Scanned page
| Yearbook | Vol. | Seq | P.no | Type | Size | File |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1920 | vanoss_1920_domestic |
1414 | 1346 | content | 1725 × 2433 | 1920/31091 |
Blocks on this page 1
Profit distribution
Maatschappij tot Expl. v. Staatsspoorwegen,
Main
Page content 53
| 48850 | 1346 SPOORWEGFONDSEN. |
| 48851 | STATISTIEK DER AFREKENINGEN TUSSCHEN DE S. S. EN N. C. S. |
| 48852 | Baten Totale Lasten Totale Batig Uitk. S.S. |
| 48853 | S.S./N.O.S. H.IJ.S.M. baten S.S./N.O.S. H.IJ.S.M. lasten slot aan N.C.S. |
| 48854 | 1917 61.277.091 42.281.517 103.558.608 62.463.461 40.608.572 103.072.034 486.574 10.902 |
| 48855 | 1918 76.752.772 50.900.979 127.653.750 81.313.862 48.917.801 130.2.1.663 2.577.9121) |
| 48856 | 1) Nadeelig slot. |
| 48857 | Winstverdeeling: Aandeelhouders 3 (3) pct. f 540.000 (f 540.000); reservefonds f 180.000 |
| 48858 | (f 180.000); op nieuwe rekening f 10.875.21 (f 10.875.21). |
| 48859 | Maatschappij tot Exploitatie v. Staatsspoorwegen. |
| 48860 | Het maatschappelijk kapitaal bedraagt f 18.000.000, verdeeld in 3 seriën, |
| 48861 | de 1ste serie groot f 6.000.000, de 2e groot f 7.000.000, waarvan een bedrag |
| 48862 | van f 6.667.000 werd gesteld onder berusting van de Nederlandsche Bank, |
| 48863 | ter inwisseling tegen de 5 pcts. obligatiën van 1870 en de 3de serie groot |
| 48864 | f 5.000.000, gecreëerd in verband met de in 1890 aangegane exploitatie-over- |
| 48865 | eenkomst met den Staat, tengevolge van de naasting door dezen van de |
| 48866 | voormalige Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij, op welke aandee- |
| 48867 | len alleen voor aandeelhouders de inschrijving à 100 pct. was opengesteld. |
| 48868 | Op 1 Januari 1918 bedroeg het uitstaande aandeelenkapitaal f 18.000.000. |
| 48869 | Winstverdeeling: Ingevolge de bepalingen der overeenkomst, die |
| 48870 | met de H. IJ. S. M. in 1916 is aangegaan en waarin de belangengemeen- |
| 48871 | schap tusschen de beide mpijen is belichaamd, worden vanaf 1 Januari |
| 48872 | 1917 de baten en lasten der beide partijen bijeengevoegd en daaruit het |
| 48873 | batig of nadeelig slot over elk kalenderjaar vastgesteld. Dit gemeenschap- |
| 48874 | pelijk batig of nadeelig slot wordt verdeeld in verhouding tot het aandee |
| 48875 | lenkapitaal van elk der beide partijen (aandeelenkapitaal der S. S. f 18 mil- |
| 48876 | 18 |
| 48877 | lioen en der H. S. f 22.5 millioen, totaal f 40.5 millioen); alzoo |
| 48878 | 40.5 |
| 48879 | 22.5 |
| 48880 | voor S. S. en voor H. S. De door beide mpijen uit te keeren divi- |
| 48881 | 40.5 |
| 48882 | denden zullen per f 100 kapitaal gelijk zijn. De Staat ontvangt de helft van |
| 48883 | het bedrag, waarmede het batige saldo der winst- en verliesrekening op |
| 48884 | grond van bovenstaand verhoudingscijfer vastgesteld, een bedrag ad 4 pct. |
| 48885 | over het gestorte kapitaal overtreft, tenzij het geheele aandeel der mpij. in |
| 48886 | het batig saldo meer dan 63 pct. van het kap. beloopt, in welk geval van |
| 48887 | dat meerdere 4/, aan den staat en 1/5 aan de mpij. komt. Van het aan de |
| 48888 | mpij. komende wordt eerst 43 pct. dividend aan aandeelhouders uitgekeerd; |
| 48889 | van het meerdere komt: 95 pct. aan de aandeelhouders en 5 pct. aan de |
| 48890 | oprichters. Wat betreft de uitkeering op de oprichtersbewijzen zie men |
| 48891 | bij de H. IJ. S. M. sub 4 der overeenkomst met de S. S. Aandeelen |
| 48892 | groot f 250, aan toonder en volgestort. Er zijn 500 bewijzen van |
| 48893 | oprichtersrechten, welke bij uitgiften van nieuwe obligatiën op de |
| 48894 | helft daarvan voorkeursrecht hebben. Dividendgarantie 1914 en |
| 48895 | 1919: zie onder „Mobilisatie“. Dividenden in guldens per aandeel, be- |
| 48896 | ginnende met 1869: 11.875, 13.75, 14.17, 13.85, 10.60, nihil, 11.25, 12.935, 12.50, |
| 48897 | 12.43, 13 .- , 1880: 12.80, 13.45, 13.75, 12.50, 11.40, 11.75, 12.18, 12.735, 13.93, |
| 48898 | 13.935, 1890: 14.38, 10 .- , 3.20, 8.75, 5 .- , 8.125, 10 .- , 10 .- , 11.25, 12.50, 1900: |
| 48899 | 12.50, 11.875, 11.875, 11.50, 11.25, 11.50, 11.50, 7.50, 7.50, 7.50, 10, 10, 12.50, |
| 48900 | 12.50, 7.50, 12.50, 12.50, 7.50 en f 7.50 (no. 51, 2 Juli 1919). Bewijs van oprich- |
| 48901 | tersrechten, in guldens per bewijs van af 1869: 6.27, 10.71, 16.73, 16.56, 0, 0, 0, |
| 48902 | 14.205, 11.25, 10.71, 15 .- , 13.75, 15.74, 19.13, 8.15, 1 .- , 3.56, 6.78, 10.835, 19.64, |