|
27691 |
960 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. |
|
27692 |
van de „Koninklijke“ in Mexico bedroeg 336.200 vaten, v. j. 747.000. In 1918 moest |
|
27693 |
de productie nog teruggehouden worden, omdat nog geen voldoende scheepsgele- |
|
27694 |
genheid voor afzet beschikbaar was. Begin 1919 werd die toestand beter en kon |
|
27695 |
de uitvoer van ruwe olie vermeerderd worden. De ruwe olievoorraad bedroeg eind |
|
27696 |
1918 1.283.800 vaten, ongerekend de in aarden reservoirs opgeslagen olie, die van |
|
27697 |
den voorraad werd afgeschreven. De totale opslagcapaciteit in stalen tanks be- |
|
27698 |
droeg op 31 December 1918 1.585.100 vaten. De 10" pijpleiding van Panuco naar |
|
27699 |
Chijol (capaciteit 20.000 vaten per dag) is onlangs in gebruik genomen. De Corona |
|
27700 |
verkocht in het binnenland 26.165 vaten ruwe olie. De politieke toestand is nog van |
|
27701 |
dien aard, dat van eene ongestoorde uitoefening van het bedrijf geen sprake is. |
|
27702 |
De belasting op uitgevoerde petroleum en haar producten, welke naar een vast- |
|
27703 |
gestelde waarde geheven wordt, werd niet gewijzigd. De belastbare waarde werd |
|
27704 |
echter eenige malen verhoogd, voor kerosine en gasolie het meest, hetgeen tot |
|
27705 |
gevolg zal hebben, dat de oprichting van fabrieken in Mexico ter verwerking van |
|
27706 |
ruwproduct wordt tegengewerkt. |
|
27707 |
Op Curaçao werd de raffinaderij van de Curacaosche Petroleum Mpij. in |
|
27708 |
Mei in gebruik gesteld. Slechts geringe hoeveelheden Venezolaansche olie konden |
|
27709 |
worden verwerkt. De hooge prijzen van sleepbooten en lichters verhinderden nog |
|
27710 |
steeds om de vloot voor het transport van olie uit Venezuela op voldoende capa- |
|
27711 |
citeit te brengen. De plaatselijke verkoopen begonnen in Mei. |
|
27712 |
Het geologisch onderzoek van de concessies in Venezuela wordt voortgezet. |
|
27713 |
Ook in Oost Venezuela worden exploratieboringen aangezet. De totale productie |
|
27714 |
bedroeg 57.203 ton. Tengevolge van de transportmoeilijkheden naar Curaçao werd |
|
27715 |
hoofdzakelijk geproduceerd om in de behoeften aan olieproducten van Venezuela |
|
27716 |
te voorzien. |
|
27717 |
Financieel resultaat. De zooveel grootere uitkeering door de Bataaf- |
|
27718 |
sche houdt eensdeels verband met de omstandigheid dat over 1917 belangrijker |
|
27719 |
afschrijvingen op het Russische bezit noodzakelijk waren en is anderzijds een |
|
27720 |
gevolg van het feit, dat naast de opbrengst van de Indische producten, ook be- |
|
27721 |
langrijke inkomsten uit anderen hoofde haar ten goede kwamen. In verband met |
|
27722 |
de tijdsomstandigheden 'en de daaruit voortvloeiende gebrekkige postverbinding, |
|
27723 |
konden ook dit jaar de balansen van de Anglo-Saxon en van de Asiatic nog niet |
|
27724 |
worden afgesloten, zoodat ook thans de in de balans opgenomen winstcijfers uit |
|
27725 |
dien hoofde op taxaties berusten. |
|
27726 |
Vloot, vrachten, prijzen en assurantie in 1918. Gedurende de oorlogsjaren |
|
27727 |
hebben de gecombineerde mpijen. door aanvallen van onderzeebooten de volgende |
|
27728 |
schepen verloren: Goldmouth draagvermogen 10.725 ton, Elax (5670 ton), Conch (7700 |
|
27729 |
ton), Murex (5010 ton), Ares (5140 ton), Hestia (1030 ton), Telena (6826 ton), Bullmouth |
|
27730 |
(5670 ton), Bulysess (8600 ton), Arca (6928 ton), Trocas (5840 ton) en Romany (5920 ton). |
|
27731 |
Voorts werden door mijnen of torpedo's nog 9 andere van de groote schepen bescha- |
|
27732 |
digd, waarvan een zelfs twee keer getorpedeerd werd. Deze schepen echter konden |
|
27733 |
gedurende den oorlog worden gerepareerd. Tijdens den oorlog werden gebouwd en |
|
27734 |
afgeleverd: in Amerika de Goldshell, de Pearlshell en de Silvershell; in Nederland |
|
27735 |
de Hestia, Hera, Hebe, Lara en Iris; in Engeland de Mytilus en Oliva en gedeeltelijk |
|
27736 |
in Engeland, gedeeltelijk in Nederland de Hermes en de Selene. Door aankoop wer- |
|
27737 |
den verkregen: de Argonauta, Circeshell, Dolphinshell, Hornshell, Scapah, Gaper- |
|
27738 |
shell, Speedonia, Sambodja en de sleepboot Hercules. De slotsom van de genoemde |
|
27739 |
verliezen, aanbouwingen en aankoopen is dat de vloot van de gezamenlijke maat- |
|
27740 |
schappijen, die in het begin van den oorlog een totaal draagvermogen had van |
|
27741 |
255.965 ton, thans een draagvermogen van 263.746 ton vertegenwoordigt. Er zijn |
|
27742 |
weinig maatschappijen, wier vloot aan zooveel gevaar heeft blootgestaan als de |
|
27743 |
onze, getuige het groote aantal schepen door ons verloren. Dat wij voor nog grooter |
|
27744 |
verliezen gespaard zijn gebleven en nog negen van de getorpedeerde schepen in de |
|
27745 |
vaart zijn kunnen blijven, is in de eerste plaats te danken aan de groote toe- |
|
27746 |
wijding van het personeel. Bijna alle getorpedeerde schepen waren buiten het |
|
27747 |
eigen assurantiefonds verzekerd, doch het assurantiebedrag is niet voldoende om |
|
27748 |
hiervoor nieuwe schepen te kunnen laten bouwen, daar de bouwkosten tegenwoordig |
|
27749 |
32 maal zoo groot zijn als vóór den oorlog. |
|
27750 |
Wat betreft de vrachten, daarover is weinig te zeggen, aangezien vergelijkingen |
|
27751 |
zeer moeilijk zijn te maken, daar de verschillende Gouvernementen beslag hadden |
|
27752 |
gelegd op de beschikbare tankbooten of wel die booten voor bepaalde door die |
|
27753 |
Gouvernementen vastgestelde vrachten moesten varen. In het algemeen kan men |
|
27754 |
zeggen, waar vergelijking mogelijk was, dat vrachten voor general cargo, voor |
|
27755 |
gelijke trajecten, verscheidene malen hooger waren dan die voor olievervoer in bulk. |
|
27756 |
Zoo kunnen wij er op wijzen, dat wij b.v. voor het vervoer van paraffine van Neder- |
|
27757 |
landsch-Indië naar Europeesche havens vrachten betaald hebben, die varieerden |