|
35691 |
1054 SPOORWEGFONDSEN. |
|
35692 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leeningen |
|
35693 |
van 1890, 1891, 1892 en 1898. Leening van 1890, |
|
35694 |
f 6.000.000, in 6 Seriën van f 1.000.000; uitgifte bij prospectus dd. 13 Sept. |
|
35695 |
1890. Bedrag op 1 Januari 1915: zie tabel „Specificatie Obligatie- |
|
35696 |
schuld". Leening van 1891. Bedrag en serien als voren; uitgifte op |
|
35697 |
12 September 1891. Bedrag 1 Januari 1915: zie tabel. Leening van |
|
35698 |
1892, groct f 15.000.000, waarvan uitgegeven f 4.000.000, in 4 seriën van |
|
35699 |
f 1.000.000; uitgifte op 19 Januari 1893. Bedrag op 1 Januari 1915: zie |
|
35700 |
meergenoemde tabel. De overige seriën dezer leening bestaan uit 3 pcts. |
|
35701 |
obligatiën. Leening van 1896, groot f 5.000.000, in 5 Seriën |
|
35702 |
elk groot f 1.000.000, waarvan uitgegeven 2 Seriën d.d. 1 Juli 1898 |
|
35703 |
à 100% pct. op 12 Juli 1898, en 3 Seriën à 96} pct. op 18 April |
|
35704 |
1900. Zie hieronder. Voor de op 1 Jan. 1915 uitstaande bedragen der eerste |
|
35705 |
2 Seriën zie men meergenoemde tabel. Dooreen leverbaar zijn de obliga- |
|
35706 |
tiën der leening van 1890, die van 1891 , serie 1, 2, 3 en 4 van de lee- |
|
35707 |
ning 1892 en serie 1 en 2 van de leening 1898, terwijl de seriën 3, 4 en 5 |
|
35708 |
van de leening 1896 eene afzonderlijke noteering hebben (zie deze). Bij |
|
35709 |
vorenstaande emissiën hadden de houders van aandeelen en oprichters- |
|
35710 |
aandeelen den voorrang. De drie eerstvermelde leeningen werden alle à |
|
35711 |
99 pct. geëmitteerd. Obligatiën groot f 1.000; coupons 1 |
|
35712 |
Januari en 1 Juli. De aflossing geschiedt binnen 60 jaren, bij uit- |
|
35713 |
loting in October van } pct. van de bedragen der leeningen per jaar, ver- |
|
35714 |
meerderd met de door de aflossing vrijvallende rentebedragen, ter uitbe- |
|
35715 |
taling à pari op 2 Januari d.a.v. Alles behoudens vervroegde aflossing, |
|
35716 |
waartoe de Maatschappij te allen tijde gerechtigd is. |
|
35717 |
1905 1906 1907 1908 1909 1910 1911 1912 1913 1914 |
|
35718 |
Hoogste koers 100g 99₴ 98 98₴ 999 97% 95ª 932 90 90 |
|
35719 |
Laagste koers 97% 97 92} 92₴ 96% 94 92} 894 85% 87 |
|
35720 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leening |
|
35721 |
van 1896 (1900). Deze obligatiën vormen de 3 hiervoren ver- |
|
35722 |
melde seriën, (3, 4 en 5), uitgegeven op 18 April 1900, met voorrecht van in- |
|
35723 |
schrijving voor aandeelhouders en oprichters. Obligatiën groot |
|
35724 |
f 1000 met coupons 1 April en 1 October; eveneens aflosbaar in 60 |
|
35725 |
jaar door jaarlijksche amortisatie van } pct., telkens vermeerderend met |
|
35726 |
de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. De uitlotingen |
|
35727 |
hebben plaats in October (de eerste in 1900) ter betaling à pari 1 April |
|
35728 |
d.a.v. Voor het op 1 Jan. 1915 uitstaande bedrag zie tabel „Specificatie |
|
35729 |
Obligatieschuld." |
|
35730 |
1900 1903 1904 1905 1906 1907 1908 1909 1910 1911 1912 1913 1914 |
|
35731 |
Laagste koers 94% 97 984 97₴ 97₴ 924 92% 963 94 922 90 873 86₴ |
|
35732 |
Hoogste koers 99 992 100g 100 98% 974 98₴ 98 98% 94% 92₴ 882 90 |
|
35733 |
Mij. tot Expl. van Staatsspoorwegen. 3} pcts. obli- |
|
35734 |
gatiën van 1905-1909. De leening van 1 Maart 1905 wordt ge- |
|
35735 |
vormd door de 9e-15e serie, elk groot f 1.000.000 der geldleening van |
|
35736 |
1902 groot f 15.000.000 (waarvan de seriën 1-8 uit 4 pcts. obligatiën be- |
|
35737 |
staan), en waarop den 21 Febr. 1905 de inschrijving was opengesteld. De lee- |
|
35738 |
ning van 16 Maart 1906 wordt gevormd door de seriën 1-6 der geldleening |
|
35739 |
groot f 15.000.000 (waarvan de seriën 7-15 in 1907 als 4 pcts. obligatiën |
|
35740 |
werden uitgegeven) tot welker uitgifte de in Juni 1905 gehouden vergade- |
|
35741 |
ring van aandeelhouders besloot, en waarop de inschrijving op 1 Maart |