Scanned page
| Yearbook | Vol. | Seq | P.no | Type | Size | File |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1917 | vanoss_1917-18_domestic |
1233 | 1179 | content | 1765 × 2460 | 1917/25786 |
Blocks on this page 1
Company header
Nederl. Indische Spoorweg Mij.
Main
Page content 60
| 41587 | SPOORWEGFONDSEN. 1179 |
| 41588 | 3 pct. oblig. 1894: 1895 1900 1905 1906 1907 1908 1909 1910 1911 1912 1913 1914 |
| 41589 | Laagste koers 912 84₴ 88 85 81 843 85% 83 80% 80 77% 78% |
| 41590 | Hoogste koers 932 882 904 912 872 88 88 88₺ 85% 83₴ 82} 81 |
| 41591 | 1915: 78-72; 1916: 80%-74. |
| 41592 | Bewijz. v. uitgest. schuld : |
| 41593 | Laagste koers 18 31 382 40₴ 34 382 37 35 35 44 43 432 |
| 41594 | Hoogste koers 23§ 37 44 46g 42 44 433 412 46% 472 46 - |
| 41595 | 1915: 452-45; 1916: 57-45. |
| 41596 | Verwisseling. Op 14 October 1911 werd besloten de gelegenheid open te stellen |
| 41597 | tot verwisseling der bewijzen van uitgestelde schuld in 3 pct. of 34 pct. obligatiën |
| 41598 | van 1894 en 1899 in portefeuille, t.w .: of 2 bewijzen tegen f 100 32 pct. obligatie 1899 |
| 41599 | of 40 bewijzen tegen f 2250 3 pct. obligaties 1894. Voor deze verwisseling waren be- |
| 41600 | schikbaar f 796.500 leening 1894 en f 793.700 der leening 1899. In 1912 werden 7.704 be- |
| 41601 | wijzen van uitgestelde schuld verwisseld tegen f 288.000 3 pct. obligatiën van 1894 |
| 41602 | en f 129.200 32 pct. obligatiën van 1899. De verwisseling kon geschieden ten kantore |
| 41603 | der Associatie-Cassa. De verwisselde bewijzen blijven deelnemen aan de uitlotingen. |
| 41604 | Nederlandsch Indische Spoorweg Maatschappij te |
| 41605 | 's Gravenhage. Opgericht 27 Augustus 1863. Duur tot 1 Januari |
| 41606 | 1973. Doe]: Het aanleggen en exploiteeren van spoorwegen in Nederl. |
| 41607 | Indië. Raad van Beheer: Dr. J. Kraus en Jhr. Reigersberg Ver- |
| 41608 | sluys. Commissarissen: L. W. C. Gerlach, voorzitter, A. H. G. |
| 41609 | Fokker, secretaris, A. W. van Eeghen Jr., A. D. de Marez Oyens, Dr. J. L. |
| 41610 | Cluysenaar en Mr. Dr. W. F. van Leeuwen. Plaatselijk Comité |
| 41611 | te Semarang: R. Birckenhauer, D. C. Buurman en W. H. Hioolen. |
| 41612 | Gouvernements-Commissaris: Dr. E. B. Kielstra. |
| 41613 | Uittreksel uit de concessie-voorwaarden der verschillende lijnen |
| 41614 | van de Nederlandsch-Indische Spoorweg Mpij. |
| 41615 | 10. SPOORWEG SEMARANG-VORSTENLANDEN. Concessie goedgekeurd bij Kon |
| 41616 | besl. d.d. 10 Maart 1863 e.v .: art. 69. De concessie voor de exploitatie van den spoor- |
| 41617 | weg wordt gegeven voor een tijdvak van 99 jaren (tot Dec. 1871). De concessiën, |
| 41618 | voor later aan te leggen verlengingen of zijtakken verleend, vervallen tegelijkertijd |
| 41619 | met de concessiën voor de hoofdlijn. Na afloop van den termijn, voor de concessie |
| 41620 | bepaalt, vervalt de weg met alle toebehooren, vrij en onbezwaard aan den Staat. |
| 41621 | Art. 71. De Staat heeft het recht, de onderneming te naasten twintig jaren na- |
| 41622 | dat de weg in zijn geheel in exploitatie zal zijn geweest, en verder na elke tien |
| 41623 | jaren exploitatie. De naasting geschiedt tegen den prijs, die volgenderwijze wordt |
| 41624 | gevonden: Men berekent de zuivere opbrengst van de laatste zeven jaren, trekt |
| 41625 | daarvan de twee ongunstige jaren af, en neemt het gemiddeld bedrag der na |
| 41626 | aftrekking overblijvende vijf jaren, en brengt de alzoo verkregen som, door die |
| 41627 | met 25 te vermenigvuldigen, tot kapitaal. De prijs kan niet minder bedragen dan |
| 41628 | het oorspronkelijk vennootschappelijk kapitaal, verminderd met hetgeen voor in- |
| 41629 | koop en aflossing van aandeelen en obligatiën is besteed. De betaling geschiedt |
| 41630 | aan de concessionarissen, zes maanden na de finale overname van den spoorweg. |
| 41631 | Van het voornemen om te naasten wordt minstens een jaar te voren aan de con- |
| 41632 | cessionarissen kennis gegeven. Art. 73. Het maximum van het kapitaal, waarvan |
| 41633 | de renten door den Staat worden gewaarborgd, zal in geen geval de som van |
| 41634 | f 17.000.000 mogen overtreffen. Art. 74. De Staat waarborgt aan de vennootschap |
| 41635 | over het tijdvak tusschen 1 Januari 1869 en 31 December 1906, een rente van 42 pct. |
| 41636 | over het in art. 73 genoemde kapitaal. Het maximum dier garantie wordt bepaald |
| 41637 | op f 765.000 's jaars. Art. 76. De door den Staat voor te schieten gelden stellen een |
| 41638 | schuld daar, ten laste van de vennootschap en ten behoeve van den Staat welke |
| 41639 | sehuld echter geen rente draagt. De terugbetaling daarvan geschiedt op den voet |
| 41640 | bij art. 90 bepaald. Art. 90. Zoodra de winst- en verliesrekening een zuivere |
| 41641 | winst aantoont van meer dan 5 pct., zal dat meerdere tot een bedrag van |
| 41642 | 1 pct. worden ingehouden tot terugbetaling aan den Staat van hetgeen deze voor |
| 41643 | rente gedurende den tijd van aanbouw heeft betaald, en van de eventueele voor- |
| 41644 | schotten, door hem verstrekt, ten gevolge van den waarborg der rente. Zoolang |
| 41645 | de Staat crediteur der vennootschap is, zal geene hoogere winst dan 7 pct. aan |
| 41646 | de aandeelhouders mogen worden uitgekeerd, maar het meerdere voor twee derde |