|
152 |
464 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
153 |
6 pct. obligatieleening uit, groot f 1.000.000. Op 27 Jan. 1914 stond bij Wieg- |
|
154 |
man's Bank te Amsterdam de inschrijving open op f 750.000 dezer 6 pct. |
|
155 |
obligatiën, groot f 1000 (splitbaar in stukken van f 500, gemerkt |
|
156 |
A en B) met coupons per 1 April en 1 October De resteerende |
|
157 |
f 250.000 dezer obligatiën zijn vanaf 15 October 1917 o.a. door de heeren |
|
158 |
Patijn Van Notten & Co. en in Ned. Indie door de Unie Bank voor Ned. en |
|
159 |
Kol. verkrijgbaar gesteld tot den koers van 103 pct. Aflossing in 32 |
|
160 |
jaren op de volgende basis: in 1916: 13 obligatiën à f 1000, in 1917-1947 |
|
161 |
respectievelijk 13, 14, 15, 16, 17, 19, 19, 20, 20, 21, 23, 24, 25, 27, 28, 28, |
|
162 |
30, 32, 34, 36, 37, 39, 41, 43, 45, 47, 49, 52, 55, 59 en 59 obligatiën. Na 1923 recht |
|
163 |
tot versterkte of geheele aflossing. 6 pct- obligatieleening 1919, |
|
164 |
groot f 1.000.000, waarvan voorshands f 500.000 worden uitgegeven, in |
|
165 |
stukken groot f 1000 (splitsbaar in stukken van f 500, gemerkt A en B) |
|
166 |
met coupons per 1 April en 1 October. (f 200.000 waren reeds ondershands |
|
167 |
geplaatst) terwijl voor f 150.000 in Indië een inschrijving openstond en op |
|
168 |
25 Februari 1919 in Holland voor f 150.000 bij de Heeren Patijn van Not- |
|
169 |
ten & Co. te Amsterdam en A. Milders & Co. te Rotterdam. Alle obliga- |
|
170 |
ties werden geplaatst ad 101 pct. Aflossing à pari in 28 jaren op de |
|
171 |
volgende basis: in 1920 tot en met 1947 resp. 17, 19, 21, 21, 22, 22, 23, 25, |
|
172 |
26, 27, 29, 30, 30, 32, 34, 36, 38, 39, 41, 43, 45, 47, 49,51, 54, 57, 61 en |
|
173 |
61 obligaties à f 1000. Deze obligaties werden door de Vereeniging voor |
|
174 |
den Effectenhandel dooreen leverbaar verklaard met de reeds bestaande |
|
175 |
6 pct. obligaties der leening 1914. Voor het prospectus zie men aan het |
|
176 |
einde van deel II, jaarg. 1918/19. 5 pct. obligatieleening 1909, |
|
177 |
groot f 750.000, in stukken groot f1000 en f 500 met coupons per |
|
178 |
1 April en 1 Oct .; pro resto groot f 719.000. Tot 31 Dec. 1914 konden deze |
|
179 |
obligatiën, na bijbetaling van 25 pct., tegen aandeelen worden omgewisseld. |
|
180 |
Hiervan werd door de houders geen gebruik gemaakt. Aflossing |
|
181 |
door jaarlijksche uitloting à pari in 32 jaren, te beginnen in |
|
182 |
1916. Recht tot vervroegde, geheele aflossing à 105 pct. tusschen 1 |
|
183 |
Januari 1915 en 31 December 1919 en daarna à pari. Op 25 Mei 1909 was |
|
184 |
op deze obligatiën de inschrijving opengesteld tot den koers van 100 pct. |
|
185 |
bij dezelfde firma's als boven vermeld voor de aandeelen-emissie. Divi- |
|
186 |
dend preferente aandeelen 1914-1918: 6, 7, 8, 7 en 7 pct. |
|
187 |
(no. 6, 2 Augustus 1919); gewone aandeelen voor het eerst over |
|
188 |
1915: 7 pct. en in 1916, 1917 en 1918: 7, 7 en 7 pct. (no. 6, 2 Augustus |
|
189 |
1919), benevens in 1916 23, 1917 3 en 1918 4 pct. uitkeering op na te noemen |
|
190 |
bewijzen van achterstallig dividend). Voor de afbetaling van het op deze |
|
191 |
aandeelen achterstallige dividend zie men hieronder. |
|
192 |
Aanzuivering van het achterstallig dividend op de gewone en prefe- |
|
193 |
rente aandeelen. Vóór de uitgifte der preferente aandeelen waren in de oude |
|
194 |
statuten voorzieningen getroffen ten aanzien van de betaling uit de winst van |
|
195 |
hetgeen in eenig jaar minder dan 7 pct. op de gewone aandeelen no.'s 1-1750 mocht |
|
196 |
zijn uitgekeerd. Met betrekking tot de boekjaren 1909, 1910 en de eerste helft van |
|
197 |
1911 werden de genoemde 7 pct. intusschen teruggebracht op 4 pct. Aangezien in |
|
198 |
1915 voor het eerst dividend op de gewone aandeelen werd uitgekeerd (7 pct.) en als |
|
199 |
uitgangsdatum voor de vaststelling van het achterstallig dividend de 15e Juni 1909 |
|
200 |
gold (datum van volstorting der aandeelen) laat zich het achterstallig dividend op |
|
201 |
de gewone aandeelen als volgt opstellen: |
|
202 |
Achterstand 1909 (15 Juni-31 December à 4 pct. 's jaars) 23 pct |
|
203 |
1910 4 |
|
204 |
", |
|
205 |
1911 (1e halfjaar) 2 " |
|
206 |
", 1911 (2e halfjaar) 32 " |
|
207 |
1912 7 |
|
208 |
", |
|
209 |
1913. 7 |
|
210 |
", |
|
211 |
1914 7 |
|
212 |
", |
|
213 |
Totaal 323 pct. |