|
29104 |
1046 MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN. |
|
29105 |
Mijnbouw-Maatschappij. Gebrek aan voortvarendheid van het |
|
29106 |
vroegere bestuur, langdurige en kostbare praeparatieven en andere ongun- |
|
29107 |
stige omstandigheden waren oorzaak, dat toen tegen het einde van 1912 |
|
29108 |
besloten was tot de oprichting van eene installatie voor de verwerking van |
|
29109 |
het erts over te gaan, de beschikbare geldmiddelen daartoe te kort schoten |
|
29110 |
en er op eene dato 19 December 1912 belegde buitengewone algemeene |
|
29111 |
vergadering van aandeelhouders een nieuw bestuur gekozen en dit gemach- |
|
29112 |
tigd werd met de reeds bestaande Kinandam-Sumatra Mijnbouw-Maatschap- |
|
29113 |
pij eene overeenkomst aan te gaan, waarbij haar alle bezittingen der Salida |
|
29114 |
werden overgedragen (zie hieronder de bepalingen van deze overeenkomst). |
|
29115 |
Kapitaal geautoriseerd tot 5 Juli 1919 f 2.400.000 waarvan f 2.220.000 |
|
29116 |
geplaatst is, om technische redenen gereduceerd tot f 2.220,000, ver- |
|
29117 |
deeld in 18.500 aandeelen à f 120, alle geplaatst. Winst- |
|
29118 |
verdeeling, na aftrek van bedrijfsonkosten, lasten en renten, |
|
29119 |
afschrijving en eventueele verliezen eerst 6 pct. aan aandeelhouders. Het |
|
29120 |
overblijvende wordt als volgt verdeeld : 2 pct. aan den directeur, 8 pct. aan |
|
29121 |
commissarissen en 90 pct. aan aandeelhouders. Dividenden verjaren |
|
29122 |
na 5 jaar. De aandeelen werden op 22 Juni 1918 in de officiëele noteering |
|
29123 |
opgenomen in verband waarmede een circulaire gepubliceerd werd die aan |
|
29124 |
het einde van deel I, jaarg. 1918/19 is opgenomen. Directeur: J. G. |
|
29125 |
Th. Bernelot Moens, te 's Gravenhage. Hoofd-Administrateur: |
|
29126 |
G. B. Hoogenraad. Commissarissen: W. J. M. Michielsen, Prof. |
|
29127 |
K. H. H. van Bennekom te 's Gravenhage, A. W. E. Weyerman, C. S. Ed- |
|
29128 |
mondson en R. D. Verbeek. |
|
29129 |
Overeenkomst met de Kinandam-Sumatra Mijnbouw Mpij. De voornaam- |
|
29130 |
ste bepalingen dezer overeenkomst zouden zijn: dat alle bezittingen der Salida-Mpij. |
|
29131 |
kosteloos aan de Kinandam-Mpij. zouden worden overgedragen, daaronder begrepen |
|
29132 |
de concessierechten, welke ten name der Kinandam-Mpij. zouden worden overge- |
|
29133 |
schreven; dat de Salida-Mpij. aan de Kinandam-Mpij. zou uitleveren de 3917 „volge- |
|
29134 |
storte" Salida-aandeelen à f 120, die zich nog in de macht van de vroegere bestuur- |
|
29135 |
ders bevonden en die door de Kinandam-Mpij. à pari zouden worden overgenomen, |
|
29136 |
dus tegen een bedrag van f 470.040; dat dit bedrag door de Kinandam-Mpij. met circa |
|
29137 |
f405.000 zou worden aangevuld tot een totaal van f 875.000, dat voor de installatie |
|
29138 |
werd noodig geacht; dat het beheer der exploitatie van het „,Salida-bedrijf" geheel |
|
29139 |
en uitsluitend door de Kinandam-Mpij. zou worden gevoerd en daarover eene geheel |
|
29140 |
afzonderlijke boekhouding zou worden aangelegd en bijgehouden, welke te allen |
|
29141 |
tijde door of vanwege de Salida-Mpij. zou kunnen gecontroleerd worden; dat van |
|
29142 |
de zuivere winst der exploitatie van het Salida-bedrijf over elk boekjaar - na de |
|
29143 |
noodzakelijke afschrijvingen en reserves - het tweederde gedeelte aan de Salida- |
|
29144 |
Mpij zal worden uitgekeerd en het resteerend deel aan de Kinandam-Mpij. zou |
|
29145 |
komen; dat de „in portefeuille gebleven" Salida-aandeelen ten getale van 1500 (een- |
|
29146 |
duizend vijfhonderd) stuks, genummerd v/m. 18501 t/m. 20000 tot een nominaal bedrag |
|
29147 |
van f 180.000 niet zouden worden uitgegeven en het uitstaande maatschappelijk kapı- |
|
29148 |
taal dus niet boven het bedrag van f 2.220.000 zou mogen worden verhoogd; en dat |
|
29149 |
bij tijdelijke dan wel definitieve overdracht op derden van de concessie-rechten, |
|
29150 |
waartoe de Kinandam-Mpij. de bevoegdheid zal hebben ten aanzien van de ten |
|
29151 |
haren name overgedragen bovengenoemde mijnconcessies - met uitdrukkelijke uit- |
|
29152 |
sluiting evenwel van de eigenlijk gezegde Salida-concessie - de daaruit verkreger. |
|
29153 |
voordeelen van welken aard ook in dezelfde verhouding van tweederde gedeelte voor |
|
29154 |
de Salida-Mpij. en eenderde gedeelte voor de Kinandam-Mpij. zouden worden ver- |
|
29155 |
deeld, evenals ook het geval zal wezen ten aanzien van alle voordeelen van anderen |
|
29156 |
aard uit het bezit van de concessies voortvloeiende. |
|
29157 |
Vordering Mr. W. van Hoogenhuyze. Op de buitengewone algemeene vergade- |
|
29158 |
ring van aandeelhouders, den 19en December 1912, had het aftredende bestuur der |
|
29159 |
Salida-Mpij. bij monde van den toenmaligen waarnemenden directeur, tevens presi- |
|
29160 |
dent-commissaris, Mr. W. van Hoogenhuyze, en tegelijkertijd een der directeuren |
|
29161 |
van de Girobank, welke de geldmiddelen der Salida-Mpij. in hare macht had, zich |
|
29162 |
verbonden om aan het nieuwe bestuur der genoemde maatschappij uit te leveren |