|
100 |
516 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN (Binnenland). |
|
101 |
reiking van 200 winstbewijzen ingebracht de installaties voor witte suiker |
|
102 |
in de fabrieken te Breda en Bergen op Zoom, alsmede eveneens voor 200 |
|
103 |
winstbewijzen de pulpdrogerij in de fabriek te Oudenbosch. De ingebrachte |
|
104 |
fabrieken zijn in staat per jaar (campagne) ten minste 200 millioen K.G. |
|
105 |
en per etmaal 3 millioen K.G. beetwortelen te verwerken. De mpij. kreeg |
|
106 |
in 1909 door aandeelenbezit de beschikking over de Gastelsche Beet- |
|
107 |
wortel-suikerfabriek, welke door een combinatie voor f 1.200.000 |
|
108 |
werd overgenomen (men zie voor deze maatschappij voorts op blz. 543 e.v.). |
|
109 |
Omtrent de overname der Gastelsche Beetwortelsuikerfabriek zie |
|
110 |
uitvoerig jaargang 1909, blz. 459. Na de overname werd door de |
|
111 |
Gastelsche Beetwortelsuikerfabriek overgegaan tot uitgifte van f 600.000 |
|
112 |
5 pct. hypothecaire obligatiën, die door de Algemeene Suiker Maat- |
|
113 |
schappij worden gewaarborgd voor rente en aflossing. Aandeelen- |
|
114 |
kapitaal geautoriseerd f 5.000.000, verdeeld in aandeelen groot f 1000. |
|
115 |
Hiervan was bij de oprichting f 2.355.000 geplaatst, geheel voor den inbreng |
|
116 |
uitgereikt. Winstverdeeling: (sedert Juni 1911 aldus gewijzigd). |
|
117 |
Eerst 5 pct. aan aandeelhouders, van de overwinst komen 10 |
|
118 |
pct. aan de reserve totdat deze 1/, van het kapitaal heeft |
|
119 |
bereikt, (in welk geval deze 10 pct. aan aandeelhouders komen); 6 pct. direc- |
|
120 |
teuren, 3 pct. raad van beheer, 3 pct. personeel, 73 pct. aandeelhouders, 5 |
|
121 |
pct. winstbewijzen. Directie: J. P. van Rossum te Oudenbosch en Mr. |
|
122 |
A. J. H. Smits te Oosterhout. (In Dec. 1911 werd het college van commissaris- |
|
123 |
sen opgeheven). Raad van Beheer: Paul Wittouck, Franz Wittouck, |
|
124 |
en René Wittouck, allen te Brussel. 5 pct. hypothecaire lee- |
|
125 |
ning, groot f 1.400.000, verdeeld in obligatiën, groot f 1000, met |
|
126 |
coupons per 1 Januari en 1 Juli. Aflossing door jaarlijksche uit- |
|
127 |
loting van minstens f 70.000 (het eerst in 1909) uiterlijk in Juni, ter af- |
|
128 |
betaling op 1 Juli d.a.v. Grootere aflossing is geoorloofd; aflossing |
|
129 |
of conversie der leening in haar geheel zal echter niet plaats vinden voor |
|
130 |
1 Juli 1914. Tot waarborg der leening is een hypotheek verleend op de |
|
131 |
drie suikerfabrieken te Prinsenhage en te Oudenbosch, ten name der Trust- |
|
132 |
en Safe-Maatschappij, die de obligatiën voor gezien heeft geteekend. Aan |
|
133 |
deze hypotheek mag in rang voorgaan de ten behoeve van den Staat der |
|
134 |
Nederlanden gevestigde hypotheek tot een bedrag van f 560.000 plus ren- |
|
135 |
ten en kosten tot zekerheid van rechten van den accijns van suiker en |
|
136 |
het eventueel verschuldigde op te verlenen credieten wegens gefabriceerde |
|
137 |
en elders ingeslagen suiker. De inschrijving op de f 1.400.000 obligatiën was |
|
138 |
tot den koers van 99} pct. op 13 Maart 1908 opengesteld bij de Amsterdamsche |
|
139 |
Bank te Amsterdam en het bankierskantoor van Lissa & Kann |
|
140 |
te 's Gravenhage. Van de opbrengst dezer leening werd f 400.000 |
|
141 |
bestemd tot intrekking der winstbewijzen, terwijl de overblijvende f 1.000.000 |
|
142 |
voor werkkapitaal bestemd was. Dividenden 1908/9-1911/12: 6, 6, |
|
143 |
6 en 8 pct. |
|
144 |
Uit bedrijf 1911. Volgens een door den heer J. P. van Rossum, oud-voorzitter |
|
145 |
van commissarissen, gepubliceerde brochure, zou in het le boekjaar gekocht zijn: |
|
146 |
„de aandeelen, enz. van de suikerfabriek te Utrecht, in combinatie met de suiker- |
|
147 |
fabriek te Oud-Beijerland; ongeveer f 50.000 aandeelen in de suikerfabriek te Oud- |
|
148 |
Beijerland; alle aandeelen van de suikerfabriek te Dordrecht; f 300.000 aandeelen |
|
149 |
„Gastelsche Beetwortelsuikerfabriek“; bovendien garandeerde de „Algemeene Sui- |
|
150 |
ker-Maatschappij" alleen eene 5 pct. obligatieleening van f 600.000 ten laste van |
|
151 |
de „Gastelsche“, ofschoon zij slechts eigenares was van } van het kapitaal". Nadat |
|
152 |
eerst het college van commissarissen met 3 leden tot 6 was uitgebreid, werd later |