Page 807 in yearbook 1916

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1916 vanoss_1916-17_domestic 807 757 content 1751 × 2461 1916/23014

Blocks on this page 1

Main
12323
3 lines

Page content 57

The raw OCR output of this page, line by line.
19748 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. 757
19749 Peudawa Petroleum Maatschappij, gevestigd te Amsterdam.
19750 Opgericht 25 Juli 1912. Duur: tot 16 Augustus 1987. Doel: het
19751 winnen, bereiden, koopen en verkoopen van petroleum en andere delfstof-
19752 fen. Inbreng: Tegen het volgestorte kapitaal is ingebracht de conces-
19753 sie „Peudawa”, gelegen in het landschap Peudawa, Gouvernement Atjeh en
19754 Onderhoorigheden. Zij werd 5 Sept. 1905 voor 75 jaren uitgegeven en is
19755 409 H.A. groot. Het aan het Gouvernement te betalen vast recht bedraagt
19756 f 102.25 per jaar. Tevens werd ingebracht een royalty-contract
19757 met de „Koninklijke." Directie: H. Kerbert en A. Weiss, beiden te Am-
19758 sterdam. Commissarissen: B. Nierstrasz te Amsterdam, J. L.
19759 Pierson te Baarn en Mr. F. E. Vlielander Hein te 's Gravenhage. Kapi-
19760 taal: f 2.300.000, verdeeld in aandeelen groot f 500, geheel geplaatst
19761 en volgestort. De Heeren Adolph Boissevain & Co. te Amsterdam berichtten
19762 dat zij door bemiddeling van de Heeren Somer & de Haime van af 24 Sept.
19763 1912 door verkoop ter beurze f 800.000 aandeelen aan de markt zouden bren-
19764 gen; de eerste koers bedroeg 454 pct. De overige f 1.500.000 aandeelen werden
19765 aldus geblokkeerd, dat tot data, varieerende van 31 December 1912
19766 tot 20 Juli 1913 zekere posten aandeelen niet verkocht werden tot koersen
19767 van 60 tot 160 pct. Winstverdeeling: eerst 5 pct. dividend; van
19768 het restant 8 pct. aan het reservefonds, totdat dit f 100.000 bedraagt,
19769 waarna deze 8 pct. aan aandeelhouders komt, 10 pct. aan de directeuren,
19770 12 pct. aan commissarissen en 70 pct. aan aandeelhouders. Dividenden
19771 verjaren na 5 jaar, in welk geval deze bedragen aan het reservefonds
19772 ten goede komen.
19773 Koersen 1912: H.K. 463, L.K. 342; 1913: H.K. 452, L.K. 15; 1914: H.K. 26, L.K. 10.
19774 Koersen 1915: H.K. 142, L.K: 3. Koers per 28 Juli 1914: 14%.
19775 Exploratie- en royaltycontract met de Koninklijke. De Koninklijke neemt
19776 op zich om boringen te doen tot een diepte van zoo mogelijk 1300 M. De royalty
19777 loopt van f 1.75 per ton bij 100.000 ton tot f 2 .- per ton bij 200.000 ton en tot f 2 25
19778 per ton bij meer dan 200.000 ton productie per jaar. Bij onderteekening van het
19779 contract betaalde de Koninklijke f 100.000 in contanten en zegde gedurende de
19780 eerste drie jaren f 10.000 per jaar toe. De „Koninklijke“ is bevoegd om, wanneer
19781 voor 25 Juli 1915 geen bevredigende resultaten verkregen zijn, de werkzaamheden
19782 te staken en de terreinen ter beschikking van de Peudawa te stellen. Blijft zij
19783 echter met het exploiteeren doorgaan, dan garandeert zij aan de Peudawa een
19784 minimum royalty voor het 4e jaar van f 50.000, en voor het 5e jaar en de volgende
19785 jaren van f 75.000 per jaar.
19786 1915. Op de alg. verg. in Juli kwam een schrijven in van de „Koninklijke“, met
19787 de mededeeling, dat de exploitabele hoeveelheden olie, uit de concessie „Peudawa"
19788 te winnen, uiterst gering worden geacht en zij daarom gebruik maakt van haar
19789 recht (zie boven) om de werkzaamheden te staken. Na deze opzegging werden
19790 met het Bestuur onderhandelingen gevoerd omtrent eene voortzetting der werk-
19791 zaamheden op het terrein der concessie Peudawa, met het resultaat, dat met
19792 opheffing van de verplichting tot betaling van minimum-royalty over dit contract-
19793 jaar, met de „Koninklijke“ is overeengekomen dat de boringen op het concessie-
19794 terrein voorloopig worden voortgezet met de bedoeling om alsnog de olielaag aan
19795 te boren. Overigens blijven de bepalingen in het oude contract, voor het geval
19796 dat er olie wordt aangeboord, van kracht. De „Koninklijke" heeft reeds geseind
19797 om op het terrein door te boren.
19798 1916. Op 10 Juni 1916 ontvingen wij van de „Koninklijke“ een schrijven waarin
19799 werd medegedeeld dat die diepboring van put 2, op 1352 M. diepte wegens technische
19800 moeilijkheden moest worden gestaakt en het contract met ons dien-
19801 tengevolge werd opgezegd. De directe oorzaak der staking was het
19802 ombuigen der onderste pijpleiding door grondverschuiving. Na dit teleurstellend
19803 bericht wordt thans door ons ernstig overwogen wat met de ter beschikking ge-
19804 stelde concessie alsnog zal kunnen worden gedaan.