|
30397 |
1038 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. |
|
30398 |
zij 6 pct. op haar werkkapitaal zou ontvangen hebben, zou de winst met het |
|
30399 |
Gouvernement gedeeld worden. In een later bericht heette het dat de Shell het |
|
30400 |
uitsluitend recht van exploitatie had aangevraagd voor een terrein van a millioen |
|
30401 |
vierkante mijl in Noord-Alberta, op voorwaarde dat binnen 5 jaar na het teekenen |
|
30402 |
van den vrede de maatschappij 25000 vierkante mijl zal uitkiezen voor haar bedrijf, |
|
30403 |
De rest zal aan de regeering worden teruggegeven. (In het verslag over 1918 |
|
30404 |
worden deze courantenberichten niet bevestigd). |
|
30405 |
In April werd medegedeeld, dat de Anglo Egyptian Co. op haar aandeelen B |
|
30406 |
een interim-dividend heeft gedeclareerd van 15 pct., onder aftrek van belasting. De |
|
30407 |
achterstallige dividenden op de inkomst-obligatiën, op de preferente aandeelen en |
|
30408 |
op de aandeelen A en O zullen eveneens worden betaald. |
|
30409 |
Volgens „Financial Times" is de „Shell" in 1919 in samenwerking met andere |
|
30410 |
petroleum-mpijen, werkende in de Coalinga-terreinen in California een uitgebreide |
|
30411 |
boor-campagne begonnen; niet minder dan 27 bronnen werden aangeboord. Dit |
|
30412 |
werd later bevestigd door de mededeeling dat gedurende acht maanden van Nov. |
|
30413 |
1918 tot Juni 1919 in het Oostelijk Coalingaterrein 15 Sondes voltooid werden. |
|
30414 |
In Juli liepen er geruchten dat de aandeelen der Shell op de Parijsche |
|
30415 |
beurs zouden worden geintroduceerd, doch later werd hiervan niets meer ver- |
|
30416 |
nomen. |
|
30417 |
In Juni 1919 ging de „Shell“ over tot uitbreiding van haar geautoriseerd kapitaal |
|
30418 |
van £ 12.000.000 tot £ 20.000.000 en uitgifte van £ 4.000.000 nieuwe gewone aandeelen |
|
30419 |
aan houders van oude aandeelen, welke op 17 Juni 1919 in de boeken voorkwamen |
|
30420 |
tot den koers van 100 pct. en in verhouding van 2 oude aandeelen tot 1 nieuw, |
|
30421 |
waardoor het geplaatst kapitaal tot ruim £ 12.000.000 gewone aandeelen en £ 2.000.000 |
|
30422 |
preferente aandeelen steeg. |
|
30423 |
Nadat door een syndicaat onder leiding van Kuhn Loeb & Co. in Londen £ 750.000 |
|
30424 |
gewone aandeelen „Shell“ waren aangekocht, stond op 24 Juli 1919 te New-York de |
|
30425 |
inschrijving open op 277.000 Amerikaansche certificaten, elk vertegenwoordigend |
|
30426 |
2 gewone aand. Shell ad £ 1, tot den prijs van $ 69. De emissie werd 8 à 9 maal |
|
30427 |
overteekend. In September verluidde dat nog een verder bedrag in New-York zou |
|
30428 |
zijn geplaatst, doch de „Chronicle” vermeldt daaromtrent niets De Amerikaan- |
|
30429 |
sche certificaten zijn niet eerder omwisselbaar dan na de algemeene vergadering |
|
30430 |
van Juli 1920. Uit een nadere mededeeling blijkt dat bovengenoemde £ 750.000 aan- |
|
30431 |
deelen door Kuhn Loeb & Co. van de mpij. zijn verkregen, zoodat het uitstaand |
|
30432 |
bedrag gewone aandeelen derhalve gestegen is tot circa £ 12.857.641. |
|
30433 |
De „Financial Times" vernam in October 1919 dat bij een nieuwe bestuursver- |
|
30434 |
kiezing vertegenwoordigers van de Colon Development Cy., een onderhoorige mpij. |
|
30435 |
van de Koninklijke Shell-groep in het bestuur van het „,Carib Syndicate Ltd." |
|
30436 |
gekozen zijn. Omgekeerd zijn leden van het Carib Syndicate benoemd in den Raad |
|
30437 |
van directeuren van de „Colon Development Cy., hetgeen er op schijnt te wijzen |
|
30438 |
dat tusschen genoemde mpijen. een belangengemeenschap is tot stand gekomen. |
|
30439 |
Het Carib Syndicate bezit, naar verluidt, thans 25 pct. van het aandeelenkapitaal |
|
30440 |
der Colon Devel. Cy., welke in Venezuela een grondbezit heeft van 4.500.000 acres, |
|
30441 |
terwijl de financiering der mpij. gegarandeerd wordt door de Koninklijke. Het |
|
30442 |
Carib Syndicate bezit voorts 25 pct. der aandeelen Columbian Petroleum Cy., welke |
|
30443 |
terreinen heeft ter grootte van 1.300.000 acres, benevens nog 3.000.000 acres eigen |
|
30444 |
grond in Columbia, waarin de aanwezigheid van petroleum vermoed wordt. De |
|
30445 |
terreinen van het Carib Syndicate liggen langs de Rio del Oro, die Columbia van |
|
30446 |
Venezuela scheidt en tegenover de terreinen, die in laatstgenoemd land aan de |
|
30447 |
Koninklijke behooren. De Caribbean Petroleum Co. heeft eveneens groote belangen |
|
30448 |
in het Noorden en Oosten van Columbia. Wat het belang in laatstgenoemde mpij. |
|
30449 |
betreft die ook de Westelijke Venezolaansche petroleumvelden beheerscht, zijn nooit |
|
30450 |
officieele mededeelingen gedaan, doch het verluidde, dat voor de meerdere mil- |
|
30451 |
lioenen, waarvoor in deze maatschappij belang werd genomen, de Koninklijke Shell- |
|
30452 |
groep preferente aandeelen ontving en de gewone aandeelen gelijkelijk werden |
|
30453 |
verdeeld tusschen de Koninklijke-combinatie en de General Asphalt Co. of Phila- |
|
30454 |
delphia. De Koninklijke nam de zorg voor den ganschen export op zich, en verkreeg |
|
30455 |
bovendien nog meerdere concessies door middel van de Venezuelan Oil Concessions. |
|
30456 |
Na den tijd van ongeveer een jaar had een fusie tusschen deze beide plaats, |
|
30457 |
waarbij één maatschappij uit de Caribbean Petroleum Co. en de Venezuelan Oil |
|
30458 |
Concessions werd gevormd, die den naam ontving van Burlington Investment Co. Ltd. |
|
30459 |
Hiervan zou de General Asphalt 50 pct. in handen hebben, terwijl de rest van het |
|
30460 |
aandeelenbezit zoodanig verdeeld is, dat de Koninklijke houdster is van 24 pct., |
|
30461 |
de Shell van 16 pct. en de Rothschilds van 10 pct. |
|
30462 |
In het derde kwartaal van 1919 werd door den Amerikaanschen Senaat een wets- |
|
30463 |
ontwerp inzake den eigendom van petroleumterreinen aangenomen (pachtwet), |
|
30464 |
waarin o. m. bepaald was dat voor oliehoudende terreinen royalties varieerende |
|
30465 |
van 122 tot 25 pct. der bruto-productiewaarde betaald moesten worden. Voorts dat |