|
23155 |
882 MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN. |
|
23156 |
maken zou er minstens f 25.000 noodig zijn. Het tegenwoordig bestuur heeft alle |
|
23157 |
kosten betaald en daarvoor zelf f 20.000 bijeengebracht, doch wil niet meer doen. |
|
23158 |
Aandeelhouders moesten derhalve voor 1 Mei f 25.000 fourneeren. Aangezien men |
|
23159 |
hierin niet slaagde, ontwierp de directeur een nieuw reorganisatieplan |
|
23160 |
volgens hetwelk het kapitaal zal bestaan uit: A. f 125.000 6 pct. cum. prioriteits-aan- |
|
23161 |
deelen (stukken van f 250 of f 500); B. f 550.000 5 pct. preferente aandeelen (onder- |
|
23162 |
aandeelen) en stukken van f 250 en C. f 325.000 gewone aandeelen van f 250, totaal |
|
23163 |
f 1.000.000. De aandeelen B zijn de tegenwoordige gewone aandeelen, gereduceerd |
|
23164 |
tot 40 pct. De aandeelen C zijn de geblokkeerde aandeelen, gereduceerd tot 20 pct. |
|
23165 |
Wanneer na uitkeering van 6 pct. op de cum. pref. aand. en 5 pct. dividend op de |
|
23166 |
preferente aandeelen, sub. B nog winst overblijft, zal het resteerende in gelijke |
|
23167 |
verhouding aan B en C. uitgekeerd worden onder aftrek van 5 pct. aan den direc- |
|
23168 |
teur, 15 pct. aan commissarissen en 5 pct. aan het reservefonds. Deze regeling maakt |
|
23169 |
likwidatie, nieuwe oprichtings- en overschrijvingskosten onnoodig. Later werd nog |
|
23170 |
eens medegedeeld dat de vooruitzichten blijkens berichten van de mijn, goed zijn, |
|
23171 |
maar dat de belangstelling der aandeelhouders bijna nihil is. Blijkens mededee- |
|
23172 |
ling van den directeur in Maart 1918 zou de mijn vermoedelijk moeten worden ge- |
|
23173 |
abandonneerd, aangezien de aandeelhouders niet genegen bleken te zijn om door |
|
23174 |
inschrijving op de nieuwe f 125.000 6 pct. cum. prior. aandeelen te voorzien in geld- |
|
23175 |
middelen, die voor de hervatting der exploratie noodig geacht worden. |
|
23176 |
Tot een justitieel onderzoek naar de handelingen van het oude bestuur, waarvan |
|
23177 |
sinds Juli 1917 sprake was, is het dusver (Nov. 1919) voor zoover na te gaan niet |
|
23178 |
gekomen. |
|
23179 |
Hollandsche Maatschappij tot Zout-Exploitatie in |
|
23180 |
Rusland, gevestigd te 's Gravenhage. Opgericht: te Dordrecht, |
|
23181 |
4 December 1884. De Mpij. exploiteert een zoutmijn te Stoupky bij Bach- |
|
23182 |
muth in het Gouvernement Jekaterineslaw en andere in Rusland gelegen |
|
23183 |
zoutaanwinningen. De terreinen bevatten een onmetelijken voorraad steen- |
|
23184 |
zout. De concessie is verleend voor 30 jaar gerekend van 1887; zij vervalt |
|
23185 |
dus in 1917, doch kan op dezelfde voorwaarden voor een tweede tijdperk |
|
23186 |
van 30 jaren worden verlengd. Aandeelen-kapitaal oorspronke- |
|
23187 |
lijk groot Rb. 500.000, werd in Juni 1910 verhoogd tot Rb. 800.000 of |
|
23188 |
f 1.024.000 en in Februari 1919 weder met f 250.000, dus thans in totaal |
|
23189 |
groot f 1.274.000, verdeeld in Z.R. 550.000 aandeelen Serie A in stukken |
|
23190 |
van Z.R. 2000 en Z.R. 250.000 aandeelen serie B in stukken van Z.R. 10.000. |
|
23191 |
Totaal dus 800.000 zilveren roebels, benevens f 250.000 7 pct. cum. pref. |
|
23192 |
aandeelen. De aandeelen in Roebels zijn alle geplaatst, terwijl van de |
|
23193 |
cum. pref. aand., die in stukken van f 500 worden uitgegeven, 166 stuks |
|
23194 |
zijn geplaatst. Bij elk preferent aandeel wordt een winstbewijs afgegeven. |
|
23195 |
Voor dit doel zijn 500 dier bewijzen gecreëerd. De preferente aandeelen |
|
23196 |
en de winstbewijzen kunnen vijf jaar na de uitgifte resp. à 110 pct. en |
|
23197 |
f 250 aflosbaar worden gesteld. De aandeelen Serie A onderscheiden |
|
23198 |
zich van aandeelen serie B alleen in de wijze waarop het stemrecht |
|
23199 |
wordt uitgeoefend en in een aan de eerste toegekend recht van voorkeur |
|
23200 |
bij kapitaalsuitbreiding. Dividend 1900-1916: 13, 15, 16, 18, 18, 16, |
|
23201 |
20, 14, 23, 15, 12, 12, 12, 10, 8, 10 en 25 pct. (no. 20, Sept. 1917); 1917: |
|
23202 |
nihil. (Het verhoogde dividend over 1908 vindt zijn oorzaak in eene verdee- |
|
23203 |
ling van overgespaarde winsten). Winstverdeeling: eerst 1} pct. |
|
23204 |
van het maatschappelijk kapitaal voor afschrijving; van het resteerende: |
|
23205 |
5 pct. reservefonds; van het overblijvende 7 pct. cum. dividend op de |
|
23206 |
preferente aandeelen en het alsdan resteerende te verdeelen als volgt: |
|
23207 |
aandeelhouders 90 pct., raad van administratie 10 pct., na afzondering |
|
23208 |
van een bedrag als dividend voor de houders der uitstaande winst- |
|
23209 |
bewijzen van zooveel 500e deelen van deze 10 pct. als er winst- |
|
23210 |
bewijzen in omloop zijn. Op 4 Juli 1910 was de inschrijving openge- |