Page 1107 in yearbook 1921

Page 1107 in yearbook 1921

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1921 vanoss_1921_domestic 1107 1051 content 1651 × 2393 1921/33692

Blocks on this page 0

No blocks have been marked on this page.

Page content 67

The raw OCR output of this page, line by line.
31206 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. 1051
31207 per certificaat (1. pct. kosten der Mpij. en f 3 voor aanmaak en zegel) en inlevering
31208 van 2 coupons no. 40 vanaf 22 November 1918 één bonus-certificaat kan worden ver-
31209 kregen. Het Administratiekantoor behield zich echter het recht voor na 31 Mei 1919
31210 de niet opgevraagde certificaten te verkoopen, waarna de opbrengst ter beschikking
31211 zou worden gehouden der niet aangeboden coupons no. 40. In Maart 1920 berichtte
31212 dit kantoor dat zij tot verkoop der niet opgevraagde bonus-certificaten was over-
31213 gegaan en coupon no. 40 met f 492 betaalbaar stelde o.a. bij de Kasvereeniging te
31214 Amsterdam.
31215 Inbreng. De inbreng der „Koninklijke"- en „Shell“-eigendommen in de
31216 Bataafsche en de Anglo Saxon geschiedde hetzij door feitelijke overdracht,
31217 hetzij voor sommige bezittingen wier aard een feitelijke overdracht bezwaarlijk
31218 maakte, door deze aan de Bataafsche en de Anglo-Saxon in trust te doen houden,
31219 terwijl, waar noodig, de „Koninklijke“ zelf als exploitante blijft optreden. Alles wat
31220 op de productie betrekking had, daarin begrepen aandeelen in andere produceerende
31221 maatschappijen, kwam aan de Bataafsche Petroleum Maatschappij, terwijl tank-
31222 installatiën en schepen, en hetgeen verder tot vervoer en distributie diende (voor
31223 zoover niet reeds in handen zijnde van de Asiatic Petroleum Co.) aan de Anglo
31224 Saxon Petroleum Co. werd gecedeerd. Uitgezonderd van den inbreng in de nieuwe
31225 Maatschappijen waren: eenerzijds de kasmiddelen, inclusief alle van vóór 1 Januari
31226 1907 nog provenieerende baten en beleggingen buiten het bedrijf, waaronder voor
31227 de „Koninklijke“ ook behooren de door deze toen nog aan te koopen £ 500.000 nomi-
31228 naal gewone aandeelen „Shell“, benevens de kantoorgebouwen der „Koninklijke“ en
31229 der „Shell“ te 's Gravenhage en te Londen; anderzijds eenige schulden der „Shell'
31230 tot een bedrag van £ 285.000, omtrent welke laatste evenwel bepaald werd, dat, in
31231 dien bedoeld bedrag van £ 285.000 niet zal kunnen zijn gedelgd door de helft van
31232 hetgeen de „Shell“ gedurende 10 jaren als dividend uit de nieuwe Maatschappij
31233 erlangt, boven £ 150.000 in ieder jaar, het restant zal worden overgenomen door de
31234 Anglo-Saxon Petrol. Co. Ltd. In verband met de omstandigheid dat in de besturen
31235 der nieuwe Maatschappijen de „Koninklijke“ feitelijk de meerderheid zal hebben,
31236 zijn tusschen de „Koninklijke“ en de „Shell” eenige regelingen ontwerpen, ten
31237 doel hebbende de belangen van de aandeelhouders der „Shell“ te waarborgen Zoo
31238 is bepaald, dat gedurende de eerste tien jaren uit de dividenden, door de „Ko-
31239 ninklijke" en de „Shell” van de nieuwe maatschappijen te ontvangen, jaarlijks eerst.
31240 £ 50.000 zullen komen aan de „Shell“ ter betaling van 5 pct. aan hare preferente
31241 aandeelhouders; vervolgens £ 12.000 aan de „Koninklijke“ (overeenkomende ongeveer
31242 met 4 pct. van haar tegenwoordig preferent aandeelenkapitaal), daarna £ 100.000
31243 aan de „Shell“ ter betaling van 5 pct. over haar gewoon aandeelenkapitaal en voorts
31244 £ 213.000 aan de „Koninklijke“ ter vereffening der verhouding van 60 pct. voor de
31245 „Koninklijke“ tegen 40 pct. voor de „Shell“ over het in ieder jaar eerstverdiende be-
31246 drag van £ 375.000. Daarbij is nog bepaald, dat indien het bedrag door de „Ko-
31247 ninklijke" tengevolge der vorengenoemde regeling te ontvangen in eenig jaar min-
31248 der mocht bedragen dan 1} maal het door de „Shell" ontvangen bedrag, het te kort
31249 uit de winst boven £ 375.000 in volgende jaren eerst aan de „Koninklijke" zal wor
31250 den aangezuiverd, alvorens verdere verdeeling in verhouding van 60 tot 40 plaats
31251 heeft. Met het oog op het feit, dat de inbreng der ,,Koninklijke" hoofdzakelijk
31252 uit olieterreinen bestond en die der „Shell" hoofdzakelijk uit schepen, installaties
31253 en vaste eigendommen, die bij liquidatie uit den aard der zaak een meer vaste
31254 waarde hebben, werd voorts bepaald, dat bij gedwongen liquidatie of vrijwilligen
31255 verkoop gedurende de eerste 25 jaren het netto provenu tot een bedrag van £ 9.000.000
31256 gelijkelijk tusschen de „Koninklijke“ en de „Shell“, en alleen het eventueel excedent
31257 in de verhouding van 60 tot 40 tusschen beide maatschappijen, zal worden verdeeld.
31258 Tevens werd een bepaling gemaakt, volgens welke ieder jaar uit de winsten der
31259 beide nieuwe maatschappijen gezamenlijk, ten behoeve van herstel, vernieuwing en
31260 uitbreiding, ten minste een bedrag van £ 100.000 zal worden gereserveerd, totdat een
31261 bedrag van £ 1.000.000 zal zijn bereikt, hetwelk niet zal worden aangesproken dan
31262 met toestemming van 4/5 der leden van het bestuur van ieder der beida Maat-
31263 schappijen.
31264 Bedrijf der „Koninklijke“ tijdens den inbreng der eigendommen in
31265 de Bataafsche en Anglo Saxon: De stand van het bedrijf der „Koninklijke"
31266 was ten tijde van bovengenoemden inbreng als volgt: De mpij. had in eigen
31267 bezit 2 petroleum-raffinaderijen op Sumatra; tankinstallatiën op Sumatra te Pang-
31268 kalan Soesoe en Padang en in verschillnede centra als te Karachi, Madras, Calcutta,
31269 Samboe (tegenover Singapore), Bangkok, Hongkong, Swatow, Shanghai, Bombay,
31270 Foochow, Amoy, Tientsin, Hankow, Rotterdam en Dusseldorf. In 1907 werden de
31271 benzine-tanks te Rotterdam (Feijenoord) uitgebreid, en werden voorts te Meester
31272 Cornelis (Java) tankinstallatiën opgericht. De maatschappij bezat toen een 7-tal