|
31670 |
1018 SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN. |
|
31671 |
de; het inrichten van stoomvaartdiensten enz. Voor den inbreng zie |
|
31672 |
men laatstelijk den jaargang 1907, blz. 834. Commissarissen: N. Mc. |
|
31673 |
Leod, Mr. P. Maclaine Pont, Mr. W. de Ridder. Directie: Firma |
|
31674 |
Wm. H. Müller & Co. Kapitaal: f 4.000.000, thans geheel geplaatst, |
|
31675 |
in aandeelen groot f 1000; hiervan uitgegeven bij de oprich- |
|
31676 |
ting f 600.000, in 1900 f 150.000. Op 18 Juni 1900 werden de aan- |
|
31677 |
deelen tot den koers van 125 pct. namens de H.H. Labouchere Oyens |
|
31678 |
& Co., door bemiddeling der H.H. van der Werff & Hubrecht aan de |
|
31679 |
markt gebracht. In den loop van 1906 werden f 300.000; in 1907 f 1.349.000 |
|
31680 |
en in 1908 f 500.000 aandeelen onderhands à pari geplaatst. Het geheele |
|
31681 |
kapitaal is thans geplaatst; alle aandeelen zijn officieel genoteerd sinds |
|
31682 |
9 Sept. 1909. Winstverdeeling: Eerst wordt het bedrag bepaald |
|
31683 |
voor de buitengewone reserve, daarna 6 pct. over het gestorte kapitaal. |
|
31684 |
Van de overwinst minstens 10 pct. voor de reserve; van het overblijvende |
|
31685 |
5 pct. directie, 5 pct. commissarissen, 10 pct. oprichtersaandeelen, 80 pct. |
|
31686 |
aandeelhouders. Dividenden 1897-1898: 6 en 6 pct .; 1899-1917: 8, 10, |
|
31687 |
8, 7, 7, 7, 7, 7, 7, 6, 6, 6, 6, 8, 8, 8, 20 (8 int. en 12 slot), 15 en 16 pct. (no. 19, |
|
31688 |
27 Mei 1918). Er werden uitgegeven 100 oprichtersaandeelen; |
|
31689 |
deze ontvingen: 1899-1907: f 15, 37.50, 37.50, 22.50, 22.50, 23.131, 23.134, 26.89} |
|
31690 |
en 43.75, 1908-1911: nihil; 1913-1916: f 100, 100, 700 en f 450; 1917: nihil. |
|
31691 |
42 pct. obligatiën van 1899, uitgegeven voor een bedrag van |
|
31692 |
f 600.000. (Uitstaand bedrag op 2 Jan. 1918 f 349.000), met verband op |
|
31693 |
schepen der mpij. De inschrijving op deze leening was op 5 Juli 1899 |
|
31694 |
à 99 pct. bij de Rotterdamsche Bank, Labouchere Oyens & Co. en de |
|
31695 |
Haagsche Bank opengesteld. Obligatiën groot f 1000; coupons |
|
31696 |
1 April en 1 October. Aflossing à pari bij uitloting in Januari voor |
|
31697 |
afbetaling op 1 April. Er zullen van deze leening nog de volgende |
|
31698 |
uitlotingen plaats vinden: in de jaren 1914 18, 1915 20, 1916 21, |
|
31699 |
1917-1918 22, 1919 23, 1920 25, 1921-1922 26 en 1923-1929 respec- |
|
31700 |
tievelijk 28, 29, 30, 32, 34, 36 en 38 obligatiën. 4} pct. obli- |
|
31701 |
gatiën van 1901. Uitgegeven voor een bedrag van f 1.400.000, ver- |
|
31702 |
zekerd door verband op nieuwe stoomschepen. Inschrijving 22 November |
|
31703 |
1901 à 96 pct. bij dezelfde emittenten als vorige leening. Obligatiën |
|
31704 |
groot f 1000; coupons 1 April en 1 October: aflossing bij uitlo- |
|
31705 |
ting in Januari, voor afbetaling op 1 April d.a.v. Er zullen van deze |
|
31706 |
leening in 1914-1931 nog de volgende uitlotingen plaats vinden: resp. 40, |
|
31707 |
42, 44, 46, 48, 50, 52, 55, 58, 60, 63, 65, 68, 71, 75, 78, 81 en 86 obligatiën. |
|
31708 |
Uitstaand bedrag op 2 Januari 1918 f 910.000. |
|
31709 |
Geïmmobiliseerde en verkochte schepen tijdens den |
|
31710 |
Europeeschen oorlog. |
|
31711 |
1914. |
|
31712 |
s.s. „Admiraal de Ruyter" (groot 5545 bruto reg. ton), Juli (door de Russische regee- |
|
31713 |
ring gerequireerd en tegen vergoeding in gebruik genomen); verschuldigde gelden |
|
31714 |
echter tot dusver niet voldaan. |
|
31715 |
1916. 7 |
|
31716 |
s.s „Grängesberg” (6749 bruto reg. ton) verkocht aan de N. A. S. M |
|
31717 |
s.s. „Blötberg" (4835 bruto reg. ton) verkocht aan de N. A. S. M. |
|
31718 |
s.s. „Batavier V” (1506 bruto reg. ton) op een mijn geloopen. |
|
31719 |
s.s. „Batavier II" ( ...... bruto reg. ton) 24 September naar Zeebrugge opgebracht en |
|
31720 |
veroordeeld. |
|
31721 |
8.8. „Batavier VI" (1206 bruto reg. ton) 12 November naar Zeebrugge opgebracht, |
|
31722 |
doch vrijgesproken en in Januari 1918 teruggegeven. |