f 5.195.000. |
|
27609 |
Leening van 1892, groot f 15.000.000, waarvan uitgegeven f 4.000.000, |
|
27610 |
in 4 seriën van f 1.000.000; uitgifte op 1 Februari 1893. Bedrag op 1 Januari |
|
27611 |
1911 f 3.500.000. De overige seriën dezer leening bestaan uit 3 pcts. obli- |
|
27612 |
gatiën. Leening van 1896, groot f 5.000.000, in 5 Seriën elk groot |
|
27613 |
f 1.000.000, waarvan uitgegeven 2 Seriën d.d. 1 Juli 1898 à 100% |
|
27614 |
pct. op 11 Juli 1898, en 3 Serieën à 96} pct. op |
|
27615 |
18 April 1900. Zie hieronder. Van de eerste 2 Seriën wa- |
|
27616 |
ren uitstaande op 1 Januari 1911 f 1.852.000. Dooreen leverbaar zijn de |
|
27617 |
obligatiën der leening van 1890, die van 1891, serie 1, 2, 3 en 4 van de lee- |
|
27618 |
ning 1892 en serie 1 en 2 van de leening 1898, terwijl de seriën 3, 4 en 5 |
|
27619 |
van de leening 1896 eene afzonderlijke noteering hebben (zie deze). Bij |
|
27620 |
vorenstaande emissiën hadden de houders van aandeelen en oprichters- |
|
27621 |
aandeelen den voorrang. De drie eerstvermelde leeningen werden alle à |
|
27622 |
99 pct. geëmitteerd. Obligatiën groot f 1.000; coupons 1 |
|
27623 |
Januari en 1 Juli. De aflossing geschiedt binnen 60 jaren, bij uit- |
|
27624 |
loting in October van 3 pct. van de bedragen der leeningen per jaar, ver- |
|
27625 |
meerderend met de door de aflossing vrijvallende rentebedragen, ter uitbe- |
|
27626 |
taling à pari op 2 Januari d.a.v. Alles behoudens vervroegde aflossing, |
|
27627 |
waartoe de Maatschappij te allen tijde gerechtigd is. |
|
27628 |
Voor de koersen zie men de betreffende tabel. |
|
27629 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leening |
|
27630 |
van 1898 (1900). Deze obligatiën vormen de 3 hiervoren ver- |
|
27631 |
melde serieën, (3, 4 en 5), uitgegeven op 18 April 1900, met voorrecht van in- |
|
27632 |
schrijving voor aandeelhouders en oprichters. Obligatiën groot |
|
27633 |
f 1000 met coupons 1 April en 1 October; eveneens aflosbaar in 60 |
|
27634 |
jaar door jaarlijksche amortisatie van 4 pct., telkens vermeerderend met |
|
27635 |
de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. De uitlotingen |
|
27636 |
hebben plaats in October (de eerste in 1900) ter betaling à pari 1 April |
|
27637 |
d.a.v. Van het oorspronkelijk bedrag was op 1 Januari 1911 nog uitstaan- |
|
27638 |
de f 2.807.000. |
|
27639 |
1900 1901 1902 1903 1904 1905 1906 19 1907 1908 1909 |
|
27640 |
Laagste koers 944 95 98 97 981 973 978 923 922 9 96₴ |
|
27641 |
Hoogste koers 99 99} 99% 99% 100g 100 98% 974 98₴ 98 |
|
27642 |
Voor Hoogsten en Laagsten Koers 1910, zie index. |