|
45425 |
1264 SPOORWEGFONDSEN. |
|
45426 |
losbaar 1 Mei d.a.v. Op 1 Mei 1919 wordt voor het eerst f 40.000 aflosbaar |
|
45427 |
gesteld en verder op 1 Mei van elk volgend jaar zoodanige som, als de ten |
|
45428 |
vorigen jare losbaar gestelde plus vrijgevallen rente daarvan. Geheele of |
|
45429 |
gedeeltelijke aflossing à pari te allen tijde geoorloofd. De stukken ver- |
|
45430 |
kregen 26 Aug. 1918 officieele noteering en zijn vanaf 1 November 1918 |
|
45431 |
dooreen leverbaar met de overige 5 pct. obligatiën. Voor het prospectus |
|
45432 |
zie men aan het einde van dit deel. |
|
45433 |
Koersen 1915: 103-1005/16; 1916: 1053-101}; 1917: 105-101}. |
|
45434 |
Mij. t. Expl. v. Staatsspoorwegen, 4} pcts. Leening |
|
45435 |
van 1913 en 1914. Van deze leening, groot f 20.000.000, goedgekeurd |
|
45436 |
op de algemeene vergadering, gehouden 19 Juni 1913, werden uitgegeven de |
|
45437 |
1e-10e serie, elk groot f 1.000.000. De inschrijving op deze obligatiën |
|
45438 |
stond open op 10 September 1913 met voorkeursrecht voor aandeelhouders |
|
45439 |
en oprichters, tot den koers van 100} pct. Obligatiën, groot |
|
45440 |
f 1000; coupons 1 April en 1 October; aflossing in 60 jaren. Jaarlijksche |
|
45441 |
aflossing, voor het eerst op 1 April 1915 ad f 35.000 en in volgende jaren |
|
45442 |
vermeerderd met de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. |
|
45443 |
Uitloting in October, losbaar den len April d.a.v. Geheele of gedeelte- |
|
45444 |
lijke aflossing dezer leening is geoorloofd. Bij naasting door den Staat |
|
45445 |
is deze bevoegd zich in de plaats der Mpij. te stellen. Op het restant dezer |
|
45446 |
leening (11e-20e serie) was 30 Jan. 1914 tot den koers van 100} pct. de in- |
|
45447 |
schrijving opengesteld, eveneens met voorkeursrecht voor aandeelhouders |
|
45448 |
en oprichters. Aflossing, coupons en coupures als bij de stukken der |
|
45449 |
le-10e serie. Geheele of gedeeltelijke aflossing niet vóór 1919 geoorloofd. |
|
45450 |
Voor de op 1 Jan. 1918 uitstaande bedragen zie men de tabel „Specificatie |
|
45451 |
Obligatieschuld". Dit tweede gedeelte (serie 11-20) heeft ter beurze af- |
|
45452 |
zonderlijke noteering terwijl het eerste gedeelte (serie 1-10) geheel ten |
|
45453 |
onrechte dooréén genoteerd wordt met de 43 pct. obligatiën |
|
45454 |
13-20e serie der uitgifte in 1914 ad f 20.000.000 en de le-6e serie der uit- |
|
45455 |
gifte van 1915 ad f 20.000.000, voor welke afwijkende aflossingsbepalingen |
|
45456 |
gelden (zie hieronder). |
|
45457 |
Koersen 1913 der serie 1-10: 1007/1 .- 102}; 1914: 100g-1022; 1915: 994-94; 1916: 1013-952. |
|
45458 |
Koersen 1914 der serie 11-20: 100% 1023; 1915: 994-94; 1916: 102-958; 1917: 102-99. |
|
45459 |
Mij. tot Expl. van Staatsspoorwegen. 42 pct. Leening |
|
45460 |
van 1914 en 1915. Deze uitgifte bestaat uit de 13-20e serie der lee- |
|
45461 |
ning van 1914, groot f 20.000.000, goedgekeurd bij besluit der alg. verga- |
|
45462 |
dering van 22 Juni 1914 en uit de le-6e serie der leening 1915, eveneens |
|
45463 |
groot f 20.000.000, goedgekeurd bij besluit der algemeene vergadering |
|
45464 |
van 24 Juni 1915, in totaal dus groot f 14.000.000. De inschrij- |
|
45465 |
ving op deze obligatiën stond open op 7 October 1915 tot den |
|
45466 |
koers van 97g pct. Obligatiën, groot f 1000, met coupons per |
|
45467 |
1 April, en 1 October. Aflossing à pari door uitloting in 60 jaren; |
|
45468 |
voor het eerst op 1 April 1917 ad f 50.000 en verder op 1 April van elk vol- |
|
45469 |
gend jaar zoodanige som als ten vorigen jare vermeerderd met vrijgevallen |
|
45470 |
rente. Uitloting in October, aflosbaarstelling op 1 April d.a.v. |
|
45471 |
Geheel of gedeeltelijke aflossing voorbehouden. Bij naasting door den |
|
45472 |
Staat is deze bevoegd zich in de plaats der mpij. te stellen. Deze obligatiën |
|
45473 |
worden geheel ten onrechte dooréén genoteerd met de |
|
45474 |
le-10e serie der leening van 1913 (zie boven). 4 pct. obligatiën |