|
22184 |
CULTUUR-ONDERNEMINGEN. 893 |
|
22185 |
aandeelen stond voor rekening der houders op 4 Maart 1912 ten kantore |
|
22186 |
der Heeren Gebr. Boissevain en Dunlop & Co. de inschrijving open tot |
|
22187 |
den koers van 170 pct. (incl. div. 1911). In October 1912 werd voor f 251.000 |
|
22188 |
aandeelen deelgenomen in de toen opgerichte Houtaankap Mpij. „Noord |
|
22189 |
Sı-Maloer", waarvan de directie aan de Nederlandsch-Indische Houtaan- |
|
22190 |
kap Maatschappij werd opgedragen. In Maart 1915 werd het kapitaal op |
|
22191 |
geautoriseerd f 4.800.000 gebracht. In Nov. van dat jaar werden f 600.000 |
|
22192 |
onderhands geplaatst, waarna derhalve f 3.000.000 uitstaande was. De con- |
|
22193 |
cessies etc. der Seliman Land-, Hout- en Bosch Expl. Mpij. (zie boven) |
|
22194 |
werden grootendeels met f 348.000 N. I. H. M. betaald, uithoofde van de in |
|
22195 |
de kleine letter vermelde transactie met de Houtaankap Mij. „Noord- |
|
22196 |
Simaloer" werden f 186.600 aandeelen afgegeven, terwijl in den loop van |
|
22197 |
1917 een verder bedrag van f 65.400 ondershands werd geplaatst, waardoor |
|
22198 |
het uitstaande kapitaal op f 3.600.000 werd gebracht. Het a a n- |
|
22199 |
deelenkapitaal is verdeeld in aandeelen aan toonder, |
|
22200 |
elk groot f 600, nos. 1-8000. Winstverdeeling: Eerst 5 pct. |
|
22201 |
over het aandeelenkapitaal, en verder. 10 pct. aan commissaris- |
|
22202 |
sen, 10 pct. aan de directie, minstens 10 pct. aan het reservefonds (het meer- |
|
22203 |
dere door commissarissen te bepalen) en het restant aan aandeelhouders. |
|
22204 |
Dividenden 1895: 3 pct. (no. 1), 1896-1906: nihil; 1907-1916: 73, 8, 8, 12, |
|
22205 |
12, 12, 12, 12, 8 en 8 pct. (no. 11, 17 Juli 1917); 1917-1919: nihil. |
|
22206 |
6 pct. 5-jarige obligatieleening 1917, groot f 1.200.000, |
|
22207 |
verdeeld in obligatiën groot f 1000, met coupons per 1 Mei en 1 Nov. |
|
22208 |
De leening is op 1 November 1922 in haar geheel |
|
22209 |
à pari aflosbaar; de korte looptijd houdt verband met den tijdelij- |
|
22210 |
ken aard der oorzaken, welke tot de uitgifte dezer leening aanleiding gaven. |
|
22211 |
Trustee: Centrale Trust Co. Op 5 November 1917 heeft bij Gebr. |
|
22212 |
Boissevain en Dunlop & Co. de inschrijving op deze leening opengestaan |
|
22213 |
tot den koers van 100 pct., met voorkeursrecht voor houders van 4 pct. |
|
22214 |
oblig. 1911, wier aanbiedingen bij den hieronder genoemden inkoop van |
|
22215 |
4 pct. obl. aanvaard zijn. Uit de opbrengst der 6 pct. leening werd |
|
22216 |
maximum f 500.000 aangewend voor aflossing van 4 pct. obligatiën 1911, een |
|
22217 |
tweede f 500.000 diende als storting op een gelijk bedrag aandeelen der |
|
22218 |
Ver. Javasche Houthandel Mpijen., terwijl het restant voor versterking |
|
22219 |
der kasmiddelen diende. 5 pct. obligatieleening 1916, groot |
|
22220 |
f 1.800.000, verdeeld in obligatiën groot f 1000, met coupons per 1 Maart |
|
22221 |
en 1 September, waarvan de eerste 1 Maart 1917 verviel. Aflosbaar |
|
22222 |
door uitloting à pari in 25 jaren, overeenkomstig het volgende aflossings- |
|
22223 |
plan : |
|
22224 |
1920-1944: 37, 40, 41, 44, 46, 48, 51, 53, 55, 59, 61, 65, 68, 71, 74, 79, 82, |
|
22225 |
86, 91, 96, 100, 105, 110, 116 en 122 stuks. |
|
22226 |
Recht tot-versterkte of geheele aflossing na 1 Maart 1922. Uitloting |
|
22227 |
in Jan., aan te vangen in 1920, ter aflossing op 1 Maart d.a.v. Trustee: |
|
22228 |
de Centrale Trust Compagnie. Ten kantoren van Gebr. Boissevain en Dun- |
|
22229 |
lop & Co. stond op 19 September 1916 de inschrijving op deze leening open |
|
22230 |
à 99 pct. 4 pct. obligatieleening 1911, groot f 2.000.000, verdeeld |
|
22231 |
in obligatiën, groot f 1000, waarop op 4 Febr. 1911 de inschrijving open- |
|
22232 |
stond à 97 pct. bij de H.H. Gebrs. Boissevain en Dunlop & Van Essen. |
|
22233 |
Houders van 5 pcts. obligatiën 1895 (zie jaarg. 1911, bldz. 701), hadden recht |
|
22234 |
hun stukken in nieuwe obligatiën in te wisselen, waarbij hun f 30 per |