|
27865 |
PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. 963 |
|
27866 |
deze kwam t. e. m. 1916 in hoofdzaak op het volgende neer: na storting |
|
27867 |
in het reservefonds en een uitkeering aan den raad van beheer wordt het |
|
27868 |
overschietende gelijkelijk over de aandeelen A en B verdeeld. In 1917 |
|
27869 |
werd de desbetreffende bepaling echter als volgt gewijzigd: „over 1917 |
|
27870 |
en volgende jaren zal van de winst, die na eventueele storting in het re- |
|
27871 |
servefonds, als boven bedoeld, en na aftrek van het aandeel, dat overeen- |
|
27872 |
komstig art. 9 aan de leden van den raad van beheer mocht zijn toegelegd, |
|
27873 |
overschiet, 95 pct. aan de houders van aandeelen B worden uitgekeerd". |
|
27874 |
De „Koninklijke“ ontvangt dus sedert van de winst der Bataafsche 95 pct., |
|
27875 |
tegen 60 pct. in 1907-1916. Ten aanzien van deze statutenwijziging werd |
|
27876 |
door de directies der Koninklijke en de Bataafsche het volgende medege- |
|
27877 |
deeld : |
|
27878 |
„De laatste wijzigingen in de statuten van de laatstgenoemde Maatschappij, hou- |
|
27879 |
den verband met een daarmee correspondeerende wijziging in de statuten der Anglo |
|
27880 |
Saxon Petroleum Company Ltd. en met eene overeenkomst tusschen de eerstge- |
|
27881 |
noemde maatschappij en de Shell Transport & Trading Company Ltd. over de winst- |
|
27882 |
verdeeling gesloten, waarvan de beteekenis alleen van administratief-technischen |
|
27883 |
aard is, zonder dat daardoor verandering wordt gebracht in het aandeel dat elk |
|
27884 |
der laatstgenoemde maatschappijen zal genieten in de winsten van het gezamenlijk |
|
27885 |
bedrijf." |
|
27886 |
Dividend 1907-1918: resp. 163, 17}, 163, 174, 10, 142, 223, 25, 25, |
|
27887 |
243/7, 305/, en 42.86 pct., voor 1907-1910 over f 80.000.000, voor 1911 over |
|
27888 |
f 110.000.000, voor 1912-1917 over f 140.000.000 en voor 1918 over |
|
27889 |
f 210.000.000 = respect. f 13.200.000, f 14.000.000, f 13.200.000, f 14.000.000, |
|
27890 |
f 11.000.000, f 19.950.000, f 31.200.000, f 35.000.000, f 35.000.000 f 34.000.000, |
|
27891 |
f 43.000.000 en f 90.000.000, waarvan aan de „Koninklijke" tot en met |
|
27892 |
1916 60 pct. zijnde resp. f 7.920.000, f 8.400.000, f 7.920.000, f 8.400.000, |
|
27893 |
f 6.600.000, f 11.970.000, f 18.900.000, f 21.000.000, f 21.000.000 en f 20.400.000 |
|
27894 |
en aan de „Shell" 40 pct. zijnde resp. f 5.280.000, f 5.600.000, f 5.280.000, |
|
27895 |
f 5.600.000, f 4.400.000, f 7.980.000, f 12.600.000, f 14.000.000, f 14.000.000 |
|
27896 |
en f 13.600.000 kwam. In 1917 ontving de „Koninklijke“ f 40.850.000 |
|
27897 |
en de „Shell" f 2.150.000; in 1918 respectievelijk f 85.500.000 en |
|
27898 |
f 4.500.000. Met het oog op de voortdurende uitbreiding der zaken |
|
27899 |
ging de Mpij. einde 1915 over tot uitgifte eener 5 pct. obligatielee- |
|
27900 |
ning, groot f 20.000.000, waarvan op 10 Nov. f 12.000.000 en op 24 Dec. |
|
27901 |
f 8.000.000 geplaatst werden tot den koers van resp. 98 en 983 pct. De |
|
27902 |
leening is voor kapitaal en interest gegarandeerd door de „Konink- |
|
27903 |
lijke". Obligatiën groot f 1000, met coupons per 1 Mei en |
|
27904 |
1 November; de eerste per 1 Mei 1916. Aflossing vanaf 1 November 1916 |
|
27905 |
f 1.000.000 per jaar door uitloting à pari. Recht tot algeheele of gedeelte- |
|
27906 |
iijke aflossing (vóór 1 Nov. 1920 à 101 pct.) voorbehouden. Voor de pros- |
|
27907 |
pecti zie men aan het eind van deel II, jrg. 1915/16. Directeuren: |
|
27908 |
C. M. Pleyte en H. Colijn. Raad van Beheer: H. W. A. Deter- |
|
27909 |
ding, gedelegeerd lid, Jhr. H. Loudon, Mr. A. J. Cohen Stuart, Mr. A. |
|
27910 |
Capadose, J. W. IJzerman, C. J. K. van Aalst, J. D. M. de Voogt, Sir |
|
27911 |
Marcus Samuel Bart, W. F. Mitchell en Walter H. Samuel. |