|
27059 |
MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN. 979 |
|
27060 |
als bovenstaand aangegeven. Van de gewone aandeelen werden aanvanke- |
|
27061 |
lijk f 1.500.000 uitgegeven, waarvan aan de firma Müller f 1.202.000 voor |
|
27062 |
den inbreng werden uitgereikt; de overige f 298.000 werden à pari geplaatst. |
|
27063 |
Op 1 Juli 1908 werden onderhands nog f 1.500.000 aandeelen geplaatst en |
|
27064 |
volgestort, terwijl in 1913 nog f 2.000.000 gewone aandeelen door de houders |
|
27065 |
der reeds uitstaande gewone aandeelen werden genomen. Voor de aan- |
|
27066 |
leiding tot de kapitaalsvergrooting van 1908, alsmede voor de uit- |
|
27067 |
gifte in dat jaar van nog f 2.000.000 obligatiën, zie jaargang 1909. |
|
27068 |
De inschrijving op de f 2.000.000 6 pct. cumulatief preferente |
|
27069 |
aandeelen, elk groot f 1000, stond op 7 Juni 1910 open tot den koers |
|
27070 |
van 100 pct. bij de Rotterdamsche Bank en bij Labouchere Oyens & Co.'s |
|
27071 |
Bank, terwijl op 8 April 1913 bij dezelfde banken à 100 pct. de inschrijving |
|
27072 |
openstond op een zelfde bedrag dezer aandeelen, inclusief dividend 1913, |
|
27073 |
zijnde f 1.000.000 reeds vast geplaatst Het totale bedrag der uitstaande |
|
27074 |
preferente aandeelen zal nimmer grooter mogen zijn dan dat der uitstaande |
|
27075 |
gewone aandeelen. Er zijn 100 oprichtersbewijzen uitgegeven. |
|
27076 |
Dividend gewone aandeelen 1903-1919: 4, 4, 4, 6, 10, 6, 8, 8, 10, 10, 13, |
|
27077 |
5 (no. 12), 0, 0, 0, 0 en 0 pct .; pref. aand. 1910: 3} pct. (6 mnd); 1911- |
|
27078 |
1913: telkens 7 pct .; 1914-1919: telkens 6 pct. (no. 13, 31 Mei 1920). Vanaf |
|
27079 |
1 Dec. 1920 werd 3 pct. interim over 1920 betaald op div bew. no. 14. U it- |
|
27080 |
keering oprichtersbewijzen 1907-1913: f 200, 0, f 200,f 250, f 500, f 500 |
|
27081 |
en f 1250 .no. 6), sedert nihil. Winstverdeeling: eerst 6 pct. aan |
|
27082 |
pref. aand .; voor 1910: 3 pct., de event. ontbrekende rente aan te vullen uit |
|
27083 |
de buitengewone reserve, daarna 6 pct. gew. aand. Van het resteerende: |
|
27084 |
10 pct. reservefonds en van het daarna overblijvende: 10 pct. pref. aandee- |
|
27085 |
len, 65 pct. gewone aandeelen, 25 pct. oprichtersbewijzen. 5 pct. obli- |
|
27086 |
gatiën van 1903, 1908, 1911 en 1913, met coupons per 1 |
|
27087 |
Februari en 1 Augustus. Aflosbaar door uitloting à pari in Mei, ter |
|
27088 |
afbetaling op 1 Augustus d.a.v. Versterkte of geheele aflossing |
|
27089 |
is geoorloofd, mits het plan hiertoe vóór 1 April is bekend gemaakt. Ge- |
|
27090 |
schiedt zulks voor de leening van 1908 vóór 1916, voor die van 1911 vóór 1919, |
|
27091 |
en voor die van 1913 vóór 1928, dan moet de aflossing à 101 pct. plaats |
|
27092 |
vinden. Het uitlotingsplan is voor de leening 1903 in de jaren 1904-1923, |
|
27093 |
voor de leening van 1908 in de jaren 1910-1929, voor de leening 1911 in de |
|
27094 |
jaren 1913-1932 als volgt: 60, 63, 67, 70, 74, 77, 81, 85, 89, 94, 99, 103, 109, |
|
27095 |
114, 120, 125, 132, 139, 146 en 153 stuks, terwijl het plan van aflossing voor |
|
27096 |
de leening 1913, als volgt is: 1915-1934: 90, 95, 100, 105, 111, 116, 121, 127, |
|
27097 |
133, 141, 148, 155, 164, 171, 180, 187, 198, 209, 219 en 203 obligatiën. De uit- |
|
27098 |
giften in 1913 geschiedden tot verdere uitbreiding der werkzaamheden en |
|
27099 |
in verband daarmede tot vermeerdering der kasmiddelen. Garan- |
|
27100 |
tie: De commanditaire venn. onder de firma Wm. H. Müller & |
|
27101 |
Co. te Rotterdam, stelt zich onvoorwaardelijk borg voor aflossing en rente- |
|
27102 |
betaling dezer leeningen. Trustee: Het Algemeen Administratie- en |
|
27103 |
Trustkantoor te Rotterdam. De inschrijving op de leening van 1903 ad |
|
27104 |
f 2.000.000 was op 18 Februari 1903 à 98 pct., die op de leening van 1908 |
|
27105 |
ad f 2.000.000 was op 16 Juli 1908 à 98 pct. opengesteld bij de Rotterdamsche |
|
27106 |
Bank en Labouchere Oyens & Co.'s Bank; de leening van 1911, groot |
|
27107 |
f 2.000.000, werd uitgegeven op 25 October 1911 bij de Rotterdamsche Bank- |
|
27108 |
vereeniging en Labouchere Oyens & Co.'s Bank, à 982 pct., terwijl de lee- |
|
27109 |
ning 1913, groot f 3.000.000, waarvan echter reeds f 1.000.000 vast ge- |