Page 1096 in yearbook 1914

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1914 vanoss_1914 1096 1010 content 1513 × 2350 1914/18717

Blocks on this page 1

Main
9748
3 lines

Page content 56

The raw OCR output of this page, line by line.
16965 1010 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN (Nederland en Koloniën).
16966 en verdiepen van verschillende putten gaf meermalen een teleurstellend resultaat.
16967 Van de 24 nieuwe putten, waarvan ult. 1912 nog 7 in boring waren, werden er op
16968 Kampong Minjak 4, op Minjak Itam 3, op Batoe Kras 5 en op Soengei Taham 4
16969 geboord, terwijl 1 put op Minjak Itam opgegeven werd. Ult. 1912 was de toestand
16970 als volgt:
16971 Put- Produ- 1912 1911 1910
16972 ten ceerend Ton Ton Ton
16973 Kampong Minjak 103 42 21.156 21.978 22.580
16974 Minjak Itam 131 70 21.615 26.055 30.955
16975 Batoe Kras 48 42 19.947 25.484 21.723
16976 Soengei Taham 17 10 17.718 19.753 17.138
16977 Boring 49 op Bandjar Sari werd gestaakt, zonder dat het gelukt was een olielaag
16978 aan te boren. Meer succes werd verkregen met put 50, terwijl nog 2 putten in boring
16979 zijn. Van de 50 putten op dit terrein aanwezig produceerden er 23. De productie
16980 dezer concessie bedroeg 7615 (8434) ton. Van de 47 putten op het oude boorterrein
16981 der concessie Babat aanwezig, produceerden er 15. Op het terrein bij Soengei Angit
16982 werden 10 nieuwe putten aangeboord, zoodat daar aanwezig zijn 72 putten, waarvan
16983 er 67 produceerden. Twee putten zijn bovendien nog in boring. De productie der
16984 geheele concessie Babat bedroeg 25.729 (28.427) ton. Ook op dit terrein bleek de olie
16985 veel water te bevatten, terwijl de lucht-capaciteit te gering was om de door het
16986 opdringende water zwaarder wordende vloeistof in de putten omhoog te brengen.
16987 Door 't gebruik van meer compressoren is daarin voorzien.
16988 Petroleum-Maatschappij „Moesi Ilir” te Amsterdam. 0 p-
16989 gericht 5 Februari 1901. Duur: tot 31 December 1975. Doel: Het
16990 onderzoek en exploiteeren van petroleumhoudende terreinen en voor
16991 de markt bereiden van petroleum en bijproducten. Inbreng: Door
16992 het Moesi Ilir syndicaat (zie hiervoor ook den jaargang 1907, blz. 787)
16993 werden twee in de residentie Palembang gelegen vergunningen,
16994 ter grootte van circa 100.000 bouws, in de maatschappij inge-
16995 bracht voor f 1.250.000 in contanten, waaruit nog de emissiekosten werden
16996 bestreden. Voorts ontvingen de inbrengers 4800 oprichtersbewijzen
16997 en zouden zij een royalty van f 1.50 per ton ruwe olie ontvangen over de
16998 eerste 100.000 ton per jaar en van f 1 .- per ton over het (eventueel) meer-
16999 dere. Directeur: E. Luden. Raad van Commissarissen:
17000 H. W. A. Deterding; Jhr. H. Loudon en Mr. A. J. Cohen Stuart. A an-
17001 deelenkapitaal f 9.600.000, waarvan geplaatst f 4.800.000. Aan-
17002 deelen groot f 1200, f 600 en f 120. Den 23 April 1901 was de inschrijving
17003 opengesteld op f 2.580.000 dezer aandeelen à 100 pct., (f 2.220.000 aandeelen
17004 waren reeds deels vast geplaatst, deels voor de Parijsche markt gereser-
17005 veerd; de officieele noteering te Parijs verviel op 1 Januari 1907)
17006 bij de Amsterdamsche Succursale der Banque de Paris et des Pays-
17007 Bas en de H.H. Labouchere Oyens & Co. te Amsterdam. Dividend werd
17008 nog niet uitgekeerd. Overname der aandeelen door de
17009 „Koninklijke“. Zooals uitvoeriger in jrg. 1908 vermeld werden in 1906
17010 de aandeelen Moesi-Ilir omgewisseld tegen aandeelen Koninklijke t.w.
17011 f 12.000 aand. M. I. tegen f 1000 aand. Kon. ex-dividend 1905. (Een deel van
17012 dezen aankoop nam de „Shell" voor haar rekening. Het aandeelenbezit
17013 bevindt zich thans in handen van de Bataafsche Petroleum Mpij., zie onder
17014 „Koninklijke“). Op 6 September 1906 sloot de mpij. een overeenkomst
17015 met de „Koninklijke“, (thans Bataafsche), waarbij haar raffinaderij aan deze
17016 werd verhuurd. Winstverdeeling: Na afschrijving, door directie
17017 en commissarissen te bepalen, komt eerst 7 pct. aan aandeelhouders; van het
17018 restant komt 5 pct. aan het reservefonds, 15 pct. aan directie en commis-
17019 rissen, 15 pct. aan de houders van oprichtersaandeelen en 65 aan aan-
17020 deelhouders.