|
19917 |
SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN (Nederland en Koloniën). 959 |
|
19918 |
Uit Verslag 1910. Het verslagjaar was gunstiger dan de vorige jaren, doch |
|
19919 |
bleef beneden onze verwachtingen, in hoofdzaak wegens de groote moeilijkheden |
|
19920 |
die wij ondervonden om ons s.s. „Terschelling“, dat 5 maanden op een voordeelig |
|
19921 |
timecharter tusschen Amerika en West-Indië gevaren had, naar Europa terug te |
|
19922 |
brengen, waardoor ongeveer de helft der winst verloren ging. Bovendien passeerde |
|
19923 |
het s.s. „Texel" de 2e vierjarige survey, die ruim f 10.000 kostte. De belangrijke |
|
19924 |
kosten, tengevolge van de Schepenwet, werden op de exploitatierekening afgeboekt. |
|
19925 |
De oogenblikkelijke toestand der vrachtenmarkt wekt gunstiger verwachtingen |
|
19926 |
voor 1911. |
|
19927 |
Stoomvaart-Maatschappij Zeeland, (Koninklijke Neder- |
|
19928 |
landsche Postvaart) gevestigd te Vlissingen, Londen, Berlijn |
|
19929 |
en New-York. Opgericht 22 Juni 1875. Duur tot 31 December. |
|
19930 |
1909. Doel: Het uitoefenen van een geregeld passagiers- en goederenvervoer |
|
19931 |
door middel van stoomschepen tusschen Vlissingen en Engeland. Geschie- |
|
19932 |
denis: Kapitaal: thans (Oct. 1911) groot f 2.020.500, bedroeg bij |
|
19933 |
de oprichting f 2.000.000, waarvan toen f 800.000 was geplaatst. In |
|
19934 |
Juli 1875 werden nog f 700.000 aandeelen à pari uitgegeven, en |
|
19935 |
f 700.000 5 pct. obligatiën tot den koers van 95 pct. Einde 1876 |
|
19936 |
werd overgegaan tot de uitgifte van f 3.200.000 4} pcts. obligatiën |
|
19937 |
waarop tot den koers van 961 pct. den 5 December 1876 de inschrijving |
|
19938 |
was opengesteld. Deze obligatiën waren rechtstreeks en onvoorwaarde- |
|
19939 |
lijk door Prins Hendrik der Nederlanden (de eere-voorzitter der mpij.) |
|
19940 |
voor aflossing gewaarborgd. (Zie den jaargang 1907, blz. 851). In Sep- |
|
19941 |
tember 1882, kwam een overeenkomst tot stand, volgens welke door de |
|
19942 |
erfgenamen van den in 1879 overleden prins, de nog uitstaande f 2.913.000 |
|
19943 |
obligatiën geheel zouden worden afgelost, hetgeen in October d.a.v. ge- |
|
19944 |
schiedde. De erfgenamen ontvingen daartegen à pari volgens overeen- |
|
19945 |
komst f 1.456.500 aandeelen B, preferent voor f 25, uit de winst, na |
|
19946 |
afschrijvingen, en 1600 bewijzen van deelgerechtigdheid, welke laatste |
|
19947 |
in 1883 door de Mpij. werden ingekocht, benevens het door Prins |
|
19948 |
Hendrik aan de Mpij. gedaan renteloos voorschot van f 110.815. Volgens |
|
19949 |
art. 3 derzelfde overeenkomst werd het overige kapitaal gereduceerd tot |
|
19950 |
50 pct., en zoodoende werd het gebracht van f 1.169.000 op f 584.500, zoodat |
|
19951 |
na deze regeling het kapitaal bedroeg f 2.041.000, verdeeld in twee seriën: |
|
19952 |
de eerste serie, in gewone aandeelen A, groot f 584.500, de tweede serie, in |
|
19953 |
preferente aandeelen B, groot f 1.456.500. In 1899 werd elk dezer beide |
|
19954 |
seriën op de helft verminderd; derhalve tot f 292.250 gewone aandeelen A |
|
19955 |
en f 728.250 pref. aandeelen B, tezamen f 1.020.500. In Juni 1911 nam de Mpij. |
|
19956 |
t. Exploit. v. S.S. f 1.000.000 aandeelen à 100 pct. over, terwijl van de prefe- |
|
19957 |
rente aandeelen het recht van preferentie werd afgekocht door ver- |
|
19958 |
goeding van f 50 per stuk, zoodat het kapitaal thans (October 1911) |
|
19959 |
bestaat uit f 2.020.500 aandeelen, en verdeeld in 3 seriën, t.w. |
|
19960 |
de serie A, ad f 292.250, in stukken groot f 250 en (f 125), serie |
|
19961 |
B, ad f 728.250, in stukken groot f 250 en serie C, ad f 1.000.000, in stukken |
|
19962 |
groot f 250. Winstverdeeling: sedert 1911 (voor de voorafgaande |
|
19963 |
winstverdeeling zie men jaargang 1911, blz. 920): Van de winst wordt, na |
|
19964 |
de noodige afschrijvingen, aan aandeelhouders 5 pct. uitgekeerd. Van |
|
19965 |
het alsdan overblijvende komt 10 pct. aan het reservefonds, 5 pct. aan |
|
19966 |
de commissarissen, 5 pct. aan de directie, 5 pct. aan de hoofdambtenaren |
|
19967 |
en 75 pct. aan de aandeelhouders. Dividenden: 1875-81 nihil, |
|
19968 |
1882-1886: 5.4, 6, 6, 6 en 6 pct .; sedert nihil. 3 pct. Obligatiën |
|
19969 |
van 1886, groot f 3.600.000, uitgegeven ter aflossing der toenmaals |