|
510 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 499 |
|
511 |
aandeelen B. De overwinst wordt verdeeld als volgt: 1. naar een te vormen |
|
512 |
reserverekening wordt overgebracht: a. de geheele overwinst, indien en |
|
513 |
zoolang deze reserverekening geen 12 pct bedraagt van het gestort cumula- |
|
514 |
tief preferente kapitaal; b. 10 pct. van de overwinst, indien en zoolang de |
|
515 |
reserverekening niet meer dan 20 pct. van het gestort maatschappelijk |
|
516 |
kapitaal bedraagt. Bedraagt de reserverekening meer dan 20 pct., dan |
|
517 |
worden genoemde 10 pct. der overwinst genoten door de houders van vol- |
|
518 |
gestorte aandeelen A; 2. 1 pct. wordt uitgekeerd aan ieder der leden van |
|
519 |
het college van commissarissen; 3. 20 pct. wordt ter beschikking gesteld |
|
520 |
van den raad van bestuur ten einde deze daarover beschikke overeenkom- |
|
521 |
stig door de leden van dien raad vast te stellen regelen; 4. het dan over- |
|
522 |
blijvende deel der overwinst wordt uitgekeerd aan de houders van aandeelen |
|
523 |
A en cum. pref. winstd. aandeelen, met dien verstande, dat uit dit bedrag |
|
524 |
een aandeel A tienmaal zooveel ontvangt als een cum. pref. winstd. aandeel. |
|
525 |
Dividenden verjaren na 5 jaar. Interim-dividenden kunnen worden |
|
526 |
uitgekeerd. Dividend gewone aandeelen A 1919: 6 pct. |
|
527 |
Dividend gewone aandeelen B 1919: 6 pct. Dividend |
|
528 |
cum. preferente aandeelen 1919: 6 pct. (3 pct. interim, 2 Jan. |
|
529 |
1920 op no. 2 en 3 pct. slot op no. 3, 10 Juli 1920). Op 31 October 1919 stond |
|
530 |
ten kantore der Rotterdamsche Bankvereeniging en de Bank-Associatie te |
|
531 |
Amsterdam, Rotterdam en Den Haag de inschrijving open op f 700.000 |
|
532 |
6 pct. cumulatief preferente winstdeelende aandee- |
|
533 |
len, groot f 1.000, tot den koers van 100 pct. incl. } div. 1919. Zij werden |
|
534 |
op 14 Juli 1920 in de officiëele noteering te Amsterdam opgenomen. Men |
|
535 |
zie het prospectus aan het einde van deel II, jaargang 1920. Raad van |
|
536 |
Bestuur: G. G. A. Loeber, Hilversum, G. H. Bührmann, Overveen, |
|
537 |
C. G. Loeber, Blaricum, H. J. Vettewinkel, Overveen, A. A. H. Loeber, |
|
538 |
Hilversum en F. W. van Buuren, Laren. Raad van Commissa- |
|
539 |
rissen: Mr. Dr. J. P. van Tienhoven, Amsterdam, C. van Eeghen, Am- |
|
540 |
sterdam en Mr. J. T. Linthorst Homan, Assen. |
|
541 |
ACTIVA. BALANS PER 31 DECEMBER. PASSIVA. |
|
542 |
1919 1918 1919 1918 |
|
543 |
Gulden Gulden Gulden Gulden |
|
544 |
Gebouwen 778.390.943 497.556.42 Kapitaal 3.300.000 .- 2.431.000 .- |
|
545 |
Machines en invent. 189.087.16 115.021.50 Reservefonds 180.000 .- 72.000 .- |
|
546 |
Aand. in andere Deposito's 227.097.05 502.161.08 |
|
547 |
ondernem. 118.574 .- Hypotheek 400.000. 145.000 .- |
|
548 |
Goederenvoorraad 1.347.481.312 1.339.721.05 Pensioenfonds 73.593.05 66.626.35 |
|
549 |
Kas en bankiers 1.117.086.25 308.698.73 Reserve debiteuren 49.464 .- |
|
550 |
Effecten 85.204.66 242.707.85 Crediteuren 1.202.174.86 458.847.85 |
|
551 |
Debiteuren 3.040.903.76 1.473.008.17} Banken 1.288.825.57 |
|
552 |
Te verrekenen posten 97.012.39 Dividendbelasting 15.556.95 |
|
553 |
Auteursrechten 1 .- 1 .- Winstaandeel der firma's |
|
554 |
Oprichtingskosten 39.995.46 Gerhard Loeber en G. |
|
555 |
Goodwill v. overge- H. Bührmann in |
|
556 |
nomen ondern. ... 135.000 .- liq. 316.764.90} |
|
557 |
Dividend 171.930 .- '24.310 .- |
|
558 |
Dividend 1918 100 .- |
|
559 |
6.908.741.48 4.016.710.18 6.908.741.48 4.016.710.18} |