Scanned page
| Yearbook | Vol. | Seq | P.no | Type | Size | File |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1920 | vanoss_1920_domestic |
1139 | 1075 | content | 1677 × 2452 | 1920/30816 |
Blocks on this page 1
Company header
Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatsch
Main
Page content 61
| 34048 | SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN. 1075 |
| 34049 | Uit verslag 1918. Onze stoomschepen „Zeelandia", „Gooiland", „Rijnland”, |
| 34050 | „Zaanland” en „Drechterland” werden op 20 Maart van het verslagjaar door de |
| 34051 | Vereenigde Staten in gebruik genomen. De daarvoor betaalde vergoeding is vol- |
| 34052 | doende om de rechtstreeks aan den dag getreden nadeelige gevolgen van de hier- |
| 34053 | boven genoemde belemmeringen eenigszins goed te maken. Van de laatstgenoemde |
| 34054 | schepen ging het s.s. „Zaanland" op 13 Mei 1918 door aanvaring verloren. De |
| 34055 | daarvoor te ontvangen geldelijke vergoeding zal ons vermoedelijk binnenkort ge- |
| 34056 | worden. De overige schepen zullen ons geleidelijk worden terug geleverd. Het s.s. |
| 34057 | „Gelria” bleef ook gedurende het geheele jaar 1918 opgelegd. De gewijzigde om- |
| 34058 | standigheden hebben het echter mogelijk gemaakt het schip op 12 Maart j.l. weer |
| 34059 | te onttrekken aan de rust, waartoe het sedert Mei 1916 was gedwongen. De onder- |
| 34060 | handelingen tusschen de Nederlandsche en Duitsche Regeeringen over de vervan- |
| 34061 | ging der in 1917 getorpedeerde schepen „Eemland” en „Gaasterland“, leidden tot |
| 34062 | deze oplossing, dat de Nederlandsche Regeering, tegen overgave der door ons ont- |
| 34063 | vangen assurantiepenningen, de in Nederlandsch-Indië liggende voormalige Duitsche |
| 34064 | schepen „Linden“ en „Castell Pelesch“ te onzer beschikking stelde. Wij zullen deze |
| 34065 | schepen onder de namen „Eemland" en „Gaasterland" in de vaart brengen. De |
| 34066 | langzame voortgang der onderhandelingen tusschen de regeringen over de erken- |
| 34067 | ning der vlag dezer schepen gedurende den oorlog is oorzaak, dat zij tot dusverre |
| 34068 | nog niet uit Nederlandsch-Indie konden vertrekken. Tenzij alsnog een oplossing |
| 34069 | voor een eerder gebruik gevonden wordt, zullen zij vermoedelijk tot het tot stand |
| 34070 | komen van den vrede daar moeten blijven liggen. Wij achten thans het tijdstip |
| 34071 | gekomen mededeeling te doen van den aankoop in Juni 1916 van twee op Duitsche |
| 34072 | werven in aanbouw zijnde passagiersschepen, elk groot 19.800 bruto register tonnen, |
| 34073 | die wij ons voorstellen, na het sluiten van den vrede, onder de namen „Limburgia" |
| 34074 | en „Brabantia” in de vaart te brengen. Het eerste dezer schepen is nagenoeg |
| 34075 | voltooid, het laatstgenoemde zal over eenige maanden voor de vaart gereed kunnen |
| 34076 | zijn. Voorts bestelden wij bij de firma Barclay, Curle & Cy. Ltd., te Glasgow een |
| 34077 | vrachtschip met 11.700 tonnen draagvermogen en bij de firma Swan, Hunter & Wig- |
| 34078 | ham Richardson, Ltd., te Wallsend een soortgelijk schip van 12.500 tonnen. Deze |
| 34079 | schepen, waaraan onderscheidelijk de namen „Salland" en „Amstelland" zullen |
| 34080 | worden gegeven, worden ook ingericht voor het vervoer van vleesch en andere |
| 34081 | artikelen, die in bevroren of gekoelden toestand moeten worden vervoerd. Wij |
| 34082 | stellen ons voor, nu ook spoedig gevolg te geven aan ons reeds vroeger aangekon- |
| 34083 | digd voornemen de haven van Rotterdam ook rechtstreeks te bedienen. Nu de |
| 34084 | vrede nabij schijnt, zal naar wij vertrouwen de internationale commissie, die zal |
| 34085 | worden belast met het onderzoek naar de aansprakelijkheid voor de vernietiging |
| 34086 | in 1916 van ons stoomschip „Tubantia", haar taak spoedig ter hand kunnen nemen. |
| 34087 | De Duitsche schepen. 4 November 1919 stelde de opperste oorlogsraad der |
| 34088 | geallieerde mogendheden Nederland er van in kennis, dat zij vasthoudt aan de |
| 34089 | genomen beslissingen inzake de niet erkenning van den Hollandschen eigendom ten |
| 34090 | aanzien van de na het uitbreken van den oorlog aangekochte Duitsche schepen. |
| 34091 | Vermoedelijk zullen de in bovengenoemd uittreksel van het verslag 1918 vermelde |
| 34092 | 2 Duitsche schepen ook hieronder vallen en bestaat er dus de kans dat deze voorals- |
| 34093 | nog niet door de K. H. L. in exploitatie kunnen worden gebracht. |
| 34094 | Filiaal Berlijn. Dit is sedert Aug. 1919 weder geopend. |
| 34095 | Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij, |
| 34096 | te Amsterdam. Opgericht 1 October 1856. Duur tot 31 December |
| 34097 | 1950. Doel: Het uitoefenen van de vrachtvaart hoofdzakelijk tusschen |
| 34098 | Amsterdam en Rotterdam en buitenlandsche havens, hetzij onmiddelijk door |
| 34099 | eigen of gehuurde stoomschepen, hetzij middelijk door aan andere, met |
| 34100 | haar verwante ondernemingen, hare ondersteuning te verleenen. Het is haar |
| 34101 | geoorloofd verzekeringsrisico op aan haar dan wel aan anderen toebehooren- |
| 34102 | de schepen te loopen, alsook zoodanige verzekeringsrisico als directie en |
| 34103 | commissarissen met het doel der vennootschap vereenigbaar zullen achten. |
| 34104 | Op 31 Augustus 1915 werd een nieuwe dienst geopend met vrachtschepen |
| 34105 | van Amsterdam/Rotterdam door het Panamakanaal naar de Westkust |
| 34106 | van Zuid-Amerika, met Callao en Valparaiso als aanloophavens. |
| 34107 | In Juni 1912 werd besloten tot fusie met de Koninkl. West .- Indische |
| 34108 | Maildienst, waarbij de aandeelen (ad f 1000) der K. W. Ind. M verwis- |