Scanned page
| Yearbook | Vol. | Seq | P.no | Type | Size | File |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1915 | vanoss_1915-16_domestic |
747 | 689 | content | 1689 × 2387 | 1915/20380 |
Blocks on this page 1
Company header
Wm. H. Müller & Co's Algemeene Mijnbouw-Mij
Main
Page content 53
| 15244 | MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN. 689 |
| 15245 | Wm. H. Müller & Co.'s Algemeene Mijnbouw Mpij., ge- |
| 15246 | vestigd te Rotterdam. Opgericht 10 December 1902. Duur tot 31 |
| 15247 | December 1950. Doel: De exploitatie van diverse ijzerertsmijnen o.a. in |
| 15248 | Zweden, Noord-Frankrijk, Noord-Spanje, Zuid-Spanje en Algiers. In 1913 |
| 15249 | verkreeg de Vennootschap tezamen met de Gutehoffnungshütte te Ober- |
| 15250 | hausen, ieder voor de helft. den onbezwaarden eigendom van de Alganobo |
| 15251 | mijnen bij Vallenar (Chili), een der meest belangrijke mijngroepen, die tot |
| 15252 | dusver bekend zijn, hiermede de beschikking verwervende over meer dan |
| 15253 | 100.000.000 tonnen ijzererts van eerste kwaliteit. Directie: Firma Wm. |
| 15254 | H. Müller & Co. te 's Hage. Commissarissen: Mr. P. Maclaine |
| 15255 | Pont te 's Gravenhage; Mr. W. de Ridder te Ede; E. S. Labouchere te |
| 15256 | Amsterdam; Karl Nottmeyer te Dusseldorp en W. Westerman te Rotterdam. |
| 15257 | Kapitaal f 10.000.000, verdeeld in 5000 gewone en 5000 6 pct. cumulatief |
| 15258 | preferente aandeelen. Beide soorten aandeelen, groot f 1000, zijn allen ge- |
| 15259 | plaatst en volgestort. Het kapitaal bedroeg aanvankelijk f 3.000.000, het |
| 15260 | werd in 1910 tot f 5.000.000 verhoogd en in 1913 tot f 10.000.000, verdeeld |
| 15261 | als bovenstaand aangegeven. Van de gewone aandeelen werden aanvanke- |
| 15262 | lijk f 1.500.000 uitgegeven, waarvan aan de firma Müller f 1.202.000 voor |
| 15263 | den inbreng werden uitgereikt; de overige f 298.000 werden à pari geplaatst. |
| 15264 | Op 1 Juli 1908 werden onderhands nog f 1.500.000 aandeelen geplaatst en |
| 15265 | volgestort, terwijl in 1913 nog f 2.000.000 gewone aandeelen door de houders |
| 15266 | der reeds uitstaande gewone aandeelen werden genomen. Voor de aan- |
| 15267 | leiding tot de kapitaalsvergrooting van 1908, alsmede voor de uit- |
| 15268 | gifte dat jaar van nog f 2.000.000 obligatiën, zie jaargang 1909. |
| 15269 | De inschrijving op de f 2.000.000 6 pct. cumulatief preferente |
| 15270 | aandeelen, elk groot f 1000, stond op 7 Juni 1910 open tot den koers |
| 15271 | van 100 pct. bij de Rotterdamsche Bank en bij Labouchere Oyens & Co.'s |
| 15272 | Bank, terwijl op 8 April 1913 bij dezelfde banken à 100 pct. de inschrijving |
| 15273 | openstond op een zelfde bedrag dezer aandeelen, inclusief dividend 1913, |
| 15274 | zijnde f 1.000.000 reeds vast geplaatst Het totale bedrag der uitstaande |
| 15275 | preferente aandeelen zal nimmer grooter mogen zijn dan dat der uitstaande |
| 15276 | gewone aandeelen. Er zijn 100 oprichtersbewijzen uitgegeven. |
| 15277 | Dividend gewone aandeelen 1903-1914: 4, 4, 4, 6, 10, 6, 8, 8, 10, 10, |
| 15278 | 13 en 5 pct. (no. 12); preferente aandeelen: 1910 3} pct. (6 mnd.); 1911- |
| 15279 | 1914: telkens 7 pct. (div. bewijs no. 8). Uitkeering oprichters- |
| 15280 | bewijzen 1907-1914: f 200, 0, f 200, f 250, f 500, f 500 en f 1250 (no. 6); |
| 15281 | 1914: nihil. Winstverdeeling: eerst 6 pct. aan preferente aandee- |
| 15282 | len; voor 1910: 3 pct., de eventueel ontbrekende rente vullen uit de buiten- |
| 15283 | gewone reserve, daarna 6 pct. gewone aandeelen. Van het resteerende: |
| 15284 | 10 pct. reservefonds, 10 pct. preferente aandeelen, 65 pct. gewone aan- |
| 15285 | deelen, 25 pct. oprchtersbewijzen. 5 pct. obligatlën van |
| 15286 | 1903, 1908, 1911 en 1913, met coupons per 1 Februari |
| 15287 | en 1 Augustus. Aflosbaar door uitloting à pari in Mei, ter |
| 15288 | afbetaling op 1 Augustus d.a.v. Versterkte of geheele aflossing |
| 15289 | is geoorloofd, mits het plan hiertoe vóór 1 April is bekend gemaakt. Ge- |
| 15290 | schiedt zulks voor de leening van 1908 vóór 1916, voor die van 1911 vóór 1919, |
| 15291 | en voor die van 1913 vóór 1928, dan moet de aflossing à 101 pct. plaats |
| 15292 | vinden. Het uitlotingsplan is voor de leening 1903 in de jaren 1904-1923, |
| 15293 | voor de leening van 1908 in de jaren 1910-1929, voor de leening 1911 in de |
| 15294 | jaren 1913-1932 als volgt: 60, 63, 67, 70, 74, 77, 81, 85, 89, 94, 99, 103, 109, |
| 15295 | 114, 120, 125, 132, 139, 146 en 153 stuks, terwijl het plan van aflossing voor |
| 15296 | VAN Oss, Effectenboek voor 1915/16, XIII. 44 |