|
49205 |
SPOORWEGFONDSEN. 1353 |
|
49206 |
„Station De Bilt-Zeist." De Ned. Buurtspoorweg-Mpij. is sedert |
|
49207 |
1 Jan. 1901 eigenares van den Tramweg Utrecht over de Bilt naar Zeist, |
|
49208 |
aangelegd en vroeger geëxploiteerd door de Stichtsche Tramway Mpij. De |
|
49209 |
maatschappij kocht in 1908 de f 400.000 nog in portefeuille zijnde aandee- |
|
49210 |
len der Ooster Stoomtram Maatschappij, waardoor de maatschappij, |
|
49211 |
daar zij reeds in het bezit was van een groot aantal aandeelen O. S. M., |
|
49212 |
de groote meerderheid der aandeelen dier maatschappij in handen |
|
49213 |
kreeg. Sedert 1913 is dit echter niet meer het geval. De Nederlandsche |
|
49214 |
Buurtspoorweg garandeerde op de aandeelen 1-600 der Ooster Stoomtram |
|
49215 |
Maatschappij een dividend van minimum 53 pct. en op de oprichtersbewij- |
|
49216 |
zen een jaarlijksche uitkeering van f 11.25. Deze dividendgarantie is even- |
|
49217 |
wel in 1917 vervallen, doordien de aandeelen 1-600 en de winstbewijzen der |
|
49218 |
O. S. M. tegen 5 pct. obl. N. B. M. werden ingewisseld. Begin Nov. 1918 |
|
49219 |
waren 344 aandeelen en 77 oprichtersbewijzen in het bezit der mpij .. Zie |
|
49220 |
O. S. M. onder „Tramwegen“. De mpij. gaf in verband hiermede in Juli |
|
49221 |
1917 f 632.000 5 pct. obligatiën uit, waarvan ulto 1918 f 157.400 uitstaande. |
|
49222 |
Reeds in Juli 1907 waren f 600.000 4 pct. oblig. uitgegeven, ten- |
|
49223 |
einde uit de opbrengst daarvan in hoofdzaak te bestrijden de |
|
49224 |
kosten van aanleg van den stoomtramweg Nunspeet-Hattem, en tot |
|
49225 |
het inrichten van den paardentramweg Utrecht-Zeist voor electrische trek- |
|
49226 |
kracht. Terwijl voor den aankoop van f 400.000 aandeelen Ooster Stoom- |
|
49227 |
tram in Juli 1908 nog f 400.000 obligatiën werden uitgegeven. Kapitaal |
|
49228 |
f 500.000, in aandeelen groot f 1000, geheel geplaatst. Raad van Toe- |
|
49229 |
zicht: Jhr. Mr. D. de Blocq van Haersma de With, Mr. A. J. |
|
49230 |
Labouchere, Mr. H. J. H. Baron van Boetzelaer van Oosterhout, Mr. J. J. |
|
49231 |
Clotterbooke Patijn van Kloetinge, Mr. F. D. Graaf Schimmelpenninck, |
|
49232 |
Jhr. Mr. L. H. J. M. van Asch van Wijck en Mr. C. J. W. Loten van |
|
49233 |
Doelen Grothe. Directie: Mr. J. E. Ameshoff. 4 pct. leening |
|
49234 |
van 1900 en 1907/8. Nadat reeds een bedrag van f 200.000 der leening |
|
49235 |
van 1900 was geplaatst, werden op 25 Febr. 1901 verdere f 300.000 ter inschrij- |
|
49236 |
ving aangeboden bij de h.h. van Nellesteijn & Co., tot den koers van 983 pct. |
|
49237 |
In verband met de werken hierboven genoemd, stond op 4 Juli 1907 bij de |
|
49238 |
H.H. Patijn, van Notten & Co. de inschrijving open op f 600.000 obligatiën |
|
49239 |
van de leening van 1907 tot den koers van 98 pct. Deże f 600.000 obligatiën |
|
49240 |
vormden het. eerste deel eener leening ad f 1.000.000. De inschrijving op |
|
49241 |
het restant ad f 400.000 ter betaling der 400 aandeelen Ooster Stoomtram |
|
49242 |
Mpij., was bij dezelfde firma op 6 Juli 1908 tot den koers van 98} pct. |
|
49243 |
opengesteld. Deze obligatiën werden met die der leening van 1900 door- |
|
49244 |
een leverbaar verklaard. Obligatiën groot f 1000, met coupons |
|
49245 |
per 1 Maart en 1 September. Aflossing bij opklimmend bedrag, door |
|
49246 |
jaarlijksche uitloting, binnen 65 jaren, begonnen voor de obligatiën 1900 |
|
49247 |
,in Januari 1903 en voor die van 1907 begonnen in Januari 1909; snellere |
|
49248 |
aflossing geoorloofd, maar vóór 1913 mag de aflossing niet meer dan |
|
49249 |
f 10.000 per jaar bedragen, tenzij de maatschappij een of meer harer lijnen |
|
49250 |
verkoopt, of deze door den Staat worden genaast. De maatschappij ver- |
|
49251 |
bond zich, zoolang deze geldleening niet is afgelost, hare onroerende goe- |
|
49252 |
deren met geenerlei hypothecair verband te bezwaren. Uitstaande bedragen |
|
49253 |
op 1 Januari 1918: leening van 1901 f 462.000 en leening van 1907/8 f 960.000. |
|
49254 |
Dividend 1901-1918: 4., 41, 43, 44, 5, 5, 5, 5, 5, 5, 5, 5, 5, 3, 3, 4, 4 en |
|
49255 |
4 pct. (2 December 1918 was 2 pct. interim-dividend betaalbaar op no. 35; |
|
49256 |
slotdividend 2 pct., 2 Juni 1919, no. 36). |