Page 912 in yearbook 1911

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1911 vanoss_1911 912 820 content 1820 × 2474 1911/13085

Blocks on this page 1

Main
6282
3 lines

Page content 50

The raw OCR output of this page, line by line.
14387 820 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN (Nederland en Koloniën).
14388 cessie Babat, bedroeg te zamen pl.m. 130.200 ton van 1016 K.G. ruwe olie. In de
14389 raffinaderij te Pladjoe was ontvangen 130.214.51 Eng. tonnen; hierover was aan
14390 royalty verschuldigd f481.793.69.
14391 Petroleum-Maatschappij „Moesi Ilir” te Amsterdam. O p-
14392 gericht 5 Februari 1901. Duur: tot 31 December 1975. Doel: Het
14393 onderzoek en exploiteeren van petroleumhoudende terreinen en voor
14394 de markt bereiden van petroleum en bijproducten. Inbreng: Door
14395 het Moesi·Ilir syndicaat (zie hiervoor ook den jaargang 1907, blz. 787)
14396 werden twee in de residentie Palembang gelegen vergunningen,
14397 ter grootte van circa 100.000 bouws, in de maatschappij inge-
14398 bracht voor f 1.250.000 in contanten, waaruit nog de emissiekosten werden
14399 bestreden. Voorts ontvingen de inbrengers 4800 oprichtersbewijzen
14400 en zouden zij een royalty van f 1.50 per ton ruwe olie ontvangen over de
14401 eerste 100.000 ton per jaar en van f 1 .- per ton over het (eventueel) meer-
14402 dere. Directeur: E. Luden. Raad van Commissarissen:
14403 H. W. A. Deterding; Jhr. H. Loudon en Mr. A. J. Cohen Stuart. A a n-
14404 deelenkapitaal f9.600.000, waarvan geplaatst f 4.800.000. Aan-
14405 deelen groot f1200, f 600 en f 120. Den 23 April 1901 was de inschrijving
14406 opengesteld op f 2.580.000 dezer aandeelen à 100 pct., (f 2.220.000 aandeelen
14407 waren reeds deels vast geplaatst, deels voor de Parijsche markt gereser-
14408 veerd; de officieele noteering te Parijs verviel op 1 Januari 1907)
14409 bij de Amsterdamsche Succursale der Banque de Paris et des Pays-
14410 Bas en de H.H. Labouchere Oyens & Co. te Amsterdam. Dividend werd
14411 nog niet uitgekeerd. Overname der aandeelen door de
14412 „Koninklijke”. Zooals uitvoeriger in jaargang 1908 vermeld ried
14413 het bestuur - daar de maatschappij moeilijkheden had om in
14414 haar bedrijfskapitaal te voorzien - aandeelhouders aan gebruik te
14415 maken van het aanbod der directie van de „Koninklijke", begin
14416 1906 gedaan, om f 12.000 aandeelen Moesi-Ilir om te wisselen tegen
14417 één aandeel Koninklijke ad f 1000 ex-dividend 1905. Begin December
14418 1906 werd bericht dat nog tot 30 Juni 1907 bij Labouchere Oyens & Co.'s
14419 Bank Moesi-Ilir-aandeelen tegen aandeelen Koninklijke konden worden
14420 verwisseld, op den voet van f 18.000 nom. aandeelen Moesi-Ilir tegen één
14421 aandeel ad f 1000 Koninklijke. Aandeelen welke na 31 December 1906
14422 zouden worden aangeboden, zouden niet in het dividend der Koninklijke
14423 over 1906 deelen. Op 1 Januari 1907 waren 38.428 van de 40.000 aandeelen
14424 „,Moesi-Ilir” tegen 380 aandeelen „Koninklijke“ ingewisseld. Medio Juni
14425 1907 was het aantal omgewisselde aandeelen „Moesi-Ilir" tot 38.578 geste-
14426 gen en thans zijn nagenoeg alle aandeelen Moesi-Ilir in het bezit der
14427 „Koninklijke“. (Een deel van dezen aankoop nam de „Shell” voor haar
14428 rekening. Het aandeelenbezit bevindt zich thans in handen van de Ba-
14429 taafsche Petroleum Mpij., zie onder „Koninklijke“). Op 6 Sept. 1906 sloot de
14430 mpij. een overeenkomst met de „Koninklijke", (thans Bataaf-
14431 sche), waarbij haar raffinaderij aan deze werd verhuurd. Winstverdee-
14432 ling: Na afschrijving, door directie en commissarissen te bepalen,
14433 komt eerst 7 pct. aan aandeelhouders; van het restant komt 5 pct. aan
14434 het reservefonds, 15 pct. aan directie en commissarissen, 15 pct. aan de
14435 houders van oprichtersaandeelen en 65 pct. aan aandeelhouders.
14436 Voor Hoogsten en Laagsten Koers 1910, zie index.