|
1306 |
462 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
1307 |
opengesteld op nog f 1.800.000 gewone aandeelen, groot f 240, |
|
1308 |
(frs. 500), tot den koers van 127 pct., met voorkeursrecht voor houders |
|
1309 |
van aandeelen op f 1.440.000 (bewijs no. 14) en oprichtersvoorkeurbewijzen |
|
1310 |
op f 360.000; aandeelhouders alsmede de 10 toen in leven zijnde oprichters |
|
1311 |
konden inschrijven in verhouding van 5 oude op 4 nieuwe aandeelen. Van |
|
1312 |
de door de kapitaalsuitbreiding van 1913 gecreëerde 1700 nieuwe aandeelen, |
|
1313 |
werden 182 aan aandeelhouders aangeboden; deze maakten van dit aan- |
|
1314 |
bod echter geen gebruik. Dividend bewijs no. 17, dat als claim dienst |
|
1315 |
zou doen, werd waardeloos. Er werden 1518 stuks uitge- |
|
1316 |
reikt, tegen inbreng van een deel der 3063 aandeelen in de |
|
1317 |
Société Commerciale Soller (thans Nouvelle Soc. Comm. Africaine |
|
1318 |
genaamd). Deze aandeelen waren in het bezit der Hamburgsche |
|
1319 |
firma Traun Stürken en van den heer P. Buhan, terwijl de Mpij. |
|
1320 |
zelve 937 aandeelen benevens frs. 369.000 in obligatiën dezer Venn. |
|
1321 |
hield. Door een later uitgeschreven obligatieleening, (zie hieronder), kwam |
|
1322 |
de Mpij. in het bezit van nagenoeg het geheele kapitaal (3063 aandeelen |
|
1323 |
à frs. 1000) der Société Commerciale Soller, welke uitgebreide belangen |
|
1324 |
heeft in Portugeesch Guinea, in de Casamance en de Senegal. Op 7 Juni |
|
1325 |
1916 stond de inschrijving open op f 2.000.000 6 pct. cumulatief |
|
1326 |
preferente aandeelen, groot f 1000, tot den koers van 100 pct. |
|
1327 |
incl. halve div. 1911. Emittenten als voren. De aandeelen zijn preferent |
|
1328 |
voor dividend en kapitaal. Voor het prospectus zie men aan het einde |
|
1329 |
van deel I, jaargang 1916/17. Er waren 150 oprichtersbewijzen |
|
1330 |
uitgegeven, welke einde 1915 werden ingekocht tot den prijs van f 1538.25. |
|
1331 |
(Zie de desbetreffende circulaire aan het einde van jrg. 1915/16, deel II). |
|
1332 |
Winstverdeeling: eerst 6 pct. cumulatief aan preferente aandeel- |
|
1333 |
houders. Van de rest: 8 pct. aan het algemeen reservefonds (dat aanv. |
|
1334 |
zal worden gebezigd tot afschrijving van het saldo der rekening „Inkoop |
|
1335 |
van Oprichtersbewijzen"), 45 pct. aan aandeelhouders, 30 pct. aan |
|
1336 |
de directie, 7 pct. aan commissarissen en 10 pct. aan het per- |
|
1337 |
soneel. Het bedrag aan aandeelhouders toekomende wordt tot 1 pct. |
|
1338 |
over het uitstaand kapitaal geheel aan houders van gewone aan- |
|
1339 |
deelen uitgekeerd; het meerdere wordt tusschen gewone- en prefe- |
|
1340 |
rente aandeelhouders verdeeld in verhouding van 10:1. Dividenden ver- |
|
1341 |
jaren na 5 jaar. Dividend oprichtersbewijzen 1897-1910: 0, 0, 0, |
|
1342 |
92, 100, 64, 216, 240, 120, 0, 414, 300, 300 en f 300 no. 9). Over 1911-1913 werd |
|
1343 |
niets uitgekeerd; over 1914 f 230.74 op no. 10, 24 Dec. 1915. Aflossing op 24 Dec. |
|
1344 |
1915 met f 1538.26. Dividend 1897-1913 op de aandeelen : 0, 5, 5, 7}, |
|
1345 |
9, 8, 10, 10, 8, 5, 12, 5, 12, 12, 5, 5 en 5 pct. . no. 18). Over 1914 werd 11} |
|
1346 |
pct. betaald, n.l. 6} pct. op 28 Sept. 1915 en 5 pct. op 2 Juni 1916, op wel- |
|
1347 |
ken datum voorts 16 pct. (15 pct. en 1 pct. extra) op rekening van 1915 |
|
1348 |
werd uitgekeerd, terwijl het slotdividend ad 7 pct. betaald werd op bewijs |
|
1349 |
no. 21 (Januari 1917) in totaal dus over 1915: 23 pct. Over 1916 werd betaald |
|
1350 |
22 pct. op gewone- en 37 pct. op de cumulatief preferente aan- |
|
1351 |
deelen (nos. 22 en 1, Juni 1917). Ter consolidatie van de schuld, |
|
1352 |
in 1913 aangegaan in verband met de overname van de aandeelen |
|
1353 |
Nouvelle St. Comm. Africaine, werd op 1 October 1915 de inschrijving |
|
1354 |
opengesteld op f 1.000.000 5 pct. obligatiën 1915, groot f 1000, |
|
1355 |
met coupons per 1 Mei en 1 Nov. Aflossing in 25 jaar volgens |
|
1356 |
een aflossingsplan; na 1919 mag meer worden afgelost dan het plan aangeeft .. |