|
6692 |
682 CULTUURONDERNEMINGEN. |
|
6693 |
en ander in den ruimsten zin behoort, en het deelnemen in- of het geld lee- |
|
6694 |
nen aan- of het optreden als directrice van ondernemingen, welke zich |
|
6695 |
exploitatie van bosschen of handel in hout ten doel stellen. Voor den |
|
6696 |
inbreng zie men den jaargang 1907, blz. 620. Er zijn 1500 winst be- |
|
6697 |
wijzen uitgegeven welke bij eventueele liquidatie recht hebben op 15 |
|
6698 |
pct. van hetgeen resteert, nadat aan aandeelhouders 100 pct. zal zijn uit- |
|
6699 |
gekeerd. De overige 85 pct. komen aan aandeelhouders. Kapitaal: |
|
6700 |
aanvankelijk f 1.350.000; in Sept. 1910 werd besloten het kapitaal te ver- |
|
6701 |
grooten tot f 3.000.000, door uitgifte van f 650.000 nieuwe aandeelen, |
|
6702 |
met voorkeursrecht voor aandeelhouders. De aandeelen zijn groot |
|
6703 |
f 1000; door de H.H. Labouchere Oyens & Co. werden f 1.350.000 aan- |
|
6704 |
deelen op 14 Juli 1894 door verkoop ter beurze aanvankelijk à 105 pct. |
|
6705 |
aan de markt gebracht, terwijl op 28 Dec. 1910 bij dezelfde emittenten op |
|
6706 |
f 650.000 aandeelen, deelende in de winst over 1911, uitsluitend voor aandeel- |
|
6707 |
houders, (5 oude tot 1 nieuw) à 150 pct. de inschrijving openstond; claim was |
|
6708 |
dividendbewijs no. 17. Winstverdeeling: Eerst 6 pct. dividend |
|
6709 |
over het kapitaal, dan hoogstens 20 pct. aan het reservefonds; van het |
|
6710 |
daarna resteerende 10 pct. aan den raad van commissarissen, 10 (vóór |
|
6711 |
1910: 6) pct. aan de directeuren, 15 pct. (in 1899 verhoogd van 10 |
|
6712 |
op 15 pct .; men zie het laatst den jaargang 1908 blz. 618) aan de oprich- |
|
6713 |
tersbewijzen, 10 pct. aan de beambten en het restant aan de aandeelhou- |
|
6714 |
ders. Aandeelenbezit: Omtrent de zich vroeger in het bezit der |
|
6715 |
maatschappij bevonden hebbende Houtaankap- en Cultuur-maatschappij |
|
6716 |
„Kedong-Banteng”, zie men den jaargang 1907, blz. 621. Voor het be- |
|
6717 |
lang der maatschappij bij de in December 1906 opgerichte Atjeh Bosch |
|
6718 |
Exploitatie Cie., zie uittreksel uit verslag 1907 in den jrg. 1908, blz. 618. In |
|
6719 |
October 1910 werd, teneinde minder afhankelijk van het bedrijf op |
|
6720 |
Java te worden, de Atjeh-Bosch-Exploitatie-Compagnie overgenomen en de |
|
6721 |
exploitatie der Simaloer-concessies ter hand genomen. Men zie omtrent den |
|
6722 |
houtvoorraad enz. dezer concessie blz. 665, jaargang 1911. Hiertoe werd |
|
6723 |
·het kapitaal vergroot (zie boven) en f 650.000 nieuwe aandeelen uitge- |
|
6724 |
geven; voorts werd besloten tot uitgifte van f 3.200.000 obligatiën. |
|
6725 |
Dividend aandeelen 1894-1910: 4, 4, 4, 5, 71/5, 61, 5, 5, 4, 4, |
|
6726 |
63, 7, 10, 12}, 12}, 12} en 15 pct. (no. 18, no. 17 was claim, betaald 1 Juni 1911) ; |
|
6727 |
de oprichtersbewijzen ontvingen over 1898: f 1.931, 1899: 2.02 en over 1904- |
|
6728 |
1910: f1.50, f2.65, ff 10, f 14.50, f 15.45, f 15.45 en f 22.25 (no. 9). Van een 5 pcts |
|
6729 |
obligatieleening van 1894, groot f 1.000.000, werd op 2 Jan. 1909 het restant ad |
|
6730 |
f 390.000 afgelost, waarna zij uit de officieele noteering verviel. Commis- |
|
6731 |
sarissen: J. G. C. A. de Vogel, A. D. de Marez Oyens, A. F. Insinger |
|
6732 |
Jhr. C. H. A. van der Wijck en R. van Lennep, secretaris. Directeu |
|
6733 |
ren : A. G. van Lennep en H. W. A. van den Wall Bake. Onderdirec- |
|
6734 |
teur: G. C. van den Wall Bake. Gedelegeerde der directie te |
|
6735 |
Semarang: M. C. Brandes. |
|
6736 |
Uit Verslag 1910. De financieele uitkomsten zijn door grooteren kap en betere |
|
6737 |
prijzen bijzonder gunstig geweest. In 1910 eindigde de exploitatie van de onder- |
|
6738 |
nemingen Karang-Winong en Mangahan Goenoengleutik en bekwamen wij de |
|
6739 |
boschperceelen Kedoeng-Soeren, Tandoeran en Giwang. Op 31 December hadden wij |
|
6740 |
in exploitatie 10 (10) leegkapperceelen tegen vaste jaarpacht, 2 (2) idem op retri- |
|
6741 |
butievoet en 11 (10) zuiverings- en afbakeningsperceelen. Onze totale kap bedroeg, |
|
6742 |
inclusief het hout ons volgens contract onderhands afgestaan uit de boschdistricten |
|
6743 |
Kedewan en Todanan rond 565.000 (43.000) M3. Het laat zich aanzien dat voor 1911 |
|
6744 |
en 1912 onze djatihout-productie nog voldoende zal zijn. De vraag naar teakhout |
|
6745 |
bleef aanhouden en overtrof vaak het aanbod, voornamelijk voor dwarsliggers. |
|
6746 |
De verkoop van timmerhout was op Java, zoowel als in Europa zéér bevredigend. |