|
1922 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 473 |
|
1923 |
„Dordrechtsche Metaalwarenfabriek“, voorheen |
|
1924 |
Wed. J. Bekkers & Zoon, te Dordrecht. Opgericht 10 Februari |
|
1925 |
1900. Duur tot 31 December 1999. Do el: het fabriceeren van- en han- |
|
1926 |
del drijven in metaalwaren en al hetgeen daarmede in verband staat, spe- |
|
1927 |
ciaal het voortzetten der tot dusverre door de firma Wed. J. Bekkers & |
|
1928 |
Zoon gedreven handelszaken. Directeur: G. J. Bosman. Adjunct- |
|
1929 |
Directeur: J. J. M. Bekkers. Commissarissen: C. H. van |
|
1930 |
Hattem, Voorzitter, Mr. J. Salomonson, E. Bloembergen Azn. en H. A. Har- |
|
1931 |
togh. Secretaris: H. W. Stoop. Kapitaal thans f 1.000.000, |
|
1932 |
waarvan f 500.000 geplaatst, het was oorspronkelijk groot f 1.000.000, waar- |
|
1933 |
van aanvankelijk f 750.000 geplaatst, werd ingevolge besluit der aandeelhou- |
|
1934 |
dersvergadering van 10 Mei 1906 met 50 pct., dus het uitstaand bedrag met |
|
1935 |
f 375.000 gereduceerd, en in 1916 verhoogd tot een geautoriseerd bedrag van |
|
1936 |
f 1.000.000, terwijl het geplaatst bedrag steeg tot f 500.000, door uitgifte van |
|
1937 |
f 125.000 aandeelen op 4 April 1917, tot den koers van 100 pct. voor aandeel- |
|
1938 |
houders (3 : 1, no. 12), bij de H.H. Wertheim & Gompertz te Amsterdam. Er |
|
1939 |
zijn 500 oprichtersbewijzen uitgegeven. De algem. verg. van aan- |
|
1940 |
deelhouders heeft te allen tijde het recht deze oprichtersbewijzen ten be- |
|
1941 |
hoeve der vennootschap, alle of gedeeltelijk, in 't laatste geval bij loting, |
|
1942 |
tegen f 150 per stuk in te lossen, in welk geval de anders voor deze be- |
|
1943 |
wijzen bestemde winst aan de mpij. ten goede komt. Afgestempelde |
|
1944 |
5 pct. cumulatief preferente aandeelen, aanvankelijk groot. |
|
1945 |
f 1000, thans door afstempeling (waartoe de gelegenheid in Mei 1907 werd |
|
1946 |
opengesteld) gebracht op f 500. De inschrijving op f 500.000 dezer aandeelen |
|
1947 |
was opengesteld op 15 Februari 1900 bij de H.H. Wertheim & Gompertz te |
|
1948 |
Amsterdam, tot den koers van 100 pct. Winstverdeeling: |
|
1949 |
5 pct. over het gestorte kapitaal; van het restant 50 pct. aan aan- |
|
1950 |
deelhouders, 17} pct. tantièmes, 10 pct. aan de reserve en 22} pct. aan |
|
1951 |
aandeelhouders tot aanzuivering der geaccumuleerde rente over de boek- |
|
1952 |
jaren 1900-1905. Zoodra deze uitkeering van geaccumuleerde rente f 285 |
|
1953 |
per aandeel heeft bedragen, wordt de overwinst als volgt verdeeld: 50 pct. |
|
1954 |
aan aandeelhouders, 15 pct. directie, 10 pct. commissarissen, 10 pct. reserve |
|
1955 |
en 15 pct. oprichtersbewijzen. Dividend 1900: 15 pct .; 1901-1905: |
|
1956 |
nihil; 1906-1908: telkens 5 pct .; 1909-1915: 8, 8, 8, 8, 8, 2.6 en 12} pct. |
|
1957 |
(no. 11, 24 Mei 1916), waarvan voor 1909-1913 telkens f 4.65 en voor 1915: |
|
1958 |
f 11.63} aanzuivering geaccumuleerde rente over de boekjaren 1900 tot en |
|
1959 |
met 1905. Over 1916 werd uitgekeerd 18.28 pct. (f 91.41}) op de aandeelen en |
|
1960 |
6.72 pct. (f 33.58}) op de winstbewijzen (divid. bew. no. 1, 19 April 1917). |
|
1961 |
Buiteng. Geb., |
|
1962 |
Orediet- Reserve- res. v. Oredi- Kas en mach., Grondst. Debi- Bruto Netto |
|
1963 |
rekening fonds afschr. teuren2) kassiers enz. enz. teuren winst winst1). |
|
1964 |
1906 40.000 90 16.448 42.498 15.006 247.850 158.084 79.151 50.596 32.004 |
|
1965 |
1910 100.000 5.650 10.996 31.432 40.384 268.007 191.495 81.025 109.236 71.811 |
|
1966 |
1911 100.000 7.437 10.598 74.705 2.600 313.338 238.580 82.203 81.099 41.821 |
|
1967 |
1912 150.000 7.867 10.688 91.210 2.632 304.763 294.209 94.144 74.983 39.7508: |
|
1968 |
1913 210.000 9.928 10.957 25.993 21.490 297.405 239.432 107.448 60.125 24.954 |
|
1969 |
1914 150.000 11.010 10.529 13.961 36.630 280.734 180.798 66.505 31.157 402 |
|
1970 |
1915 150.000 11.662 10.529 63.775 8.149 271.290 308.872 85.577 89.886 61.710 |
|
1971 |
1916 60.000 16.316 10.529 21.537 36.753 264.907 275.051 98.264 228.427 186.215 |
|
1972 |
1) Na uitkeering volgens besluit algemeene vergadering en dotatie reserve dubieuse |
|
1973 |
debiteuren, voor 1910 en 1911 vóór dotatie van resp. f 12.500 vernieuwingsrekening en |
|
1974 |
f 5.000 reserve voor electrische installatie. 2) In rekening courant. 3) Incl. f 3.500 |
|
1975 |
reserve voor loodsbouw. |