|
32259 |
DIVERSEN. 983 |
|
32260 |
E. A. Smidt, Mr. J. W. S. A. Versteeg, E. J. A. Bouscholte, |
|
32261 |
Mr. C. P. Zaayer en P. J. van Voorst Vader. Com- |
|
32262 |
missaris der geldleeningen: P. J. Laboyrie. Aandeelenka- |
|
32263 |
pitaal: thans f 2.000.000 oorspronkelijk groot f 500.000, in 1901 vergroot |
|
32264 |
tot f 1.000.000 en in April 1913 tot f 2.000.000, verdeeld in 20 seriën |
|
32265 |
elk groot f 100.000. Geplaatst zijn 10 seriën of f 1.000.000 met |
|
32266 |
20 pct. storting. Tot uitgifte der laatste 2 seriën ad f 100.000 elk, besloot |
|
32267 |
de in April 1913 gehouden vergadering van aandeelhouders. De koers van |
|
32268 |
uitgifte der aandeelen was: No. 1 t/m. 200-pari; No. 201 t/M. 400 ad |
|
32269 |
200 pct .; No. 401 t/m 600 ad 225 pct .; No. 601 t/m. 800 ad 330 pct. voor |
|
32270 |
aandeelhouders en 400 pct. voor niet-aandeelhouders. No. 801 t/m. 1000 |
|
32271 |
ad 275 pct. voor aandeelhouders en 300 pct. voor niet-aandeelhouders. Op |
|
32272 |
5 Mei 1913 stond bij de H.H. Praetorius & Zoon, te Amsterdam en C. de |
|
32273 |
Ruyter te Rotterdam de inschrijving open op f 200.000 aandeelen à |
|
32274 |
275 pct. voor aandeelhouders (met recht van voorkeur voor houders van |
|
32275 |
aand. le en 2e serie) en 300 pct. voor vrije inschrijvers. Dividend 1898- |
|
32276 |
1915: 5, 26, 24, 18, 18, 15, 18, 27, 30, 32, 28, 26, 24, 18, 23, 21, 12 en 10 pct. (no. |
|
32277 |
18, 4 April 1916). Winstverdeeling: aand.houders 5 pct. over verplich- |
|
32278 |
te, daarna 4 pct. over onverplichte stortingen. Van 't overblijvende ontvan- |
|
32279 |
gen : aand.houders 40 pct., reservefonds 10 pct., amortisatiefonds 10 pct., raad |
|
32280 |
van toezicht 25 pct. en directie 15 pct. Het reservefonds heeft sedert 1908 zijn |
|
32281 |
statutair maximum van 25 pct. van het geplaatst kapitaal bereikt; |
|
32282 |
de dotatie komt aan het amortisatiefonds zoolang dit minder |
|
32283 |
dan 50 pct. bedraagt van de balanswaarde der onroerende goederen, waarna |
|
32284 |
de 10 pct. aan aandeelhouders ten goede komen. 5 pcts. obligatiën |
|
32285 |
1915, groot f 1000 en f 250, met coupons per 1 April en 1 October. |
|
32286 |
Aflossing door uitloting vanaf 1926 van minstens 2 pct. der uitgegeven |
|
32287 |
seriën. Van deze obligatieleening, totaal groot f 2.500.000 is uitgegeven |
|
32288 |
f 1.250.000 en werd in Jan. 1916 een bedrag van f 1.000.000 in de officieele |
|
32289 |
noteering opgenomen. 41 pcts. obligatiën 1900, groot |
|
32290 |
f 1.000.000, stukken groot f 1000, coupons per 1 Februari en |
|
32291 |
1 Augustus. Aflossing door uitloting à pari in Maart, begonnen in |
|
32292 |
1906; jaarlijks moet minstens f 20.000 worden afgelost. De losbaar ge- |
|
32293 |
stelde stukken kunnen ingewisseld worden tegen 4 pct. Obligatiën tot den |
|
32294 |
koers van 99 pct. De inschrijving was op 5 Juli 1900 à pari opengesteld bij de |
|
32295 |
H.H. Praetorius & Zoon te Amsterdam. Uitstaand bedrag op 31 |
|
32296 |
December 1915 f 730.000. Op 4 November was ten kantore der |
|
32297 |
H.H. Praetorius & Zoon en C. de Ruyter,à pari de inschrijving openge- |
|
32298 |
steld op f 1.000.000 42 pct. obligatiën 1910-1914, groot f 1000 en |
|
32299 |
f 250, met coupons per 1 Mei en 1 November. Aflossing door |
|
32300 |
uitloting binnen 34 jaar, te beginnen in 1917, na dien datum met |
|
32301 |
recht tot geheele aflossing. (Van serie 1911, groot f 5.000.000, werd begin |
|
32302 |
1912 f 500.000 officieel genoteerd, terwijl in Juni 1914 nog f 700.000 |
|
32303 |
4} pct. obligatiën in de officieele noteering werden opgenomen. |
|
32304 |
Uitstaand bedrag op ult. December 1915 f 2.281.750. 4 pct. |
|
32305 |
obligatiën, uitgegeven in serien van f 100.000. Obliga- |
|
32306 |
tiën, groot f1000 en f 250, met coupons per 1 Januari |
|
32307 |
en 1 Juli. Zij werden voor het eerst in Maart 1898 tot den parikoers bij |
|
32308 |
de H.H. Praetorius & Zoon verkrijgbaar gesteld. Aflossing, door uit- |
|
32309 |
loting à pari, echter niet binnen 10 jaar na de uitgifte. Uitstaand bedrag |
|
32310 |
ulto 1915 f 3.293.000. |