|
101 |
492 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
102 |
in 1750 6 pct. cum. pref. winstdeelende aandeelen |
|
103 |
en 4250 gewone aandeelen, beide groot f 1000 (splitsbaar |
|
104 |
in onderaandeelen van f 500, gemerkt A en B). Na na te noe- |
|
105 |
men emissie van 23 September 1920 is het kapitaal geheel geplaatst. |
|
106 |
De preferente aandeelen zijn preferent voor 6 pct. dividend en bij liquidatie |
|
107 |
voor de hoofdsom. Er waren 530 winstbewijzen uitstaande. Bij |
|
108 |
een overeenkomst van 16 Febr. 1917 werden de uitstaande winstbewijzen |
|
109 |
afgelost tegen uitreiking van 500 gewone aandeelen incl. dividend 1917 en |
|
110 |
betaling van een bedrag in contanten ad totaal f 35.000. Door deze trans- |
|
111 |
actie werd het bedrag der uitstaande gewone aandeelen op f 2.250.000- |
|
112 |
gebracht. De f 500.000 aandeelen, afgegeven tegen de winstbewijzen, |
|
113 |
worden geleidelijk uit de winsten der volgende jaren volgestort. |
|
114 |
Op 25 Mei 1909 was de inschrijving opengesteld op f 950.000 |
|
115 |
gewone aandeelen (f 800.000 was toen reeds ondershands geplaatst) tot den |
|
116 |
koers van 100 pct., o.a. te Amsterdam en in Nederlandsch Indië bij de |
|
117 |
Ned. Ind. Escompto Mpij. en hare filialen. Omtrent de uitreiking eener |
|
118 |
verdere f 500.000 gewone aandeelen in verband met de intrekking der |
|
119 |
winstbewijzen zie men hierboven. Vervolgens heeft op 1 Maart 1918 o.a. |
|
120 |
bij de heeren Patijn, Van Notten & Co. en in Ned. Indie bij de Unie Bank |
|
121 |
voor Nederland en Koloniën de inschrijving opengestaan op nog f 500.000 |
|
122 |
gewone aandeelen tot den koers van 115 pct. en incl. dividend 1918 (8 oude |
|
123 |
gewone en/of pref. aand. : 1 nieuw, no. 4). Op 12 Aug. 1919 stond ten |
|
124 |
kantore van de Nederl. Ind. Handelsbank en de heeren Patijn, van Notten |
|
125 |
& Co. een inschrijving open, uitsluitend voor aandeelhouders, tot den |
|
126 |
koers van 125 pct., op f 1.000.000 gewone aandeelen (9 oude : 2 nieuw, |
|
127 |
bew. no. 7). Op 23 September 1920 stond bij de Ned. Ind. Hand. Bk. de |
|
128 |
inschrijving open op de nog in portefeuille zijnde f 500.000 gewone aan- |
|
129 |
deelen tot den koers van 120 pct., incl. div. 1920 uitsluitend voor aan- |
|
130 |
deelhouders (11 oude - van beide soorten - gaven recht op 1 nieuw aand. |
|
131 |
No. 9). Voor het prospectus, dat tevens diende bij de uitgifte van f 492.000 |
|
132 |
6 pct. obligatiën 1919 (hierna beschreven), zie men aan het einde van dit |
|
133 |
deel. De preferente aandeelen werden begin Januari 1914 gecreëerd en |
|
134 |
aan deelhebbers in het voorschot-syndicaat (op 31 December 1913 |
|
135 |
groot f 1.000.000) in betaling gegeven. Vanaf 18 Juni 1914 werden |
|
136 |
deze aandeelen aan de markt gebracht door Wiegman's Bank te |
|
137 |
Amsterdam tot den koers van 95 pct. Op 26 Januari 1917 stelden de |
|
138 |
heeren Patijn, Van Notten & Co. en Milders & Gleichman de inschrijving |
|
139 |
open op nog f 500.000 preferente aandeelen tot den koers van 1033 pct. incl. |
|
140 |
dividend 1917, waarna alle pref. aandeelen (1750 stuks) waren geplaatst. |
|
141 |
Voor het prospectus zie men aan het einde van Deel II, jaargang 1916/17. |
|
142 |
Winstverdeeling: Na afschrijvingen en reserves door den Raad |
|
143 |
van commissarissen te bepalen, waaronder echter minstens f 10.000 op |
|
144 |
concessies enz., eerst 6 pct. aan houders van pref. aand., (cumulatief vanaf |
|
145 |
1917), vervolgens 6 pct. aan houders van gewone aandeelen en aanvulling |
|
146 |
van hetgeen over een of meer der boekjaren 1917 e. v. minder dan 6 pct. |
|
147 |
mocht zijn uitgekeerd; daarna tot 1 pct. op beide soorten aandeelen. |
|
148 |
Het restant wordt in de eerste plaats aangewend tot afbetaling van het- |
|
149 |
geen op de gewone aandeelen genummerd 1 t. e. m. 1750 op 31 Dec. 1916 |
|
150 |
aan dividend achterstallig was (30 pct.). Voor dit achterstallig |
|
151 |
dividend zijn begin 1918 afzonderlijke bewijzen afgegeven. Zie |