|
22632 |
840 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. |
|
22633 |
aandeelen B 3 pct. Van de winst, welke daarna overblijft, ontvangen: de |
|
22634 |
directie 10 pct .; de raad van commissarissen 20 pct .; de houders van aand. |
|
22635 |
A 70 pct. als super-dividend. Het bedrag, dat als superdividend op de aan- |
|
22636 |
deelen A wordt uitgekeerd, wordt bij elke uitbetaling op die aandeelen |
|
22637 |
gestempeld. Zoodra op elk der aandeelen A f 1000 .- als super- |
|
22638 |
dividend zal zijn uitgekeerd, worden de aandeelen A en B ın ieder op- |
|
22639 |
zicht gelijk gesteld en zal - in de plaats van de hierboven bepaalde |
|
22640 |
winstverdeeling - uit de jaarlijksche winst worden uitgekeerd: aan alle |
|
22641 |
aandeelhouders 7 pct. over het nominale bedrag hunner aandeelen. Van |
|
22642 |
hetgeen daarna overblijft: 10 pct. aan de directie; 20 pct. aan den |
|
22643 |
raad van commissarissen; 70 pct. aan aandeelhouders, gelijkelijk |
|
22644 |
te verdeelen over alle uitgegeven aandeelen. Liquidatiebepa- |
|
22645 |
lingen: Bij liquidatie ontvangen eerst houders van aandeelen A het- |
|
22646 |
geen zij minder dan 7 pct. dividend per jaar hebben ontvangen, benevens |
|
22647 |
hetgeen zij minder dan f 1000 aan super-dividend hebben genoten. Hetgeen |
|
22648 |
daarna overblijft wordt verdeeld volgens denzelfden maatstaf als ten |
|
22649 |
aanzien van de winstverdeeling (zie boven), na de gelijkstelling der aan- |
|
22650 |
deelen A & B, is bepaald voor de jaarlijksche overwinst boven 7 pct. Om- |
|
22651 |
trent den inbreng zie met het laatst jaargang 1912, blz. 853 e.v. |
|
22652 |
Dividenden: 1908: aandeelen A 7 pct .; 1909: aandeelen A 7 pct. inte- |
|
22653 |
rim-dividend en 10 pct. kapitaalsteruggave; aandeelen B: 3 pct .; 1910: aan- |
|
22654 |
deelen A, 7 pct. interim-divid. (over f 900, t.w. f 1000 min f 100 super-divi- |
|
22655 |
dend over 1909), geen slot-dividend; aandeelen B nihil; 1911: aandeelen A. |
|
22656 |
7 pct. (over f 900), betaalbaar 15 Juli 1912 met f 63 (no. 4); aand. B nihil. |
|
22657 |
Op 5 Augustus 1913 vond de tweede terugbetaling op het preferente aandee- |
|
22658 |
len-kapitaal plaats van f 75. Op 12 Augustus 1914 was de derde terug- |
|
22659 |
betaling op de preferente aandeelen opvorderbaar en wel f 65 per aandeel |
|
22660 |
(betaalbaar op bewijs no. 6). Op 8 September 1916 werd f 90 per aandeel |
|
22661 |
terugbetaald op bew. no. 7. Begin 1917 accepteerde de liquidateur in overleg |
|
22662 |
met commissarissen een bod op de aandeelen Union des Pétroles d'Okla- |
|
22663 |
homa van frs. 107 per frs. 100 preferent aandeel en frs. 62.50 per frs. 100 |
|
22664 |
gewoon aandeel (zie kleine letter); de franc werd bij den verkoop op 42 ct. |
|
22665 |
aangenomen en de mpij. ontving derhalve frs. 450.000 (pref. aand.) à 107 pct. |
|
22666 |
= f 202.230 en frs. 4.750.000 (gew. aand.) à 62} pct. = f 1.246.875, in totaal |
|
22667 |
f 1.449.105. In de op 28 Juni 1917 gehouden vergadering werd de rekening |
|
22668 |
en verantwoording van den liquidateur goedgekeurd. Aangezien er een in- |
|
22669 |
grijpend meeningsverschil is gebleken te bestaan over de wijze waarop het- |
|
22670 |
liquidatie-saldo tusschen de aandeelen A en B behoort te worden verdeeld, |
|
22671 |
heeft de liquidateur, in overleg met commissarissen, een rechter- |
|
22672 |
lijke uitspraak uitgelokt, waartoe de voor elk der beide zienswijzen aan |
|
22673 |
te voeren gronden door twee rechtsgeleerden onafhankelijk van elkaar aan |
|
22674 |
den rechter werden uiteengezet. Teneinde inmiddels, hangende die beslis- |
|
22675 |
sing, renteverlies zooveel mogelijk te voorkomen, had reeds in Juni 1917 een |
|
22676 |
uitbetaling van f 670 per aandeel A plaats, door welke uitbetaling in ieder |
|
22677 |
geval de rechten der aandeelhouders B ongedeerd bleven. Ten slotte werd |
|
22678 |
het geschil krachtens arrest van het Gerechtshof te Amsterdam d.d. 12 Octo- |
|
22679 |
ber 1917 beslist en de slotuitkeering vastgesteld op f 208.28} per |
|
22680 |
aandeel A en f 145.28} per aandeel B, betaalbaar vanaf 5 November 1917 |
|
22681 |
bij de Ontvang- en Betaalkas, tegen intrekking der aandeelen. |
|
22682 |
[Het voornoemde meeningsverschil werd beheerscht door de vraag, of de |