|
32657 |
DIVERSEN. 1001 |
|
32658 |
de oprichting toonde de Exploitatiemaatschappij Scheveningen minder gun- |
|
32659 |
stige resultaten, waartoe ook de Scheveningsche Electriciteitsmaatschappij, |
|
32660 |
welker obligatiën door eerstgenoemde waren gegarandeerd, in hooge mate. |
|
32661 |
bijdroeg, zoodat door de garante op 31 Dec. 1914 f 101.644.17 was voorge- |
|
32662 |
schoten. In October 1914 (Expl. mpij.) en December (Electriciteits mpij.) |
|
32663 |
bleef men met de couponbetaling in gebreke, terwijl ook de in 1914 uitgelote |
|
32664 |
obligatiën onbetaald bleven. Op 30 September van dit jaar werd door |
|
32665 |
obligatiehouders eene Commissie benoemd om den toestand der mpij. na te |
|
32666 |
gaan en deze bracht op 12 Maart 1915 een breedvoerig rapport uit, waarin |
|
32667 |
zij tevens een reorganisatieplan aan de hand deed; een en ander is aan |
|
32668 |
het eind van dezen jaargang opgenomen. De regeling omvat, dat het aan- |
|
32669 |
deelenkapitaal tot 50 pct. wordt teruggebracht, ten einde verliezen te kunnen |
|
32670 |
afboeken en afschrijving op verschillende bezittingen mogelijk te maken, |
|
32671 |
voorts: |
|
32672 |
a. De vordering van de hoofdsom der obligatiën Exploitatie Mij. Scheveningen |
|
32673 |
en Scheveningsche Electriciteit Mij. blijft onaangetast. |
|
32674 |
b. De betaling van de coupons per 1 October, resp. 1 December 1914, per 1 |
|
32675 |
April en 1 October, resp. 1 Juni en 1 December 1915, en per 1 April, resp. 1 |
|
32676 |
Juni 1916, blijft achterwege. De betaling wordt hervat op 1 October, resp. 1 De- |
|
32677 |
cember 1916 op de basis van 23 pct. 's jaars. |
|
32678 |
c. De amortisatie ondergaat, behoudens den stilstand tijdens 1914 en 1915, geene |
|
32679 |
vermindering, doch vermeerdert overeenkomstig het bepaalde bij e. |
|
32680 |
d. De amortisatie door uitloting zoowel door obligatiën E. M. S. als van die |
|
32681 |
der S. E. M. vindt, ter compensatie van de rentederving in 1914-1916, plaats |
|
32682 |
met 105 pct. |
|
32683 |
e. Ten dienste der amortisatie van obligatiën E. M. S. zal jaarlijks, behalve |
|
32684 |
het bedrag in de aflossingstabel genoemd, nogmaals een gelijk bedrag voor |
|
32685 |
aflossing worden aangewend, met dien verstande, dat, indien in eenig jaar de |
|
32686 |
winst zulks niet toelaat, de eventueele achterstand in volgende jaren zoo moge- |
|
32687 |
lijk wordt ingehaald. |
|
32688 |
f. De maatschappij heeft het recht het tot aflossing bestemde bedrag aan |
|
32689 |
te wenden tot inkoop of tot uitloting van obligatiën. De inkoop geschiedt door |
|
32690 |
inschrijving onder contrôle van den trustee. Voorzoover het voor amortisatie be- |
|
32691 |
stemde bedrag niet voor inkoop wordt gebezigd, vindt uitloting plaats en aflos- |
|
32692 |
sing der uitgelote obligatiën tot den koers van 105 pct., vermeerderd met 2 pct. |
|
32693 |
voor elk jaar dat de aflossing geschiedt na 1916. De ingekochte obligatiën |
|
32694 |
worden vernietigd. |
|
32695 |
g. Door houders van obligatiën E. M. S. wordt een commissie van 3 leden |
|
32696 |
benoemd wier goedkeuring wordt vereischt voor het vaststellen van de som |
|
32697 |
welke, overeenkomstig het bepaalde onder e, aan het voor amortisatie aan te |
|
32698 |
wenden bedrag moet worden toegevoegd. |
|
32699 |
h. Houders van obligatiën S. E. M. zullen tot nader vast te stellen datum |
|
32700 |
facultatief hunne stukken kunnen omruilen tegen obligatiën E. M. S. |
|
32701 |
i. Behoudens nadere overeenkomst vóór of op 1 Mei 1927 zal van 1 April |
|
32702 |
d.a.v. af, de couponbetaling weder plaats vinden op basis van 42 pct. en de |
|
32703 |
aflossing van een nominaal bedrag, overeenkomstig het origineele plan van af- |
|
32704 |
lossing, geschieden, doch tegen den koers van 125 pct., met handhaving van het |
|
32705 |
recht tot inkoop als sub f bedoeld. |
|
32706 |
k. Zoolang een achterstand als in e bedoeld bestaat en in ieder geval niet |
|
32707 |
vóór het jaar 1928 zal, zonder toestemming van een vergadering van obligatie- |
|
32708 |
houders, geen dividend op de aandeelen mogen worden uitgekeerd. |
|
32709 |
1. De nummers der in 1914 getrokken, maar niet betaalbaar gestelde obligatiën, |
|
32710 |
zullen bij de eerstvolgende amortisatie in 1916 geacht worden te zijn uitgeloot |
|
32711 |
met 105 pct. |
|
32712 |
Hoewel het plan der Commissie van verschillende zijden |
|
32713 |
heftige bestrijding ondervond en ook een aantal obligatiehou- |
|
32714 |
ders, onder leiding van het Bankierskantoor van Lissa & Kan |
|
32715 |
en de H.H. Scheurleer & Zoonen, krachtige oppositie voerden (zie de cir- |
|
32716 |
culaire aan het eind van dezen jaargang), werd het plan ten slotte op de |
|
32717 |
vergadering van 29 Maart 1915 door obligatiehouders aangenomen met 1752 |
|
32718 |
stemmen vóór en 826 tegen en op 10 Mei d.a.v. door aandeelhouders be- |
|
32719 |
krachtigd. |