|
21429 |
820 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. |
|
21430 |
Oliï (1912); Astra Romana (1912 en 1914), United British Oilfields of Tri- |
|
21431 |
nidad Ltd. (1913), California Oilfields Ltd. (1913 en 1914), North Caucasian |
|
21432 |
Oilfields Ltd. (1913), New Schibaieff Petr. Co. Ltd. (1913), British North |
|
21433 |
Borneo Cy. (1913), Turkish Petroleum Cy. (1914), The Shell Co. of California |
|
21434 |
(1914 en 1915), The Panama Canal Storage Cy. (1914), The Venezuelan |
|
21435 |
Oil Concessions Ltd. (1915), Djambi-concessies (1915), Valley Pipe Line Cy. |
|
21436 |
(1915), Simplex Refining Cy. (1915). |
|
21437 |
Inbreng. De inbreng der „Koninklijke"- en „Shell“-eigendommen in de |
|
21438 |
Bataafsche en de Anglo Saxon geschiedde hetzij door feitelijke overdracht, |
|
21439 |
hetzij voor sommige bezittingen wier aard een feitelijke overdracht bezwaarlijk |
|
21440 |
maakte, door deze aan de Bataafsche en de Anglo-Saxon in trust te doen houden, |
|
21441 |
terwijl, waar noodig, de „Koninklijke“ zelf als exploitante blijft optreden. Alles wat |
|
21442 |
op de productie betrekking had, daarin begrepen aandeelen in andere produceerende |
|
21443 |
maatschappijen, kwam aan de Bataafsche Petroleum Maatschappij, terwijl tank- |
|
21444 |
installatiën en schepen, en hetgeen verder tot vervoer en distributie diende (voor |
|
21445 |
zoover niet reeds in handen zijnde van de Asiatic Petroleum Co.) aan de Anglo |
|
21446 |
Saxon Petroleum Co. werd gecedeerd. Uitgezonderd van den inbreng in de nieuwe |
|
21447 |
Maatschappijen waren: eenerzijds de kasmiddelen, inclusief alle van vóór 1 Januari |
|
21448 |
1907 nog provenieerende baten en beleggingen buiten het bedrijf, waaronder voor |
|
21449 |
de „Koninklijke” ook behooren de door deze toen nog aan te koopen £ 500.000 nomi- |
|
21450 |
naal gewone aandeelen „Shell“, benevens de kantoorgebouwen der „Koninklijke“ en |
|
21451 |
der „Shell“ te 's Gravenhage en te Londen; anderzijds eenige schulden der „Shell" |
|
21452 |
tot een bedrag van £ 285.000, omtrent welke laatste evenwel bepaald werd, dat, in- |
|
21453 |
dien bedoeld bedrag van £ 285.000 niet zal kunnen zijn gedelgd door de helft van |
|
21454 |
hetgeen de „Shell“ gedurende 10 jaren als dividend uit de nieuwe Maatschappij |
|
21455 |
erlangt, boven £ 150.000 in ieder jaar, het restant zal worden overgenomen door de |
|
21456 |
Anglo-Saxon Petrol. Co. Ltd. In verband met de omstandigheid dat in de besturen |
|
21457 |
der nieuwe Maatschappijen de „Koninklijke“ feitelijk de meerderheid zal hebben, |
|
21458 |
zijn tusschen de „Koninklijke“ en de „Shell“ eenige regelingen ontwerpen, ten |
|
21459 |
doel hebbende de belangen van de aandeelhouders der „Shell" te waarborgen Zoo |
|
21460 |
is bepaald, dat gedurende de eerste tien jaren uit de dividenden, door de „Ko- |
|
21461 |
ninklijke" en de „Shell” van de nieuwe maatschappijen te ontvangen, jaarlijks eerst. |
|
21462 |
£ 50.000 zullen komen aan de „Shell“ ter betaling van 5 pct. aan hare preferente |
|
21463 |
aandeelhouders; vervolgens £ 12.000 aan de „Koninklijke“ (overeenkomende ongeveer |
|
21464 |
met 4 pct. van haar tegenwoordig preferent aandeelenkapitaal), daarna £ 100.000 |
|
21465 |
aan de „Shell“ ter betaling van 5 pct. over haar gewoon aandeelenkapitaal en voorts |
|
21466 |
£ 213.000 aan de „Koninklijke“ ter vereffening der verhouding van 60 pct. voor de |
|
21467 |
„Koninklijke“ tegen 40 pct. voor de „Shell“ over het in ieder jaar eerstverdiende be- |
|
21468 |
drag van £ 375.000. Daarbij is nog bepaald, dat indien het bedrag door de „Ko- |
|
21469 |
ninklijke" tengevolge der vorengenoemde regeling te ontvangen in eenig jaar min- |
|
21470 |
der mocht bedragen dan 1} maal het door de „Shell" ontvangen bedrag, het te kort |
|
21471 |
uit de winst boven £ 375.000 in volgende jaren eerst aan de „Koninklijke" zal wor- |
|
21472 |
den aangezuiverd, alvorens verdere verdeeling in verhouding van 60 tot 40 plaats |
|
21473 |
heeft. Met het oog op het feit, dat de inbreng der „Koninklijke" hoofdzakelijk |
|
21474 |
uit olieterreinen bestond en die der „Shell" hoofdzakelijk uit schepen, installaties |
|
21475 |
en vaste eigendommen, die bij liquidatie uit den aard der zaak een meer vaste |
|
21476 |
waarde hebben, werd voorts bepaald, dat bij gedwongen liquidatie of vrijwilligen |
|
21477 |
verkoop gedurende de eerste 25 jaren het netto provenu tot een bedrag van £ 9.000.000 |
|
21478 |
gelijkelijk tusschen de „Koninklijke“ en de „Shell”, en alleen het eventueel excedent |
|
21479 |
in de verhouding van 60 tot 40 tusschen beide maatschappijen, zal worden verdeeld. |
|
21480 |
Tevens werd een bepaling gemaakt, volgens welke ieder jaar uit de winsten der |
|
21481 |
beide nieuwe maatschappijen gezamenlijk, ten behoeve van herstel, vernieuwing en |
|
21482 |
uitbreiding, ten minste een bedrag van £ 100.000 zal worden gereserveerd, totilat een |
|
21483 |
bedrag van £ 1.000.000 zal zijn bereikt, hetwelk niet zal worden aangesproken dan |
|
21484 |
met toestemming van 4/5 der leden van het bestuur van ieder der beida Maat- |
|
21485 |
schappijen. |
|
21486 |
Bedrijf der „Koninklijke“ tijdens den inbreng der eigendommen in |
|
21487 |
de Bataafsche en Anglo Saxon: De stand van het bedrijf der „Koninklijke" |
|
21488 |
was ten tijde van bovengenoemden inbreng als volgt: De mpij. had in eigen |
|
21489 |
bezit 2 petroleum-raffinaderijen op Sumatra; tankinstallatiën op Sumatra te Pang- |
|
21490 |
kalan Soesoe en Padang en in verschillnede centra als te Karachi, Madras, Calcutta, |
|
21491 |
Bamboe (tegenover Singapore), Bangkok, Hongkong, Swatow, Shanghai, Bombay, |