Page 825 in yearbook 1917

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1917 vanoss_1917-18_domestic 825 779 content 1889 × 2448 1917/25378

Blocks on this page 1

Company header Detached block
Main
13564
3 lines

Page content 55

The raw OCR output of this page, line by line.
19150 MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN. 779
19151 heden moest leiden. In nog hoogere mate dan in 1915 hebben evenwel gedurende
19152 1916 de als gevolg van den oorlog in Europa andermaal belangrijk, en gedeeltelijk
19153 zelfs enorm verhoogde prijzen van materialen en machinerieën nadeeligen invloed
19154 uitgeoefend op de kosten van het bedrijf. In het thans loopende boekjaar zal zich
19155 de daareven geschetste invloed zonder twijfel in nog meerdere mate voelbaar maken.
19156 Wat betreft het aanschaffen van het voor het gewone onderhoud der machinale
19157 installatie benoodigde, zoo gelukte het, zij het ook met wat hoogere kosten, om
19158 veel van het benoodigde in het atelier op de mijn zelf aan te maken, dan wel op
19159 Java te doen aanmaken of in te koopen.
19160 Mijnbouw-Maatschappij „Siloengkang" gevestigd te Am-
19161 sterdam. Opgericht: 4 Mei 1909. Duur: tot 31 December 1983.
19162 Doel: het verkrijgen van vergunningen tot mijnbouwkundige opsporin-
19163 gen en van concessiën tot mijnontginning met betrekking tot edele metalen
19164 en andere delfstoffen-houdende gronden in Nederlandsch-Indië: Inbreng:
19165 de op 11 April 1908 voor den tijd van 75 jaren verleende concessie „Siloeng-
19166 kang", groot 747 H.A., gelegen in de Residentie Padangsche Bovenlanden
19167 afdeeling Tanah Datar. (Voor de nieuwe in exploratie verkregen concessie
19168 zie men hieronder). Directeur: K. H. H. van Bennekom (waarnemend).
19169 Vertegenwoordigers in Indië: Van Houten, Steffan & Co. te
19170 Padang. Commissarissen: K. H. H. van Bennekom, Mr. W. A.
19171 Engelbrecht en A. A. van der Mark. Aandeelenkapitaal,
19172 groot f 1.000.000, verdeeld in 10.000 aandeelen ieder groot f 100
19173 en waarvan is uitgegeven f 500.000. Winstverdeeling: Van de
19174 netto winst wordt eerst 6 pct. uitgekeerd over het uitstaande aandeelen-
19175 kapitaal; van het daarna overblijvende komt: 5 pct. aan directie; 10 pct.
19176 aan commissarissen; 15 pct. aan het reservefonds en 70 pct. aan aandeel-
19177 houders. Reservefonds: Zoodra en zoolang het Reservefonds de som
19178 van het maatschappelijk kapitaal bedraagt, wordt ten behoeve daarvan
19179 niets meer van de winst afgezonderd en geschiedt de verdeeling van het
19180 daarvoor bestemde winstaandeel als volgt: 75 pct. aan aandeel-
19181 houders; 10 pct. aan de directie en 15 pct. aan commissarissen. Op 8
19182 Februari 1909 werden f 500.000 dezer aandeelen tot den koers van 100 pct.
19183 door den heer G. J. Mijnarends te Amsterdam, door verkoop ter beurze
19184 aan de markt gebracht. Dividend werd nog niet uitgekeerd.
19185 Koersen 1910: 323-243; 1911: 343-18; 1912: 36-20; 1913: 164-7; 1914: 93-32.
19186 1915: 93-4; 1916: 10- 34.
19187 Sedert 1914 zijn geen verslagen meer gepubliceerd; voor
19188 de balans per 31 Dec. 1914 zie men jaargang 1915/16, deel. I.
19189 Uit Verslag 1914. Zooals wij in ons jaarverslag over 1913 mededeelden waren
19190 reeds onderhandelingen met een buitenlandsch consortium over de exploitatie van
19191 het terrein bij Palangki aangeknoopt. De bedoeling van het consortium was, om
19192 in de 2e helft van 1914 met de werkzaamheden te beginnen. Het heeft niet zoo
19193 mogen zijn: de wereldoorlog kwam en door en met hem werden alle plannen den
19194 bodem ingeslagen. Ook het syndicaat M. J. Boissevain dat ons tot dusverre de
19195 noodige bedrijfsmiddelen verschafte, zag zich genoodzaakt het storten van verdere
19196 middelen voorloopig te staken, waardoor wij, op onzen beurt, verplicht waren, de
19197 werkzaamheden stop te zetten. Wij zijn nog doende met genoemd syndicaat een
19198 overeenkomst te treffen, om ons in staat te stellen aan onze verplichtingen te
19199 voldoen, totdat de economische toestand ons weder de gelegenheid opent, de werk-
19200 zaamheden voort te zetten. De rapporten van de ingenieurs H. Frijling en C.
19201 Menschaar over Palangki, zijn van dien aard, dat verdere exploitatie in allen
19202 deele gewettigd is. Het bovenbedoeld buitenlandsch consortium, wil, blijkens be-
19203 richten van recenten datum de zaak opnieuw ter hand nemen zoodra de tijds-
19204 omstandigheden gunstiger worden.