|
28578 |
SPOORWEGFONDSEN. 1163 |
|
28579 |
1904 1905 1906 1907 1908 1909 1910 |
|
28580 |
Hoogste koers 1032 104g 1042 103 1034 1032 1032 |
|
28581 |
Laagste koers 102 1022 1018 100 100 1012 100% |
|
28582 |
Voor Hoogsten en Laagsten Koers 1911, zie index. |
|
28583 |
Mij. t. Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pct. leening van |
|
28584 |
1887, groot f 17.239.000, waarvan de eerste uitgifte van 5 seriën elk à |
|
28585 |
f 1.000.000 plaats vond in October 1887 ter conversie der 5 pct. leening van |
|
28586 |
1873, en de tweede uitgifte van 12 seriën, elk à f 1.000.000 en eene serie à |
|
28587 |
f 239.000 in Januari 1888 geschiedde ter conversie van alle toenmaals be- |
|
28588 |
staande 4 pcts. leeningen. Koers van uitgifte telkens 97 pct. Houders van |
|
28589 |
aflosbaar gestelde obligatiën hadden bij de inschrijving den voorrang, daarna |
|
28590 |
de houders van aandeelen en van bewijzen van oprichtersrechten. Obli- |
|
28591 |
gatiën groot f 1000; coupons 1 Mei en 1 November. Aflos- |
|
28592 |
sing, aangevangen in 1888 bij jaarlijksche uitloting in October van 0.7 pct. |
|
28593 |
van het bedrag der leening, vermeerderend met de vrijgevallen rente, be- |
|
28594 |
taalbaar à pari November d.a.v. Vervroegde aflossing voorbehouden. Uit- |
|
28595 |
staand bedrag 1 Januari 1912 f 12.826.000. |
|
28596 |
Voor koersen zie men de betreffende tabel. |
|
28597 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leeningen |
|
28598 |
van 1890, 1891, 1892 en 1898. Leening van 1890, |
|
28599 |
f 6.000.000, in 6 Seriën van f 1.000.000; uitgifte bij prospectus dd. 13 Sept. |
|
28600 |
1890. Bedrag op 1 Jan. 1912 f 5.075.000. Leening van 1891. Bedrag en seriën |
|
28601 |
als voren; uitgifte op 12 September 1891. Bedrag 1 Januari 1912 f 5.136.000. |
|
28602 |
Leening van 1892, groot f 15.000.000, waarvan uitgegeven f 4.000.000, |
|
28603 |
in 4 seriën van f 1.000.000; uitgifte op 1 Februari 1893. Bedrag op 1 Januari |
|
28604 |
1912 f 3.462.000. De overige seriën dezer leening bestaan uit 3 pcts. |
|
28605 |
obligatiën. Leening van 1896, groot f 5.000.000, in 5 Seriën |
|
28606 |
elk groot f 1.000.000, waarvan uitgegeven 2 Seriën d.d. 1 Juli 1898 |
|
28607 |
à 1004 pct. op 11 Juli 1898, en 3 Seriën à 96} pct. op 18 April |
|
28608 |
1900. Zie hieronder. Van de eerste 2 Seriën waren uitstaande |
|
28609 |
op 1 Januari 1912 f 1.836.000. Dooreen leverbaar zijn de obliga- |
|
28610 |
tiën der leening van 1890, die van 1891 , serie 1, 2, 3 en 4 van de lee- |
|
28611 |
ning 1892 en serie 1 en 2 van de leening 1898, terwijl de seriën 3, 4 en 5 |
|
28612 |
van de leening 1896 eene afzonderlijke noteering hebben (zie deze). Bij |
|
28613 |
vorenstaande emissiën hadden de houders van aandeelen en oprichters- |
|
28614 |
aandeelen den voorrang. De drie eerstvermelde leeningen werden alle à |
|
28615 |
99 pct. geëmitteerd. Obligatiën groot f 1.000; coupons 1 |
|
28616 |
Januari en 1 Juli. De aflossing geschiedt binnen 60 jaren, bij uit- |
|
28617 |
loting in October van { pct. van de bedragen der leeningen per jaar, ver- |
|
28618 |
meerderend met de door de aflossing vrijvallende rentebedragen, ter uitbe- |
|
28619 |
taling à pari op 2 Januari d.a.v. Alles behoudens vervroegde aflossing, |
|
28620 |
waartoe de Maatschappij te allen tijde gerechtigd is. |
|
28621 |
Voor de koersen zie men de betreffende tabel. |
|
28622 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leening |
|
28623 |
van 1996 (1900). Deze obligatiën vormen de 3 hiervoren ver- |
|
28624 |
melde seriën, (3, 4 en 5), uitgegeven op 18 April 1900, met voorrecht van in- |
|
28625 |
schrijving voor aandeelhouders en oprichters. Obligatiën groot |
|
28626 |
f 1000 met coupons 1 April en 1 October; eveneens aflosbaar in 60 |